of 58952 LinkedIn

Fundamentele vragen rondom de Omgevingswet

Treedt de Omgevingswet nu wel of niet in per 1 januari 2021? Waarschijnlijk wel, maar misschien niet. De Eerste Kamer ziet nog een aantal fundamentele bezwaren. 

Op 13 november sprak de Eerste Kamer met deskundigen uit de praktijk. Oonder andere een aantal juristen was gevraagd hun mening te geven. Dat was schrikken. PvdA-Kamerlid Crone concludeerde zelfs: ‘U ziet alle drie die wet fundamenteel niet zitten’. Daar leek het wel op:


- Het aantal geschillen zal niet afnemen, alleen omdat het aantal vergunningen minder wordt.

 

- Beroepen worden inhoudelijk eerder ingewikkelder dan eenvoudiger.

 

- Er zal nog heel lang met twee stelsels tegelijk moeten worden gewerkt, omdat op de valreep nog veel aanvragen worden gedaan.

 

- De keerzijde van flexibiliteit is afname van rechtszekerheid voor zowel de omgeving als initiatiefnemers. Omdat lastiger te voorspellen is wat wel en niet mag, zullen nieuwe rechtsfiguren ontstaan om toch zekerheid op voorhand te kunnen geven.

 

- Minder vergunningplichten zal leiden tot een verschuiving naar meer ingewikkelde juridische vraagstukken over de interpretatie van algemene regels (vergelijkbaar met het vergunningvrij bouwen).

 

- Minder geschillen over vergunningen zal inhouden dat er meer handhavingszaken komen, die vaak ingewikkelder zijn voor iedereen, inclusief de rechter.

 

- De verschuiving van vergunningverlening naar regelgeving staat haaks op flexibiliteit. Regels zijn veel moeilijker te wijzigen bij een individueel geval en zijn vanuit hun aard inflexibel.

 

- Waar het nu schuurt, zal het onder de Omgevingswet ook schuren. Dan is het niet goed als het oplossen van geschillen ingewikkelder wordt.

 

- Decentralisatie betekent dat er binnen het rechtsgebied van de rechtbank verschillende regels gaan gelden waar nu een rijksregel geldt. Dat is een politieke keuze, maar maakt het ingewikkelder en meer tijdrovend voor de rechtspraak.

 

- Vreemd is dat er bij het Omgevingsplan geen rechtspraak in twee instanties is, gelet op het belang ervan in het systeem van de wet.

 

De aanname dat het aantal beroepen zal afnemen, wordt dus niet bevestigd. De verwachting is zelfs dat beroepen ingewikkelder worden en dat er veel geprocedeerd zal worden over rechtsvaststellende besluiten. Meningen gebaseerd op de praktijk en eerdere ervaringen. Ook van de meningen over participatie in de praktijk (woordvoerder van een burgerinitiatief en een advocaat) en het DSO zal de Eerste Kamer niet blij zijn geworden.

 

En dus stuurde de Eerste Kamer op 15 november een brief aan de minister over de invoeringsdatum. Die reageert op 29 november met een voorgangsbrief. Uit overleg met bestuurders en de ministerraad concludeert de minister dat inwerkingtreding per 1 januari 2021 wenselijk en mogelijk is. Als compromis wil de minister uiterlijk 1 juli 2020 het KB voor de inwerkingtreding voorhangen bij de Tweede Kamer. Dan pas wordt met de Tweede Kamer definitief bepaald of dit ook de echte datum is.

 

Het KB wordt pas voorgehangen als de wetgeving voldoende stabiel is, de bevoegde gezagen kunnen voldoen aan de minimale vereisten en het vanuit het DSO verantwoord is. De continuïteit van de dienstverlening aan burgers en bedrijven moet gegarandeerd zijn. Stemt de Kamer er niet mee in, dan wordt het KB niet voorgedragen aan de Koning. De minister zal het voorstel doen na overleg met de bestuurlijke partners. Samengevat komt het neer op: ‘Het hoeft niet af te zijn om er klaar voor te zijn’ en het is een ‘groeipad dat ruimte geeft aan de cultuurverandering die nodig is om de volledige winst van de Omgevingswet uiteindelijk te kunnen verzilveren’.

 

De Omgevingswet is meer dan wet- en regelgeving met ondersteunende ict. Het gaat om een andere manier van werken. Het enthousiasme om daarmee aan de slag te gaan is groot. Bij bestuurders dan. Sommige juristen lijken er nu al klaar mee. Burgers en ondernemers weten niet wat er aan komt.

 

Voor een Invoerings KB is een definitieve wettekst nodig. Daar gaat de Eerste Kamer over. Besprekingen over de aanvullingswetten zijn als reactie op de voortgangsbrief opgeschort tot medio januari 2020. Daardoor verschuiven besprekingen over aanvullingsbesluiten. Het plenaire debat over de Invoeringswet en het Invoeringsbesluit is doorgeschoven naar 21 of 28 januari 2020. De plenaire debatten over de aanvullingswetten volgen ‘op nog nader te bepalen data’. De Eerste Kamer heeft het dus nog lang niet af en lijkt er ook nog niet klaar voor. Maar bepaalt wel het tempo.

 

Is dat reden om nu achterover te hangen? Ik dacht het niet. Want zeg nu zelf: de bedoeling van de Omgevingswet (integrale benadering, burgerparticipatie, duurzame ontwikkeling, gezondheid etc.): daar hadden we toch al lang mee moeten werken? Dat hoort toch niet van een wettekst af te hangen? Dat daar een cultuurverandering en paradigmashift voor nodig zijn is toch vreemd? Nee, mensen, begrijpen, omarmen en aan de slag ermee. Meteen.

 

Trees van der Schoot
Lees hier meer columns van Trees van der Schoot

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Criticus op
Vooral doorgaan met de kop in het zand steken! Niet luisteren naar kritische geluiden, niet kijken naar ervaringen met grote decentralisatie en de propagandamachine van het rijk blijven napraten!
De juristen vertolken wat menig deskundige al weet en ziet aankomen, maar ach, waarom zou je daar naar luisteren?