of 59281 LinkedIn

Een verkeersdienst voor bedrijfsafval

Bedrijven moeten zelf zorgdragen voor het afvoeren van hun afval. Maar voor de overheid is bedrijfsafval belangrijk omdat er eisen zijn gesteld aan afvalscheiding: voor huishoudelijk en bedrijfsafval 75 procent in 2020. Bovendien staat er bij veel bedrijven in de vergunning van gemeenten of provincies hoe met het afval wordt omgegaan. 

Onderzoek op het gebied van bedrijfsafval laat zien dat er veel potentie is om de gescheiden afvalstromen te recyclen of te hergebruiken. Het is intussen wel alom bekend dat ‘afval’ niet echt waardeloos is, maar dat scheiden van reststromen en restproducten in een bedrijf waardevol kan zijn.

 

Er zijn voorbeelden te over. Van plastics, papier en hout is bekend dat het kan worden gerecycled, maar dat er nog handel is in één-weg pallets is niet altijd bij bedrijven bekend. Ook zijn veel afgeschreven producten in trek bij anderen. Versleten transportbanden worden ingezameld voor de bouw van paardenstallen en voor tijdelijke voetgangerspaden als een weg open ligt. Kennis dat iets herbruikbaar is, is dus niet genoeg. Het komt in de praktijk zelfs voor dat bedrijven die naast elkaar zitten, niet van elkaar weten dat ze reststromen hebben die ze kunnen uitwisselen!

 

Weten wie de reststoffen kan gebruiken is net zo belangrijk. In Binnenlands Bestuur van 25 januari jl. vertelt de coördinator energie en milieu van een papierproducent dat men veel baat zou hebben ‘bij een regionale atlas die inzicht geeft in de afvalstromen per bedrijf, zoals die nu al voor restwarmte bestaat’. 

Nu zijn er al omgevingsdiensten en uitvoeringsdiensten die een energiescan houden bij een bedrijf en verbeteringen aan het bedrijf aangeven. Hier heeft een bedrijf iets aan, het is nuttige informatie.

 

De diensten zouden ook een afvalscan kunnen uitvoeren. Wel heeft men dan een regionale atlas nodig voor die reststromen. Met toestemming van de bedrijven zouden de diensten bij kunnen houden welk bedrijf welke reststroom heeft, en zo een regionale atlas kunnen maken. Uit onderzoek is gebleken dat bij een gelijkmatige stijging van de verschillende soorten reststromen die bij bedrijven aanwezig zijn, de kans op uitwisseling onevenredig veel groter wordt. Het is dus zaak dat verschillende organisaties die weten welk bedrijf welke reststroom heeft met elkaar gaan samenwerken. Zo wordt de kans voor uitwisseling tussen bedrijven veel groter. 

 

De samenwerking moet dan door een onafhankelijke en betrouwbare club worden gecoördineerd. Immers, voor veel bedrijven is een mooie beschrijving van hun reststromen die de deur uit gaan, ook een mooie informatiestroom voor de concurrent. Omdat men bij reststromen die nog geen nuttige bestemming hebben traditioneel het als  ‘afval’ beschouwt, wordt al erg snel samenwerking gezocht bij afvalverwerkers. Alhoewel deze professionals het afval als een probleem uitstekend opruimen, zijn het nooit de partijen die die waarde in de reststromen zien, zoals de bedrijven die het zelf als een grondstof kunnen inzetten. De samenwerking moet dus worden gezocht tussen bedrijven onderling die reststromen over hebben en die het als grondstoffen kunnen gebruiken.

 

Zo’n coördinerende club is als het ware een verkeersdienst, maar dan om ‘afval’ de goede kant op te helpen. Net zo als de verkeersdienst van Rijkswaterstaat zou hier een taak kunnen liggen voor de overheid.

 

Jan-Henk Welink

Lees hier meer columns van Jan-Henk Welink

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.