of 59130 LinkedIn

Een schoon strand

Vorige week kwam ik terug uit Ierland. Wat een mooie ‘fysieke leefomgeving’. Met minder inwoners is dat wel eenvoudiger: minder huizen, minder verkeer, minder infrastructuur, minder geluidschermen, schonere lucht en volop natuur en landschap.

Afgezien van Dublin zag ik nauwelijks zwerfvuil, terwijl er ook nauwelijks vuilnisbakken waren. Kwestie van mentaliteit, dacht ik.

 

Dat kan ook heel anders. Vrienden van mij zijn naar Thailand geweest. Er lag zoveel troep op het strand dat ze besloten een middagje te gaan opruimen. Resultaat: 14 vuilniszakken plastic, slippers etc. Samen met een bewoner hebben ze dat naar de vuilverwerking gebracht. Triest verhaal toch? Daarom schoten mij de tranen in de ogen toen het water van de Atlantische Oceaan op een Iers strand kraakhelder was en er nog geen snoeppapiertje lag. Mijn nietsvermoedende man keek me aan en op zijn vraag wat er aan de hand was, kwam ik niet veel verder dan: ‘het is hier zo schoon….het kan dus toch!’. Ik zag hem denken: ‘ongezond vak die Omgevingswet’.

 

Toch kwam je ook in Ierland niet om fysieke leefomgevingsproblematiek heen. Dublin had waterrantsoen volgens de dame van onze B&B. Het water in de rivieren was historisch laag. Dat zie je niet direct, want het is er heel groen. Maar de waterval van een van onze wandelingen was inderdaad veel smaller dan op de foto in de gids.

 

Waterrantsoen: dat lijkt iets van een ander tijdperk of een andere planeet. Deze zomer was het opeens actueel. Dan krijg je rare dingen. Op de volkstuin hebben we gediscussieerd of het sproeiverbod ook gold voor opgepompt grondwater of alleen voor oppervlakte- en kraanwater. Terwijl ik het eerste douchewater opving volgens de aanbevelingen van het waterschap, spoot een buurtgenoot met de hoge drukspuit zijn stoep schoon. De boer die zijn maisveld niet sproeide zat met een slechtere opbrengst dan de boer die dat gewoon wel deed.

 

Het schiet natuurlijk niet op als de ene mens water spaart en de ander water verspilt. Maar dat gaat zo ook met voedsel, plastic, energie, grondstoffen en zelfs met bijen. Ik zag op TV dat imkers een soort fokprogramma voor bijen hebben bedacht zodat deze resistent worden tegen de Faraomijt. Dan hebben we over 10 jaar nog bijen. Mijn buurman spuit regelmatig om zijn buxus vrij van de buxusmot te houden met ‘ecologisch gif’. Op de verpakking staat dat inderdaad. Er staat ook dat contact met water vermeden moet worden. In een boek over circulaire economie heb ik hiervoor de term ‘groenwassen’ leren kennen: je product aanprijzen als duurzaam, terwijl het dat niet is, behoudens op een klein onderdeeltje. Duurzaamheid als marketingstrategie dus.

 

Een VVD-wethouder vond ons boek over de geest van de Omgevingswet waar we thema’s als circulaire economie, klimaatverandering en energietransitie ook benoemen ‘wat groen linksig’. Wel grappig, want het staat allemaal gewoon in de Memorie van Toelichting die toch echt door een VVD-minister is verdedigd. Mijn reactie was dat ‘groen rechts’ eraan komt. Binnen onze huidige economie worden niet duurzame producten namelijk vanzelf te duur. Hoe schaarser de grondstoffen en hoe moeilijker de afvalverwerking, des te duurder de kostprijs en des te hoger de prijzen. Het komt dus vanzelf goed. Alleen: dan zijn we waarschijnlijk heel wat crisissen en rampen verder. Dan kunnen we er maar beter nu meteen mee aan de slag gaan. Zat wel wat in, vond hij.

 

Onze minister wil naar kringlooplandbouw, maar de Volkskrant meldde een mega-uitbreiding van een varkensbedrijf, dat niemand wil, maar door het bestemmingsplan is toegestaan. In de regio Venlo heeft men het moeilijk met windmolens en ons waterschap ontdekte dat jarenlange inspanningen om meer vis in de Geul te krijgen vakkundig om zeep zijn geholpen door iemand die flink illegaal mest heeft geloosd.

 

Volgens artikel 1.6 Omgevingswet draagt ‘een ieder’voldoende zorg voor de fysieke leefomgeving. De juridische betekenis is passief: de algemene zorgplicht is een vangnet als er geen specifieke decentrale regels of rijksregels van toepassing zijn.

 

In Ierland kocht ik een theedoek met de volgende tekst:

 

‘This is a story about four people named Everybody, Somebody, Anybody and Nobody. There was an important job to be done and Everybody was asked to do it. Everybody was sure Somebody would do it. Anybody could have done it, but Nobody did it. Somebody got angry about that, because it was Everybody’s job. Everybody thought Anybody could do it but Nobody realized that Everybody wouldn’t do it. It ended up that Everybody blamed Somebody when Nobody did what Anybody could have done.’

 

Een actieve toepassing van de zorgplicht: dat wordt dé uitdaging van het omgevingsbeleid. 

 

Trees van der Schoot


Meer columns van Trees van der Schoot leest u hier

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.