of 58952 LinkedIn

Gemeenten moeten voortouw nemen bij ouderenbeleid

In een eerdere column schreef ik over het verband tussen wonen en gezondheid. Dat verband was er al lang. Langer thuis blijven wonen is een belangrijk zorg- en woononderwerp. 

Enige jaren geleden is scheiden van wonen en zorg uitgangspunt geworden. Gemeenten werden verantwoordelijk voor de Wmo en waren dat al voor wonen. De Wmo beoogt burgers zo lang mogelijk in hun leefomgeving te houden. Dat geldt misschien wel vooral voor ouderen. Een plek voor ouderen in – destijds zogenoemde – ‘bejaardentehuizen’ is niet meer vanzelfsprekend. Verzorgingstehuizen verander(d)en in verpleegtehuizen. Gemeenten moeten nu zowel voor wonen als zorg beleid maken.

 

In Rotterdam bestaat voor ouderen en hun woonsituatie veel aandacht. Onlangs is het Langer Thuis Akkoord 2020-2025 getekend door 39 marktpartijen, woningcorporaties, zorg- en welzijnsinstellingen, ouderenbonden en de gemeente.  Een convenant tussen (semipublieke-) overheid en de markt. Het beziet de zogenoemde ‘dubbele vergrijzing’. Dubbel, omdat over vijftien jaar 20 procent van alle Rotterdammers 65+ is, maar ook het aantal 75+ toeneemt.

 

Stadswijken waar deze ontwikkeling met name speelt, zijn het minst geschikt voor ouderen. Hoe los je langer thuiswonen voor ouderen dan op? Het convenant geeft een drie-sporenaanpak: meer levensloopbestendige en voor ouderen gelabelde woningbouw, langer zelfstandig wonen in de wijk, en meer innovatieve woon- en/of woonzorgconcepten. Een mooi initiatief.

 

Maar ‘the proof of the pudding is in the eating’. Er spelen veel wettelijke- en beleidskaders. Met gescheiden wonen en zorg is dat geen sinecure. Voor de relatie met zorginstellingen geldt het Wmo-beleid. Voor samenwerking met woningcorporaties de jaarlijkse gemeentelijke woonvisie en prestatieafspraken. Marktpartijen zullen bijvoorbeeld kijken naar bestemmingsplannen. Die kunnen specifiek locaties voor sociale - of middenhuur bevatten, waar veel senioren in worden gehuisvest. Het is maar een greep uit het kader van wet- en regelgeving.

 

Een convenant is een goed begin voor meer woonmogelijkheden voor ouderen. Opvallend is wel dat wettelijke kaders naast dergelijke initiatieven een eigen leven lijken te leiden. Door het scheiden van wonen en zorg, is ook de verantwoordelijkheid voor een koppeling van de dossiers bij gemeenten komen te liggen.

 

Neem het voorbeeld van Rotterdam; Het Langer Thuis Akkoord rept niet over prestatieafspraken of het Wmo-beleid. In Rotterdam is in het Wmo-beleid (Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam) aandacht voor senioren, maar is er geen koppeling met de woonvisie. De woonvisie kent wel een expliciete koppeling met de Wmo-problematiek, maar niet met de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam.

 

Waarschijnlijk wordt achter de schermen overleg gevoerd over de relatie tussen de dossiers. Maar in ieder geval voor de rechtssubjecten is sprake van losstaande kaders. Zou het een idee zijn de koppeling van die verschillende kaders eens wat nadrukkelijker te benoemen in het geheel van beleidslijnen en convenanten? Eens, die kaders zijn ingewikkeld en de wetgever heeft het met scheiden van wonen en zorg nog ingewikkelder gemaakt. Maar de wet is ook bedoeld om ons tot door de wetgever gewenst gedrag te laten komen. Rechtssubjecten moeten ermee uit de voeten kunnen.

 

De wettelijke kaders en wat daarop is gebaseerd zouden een primair platform moeten, en ook kunnen zijn waar deze onderwerpen een basis krijgen en de verbanden expliciet worden gemaakt. Initiatieven zoals convenanten, zouden daar dan gemakkelijk bij moeten kunnen aanhaken en er aan gekoppeld worden. Het vergt coördinatie, maar door de wettelijke kaders efficiënter te gebruiken, zou wellicht ook een slag kunnen worden gemaakt in het web van relevante regelingen. Wel weer een taak voor gemeenten. Een beroep op de wetgever om een helpende hand te bieden in het gescheiden-wonen-en-zorg-tijdperk ligt voor de hand.

 

Maar vooralsnog moeten gemeenten ermee werken op basis van het huidige wettelijke kader. Langer thuiswonen is nu eenmaal vooral een Wmo-, een woon- én een ruimtelijke ordeningsprobleem. In al die kaders is het de gemeente die het voortouw moet nemen. Daar liggen dus kansen.


Michael de Groot
Lees hier meer columns van Michael de Groot

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Helaas bij de meeste gemeenten is het woonruimtebeleid voor ouderen nog steeds de ver van hun bed show. Vijftien jaar geleden werd er al met glazige ogen naar je gekeken als je met suggesties kwam op dat gebied. Maar bij de BV Nederland gaat er nog steeds veel met paard en wagen.