of 59345 LinkedIn

De regels in dit land

Sinds de uitspraak van de rechters over het PAS en het gedoe over de PFAS-norm moeten regels het ontgelden. ‘We hebben veel te veel regels in ‘dit land’! ‘Dit land’ wordt daarbij misprijzend uitgesproken.

 

Politici hebben de regels ingevoerd: dus die krijgen de schuld. Alsof zij dat zelf en in hun eentje bedacht en besloten hebben. Absurd wordt de agressie als deze zich richt op de boodschappers en voorspellers van de crisis: de onderzoekers of de politici die het PAS nooit zagen zitten. Met als toppunt de oproep: wilt u meer of minder stikstofregels? En dat dan afsluiten met: dan gaan we dat regelen!

 

Het heeft iets gemakkelijks om de regels als boosdoener te zien. Regels zijn er niet, omdat iemand bij de overheid dacht: wat zal ik vandaag eens verzinnen? Het begon met de Woningwet 1901. Die moest een oplossing bieden voor de huisvesting van fabrieksarbeiders. Die woonden met hun gezinnen vaak in maar één kamer waar werd gekookt, gegeten, gewerkt en gepoept. Ze sliepen in alkoven met te weinig licht en lucht. Er waren geen rioolaansluitingen en de poepdoos werd één keer per week geleegd. Niet bepaald gezond.

 

Denk nu niet: dat was toen. Pas enkele jaren geleden werden arbeidsmigranten op het platteland ook heel slecht gehuisvest: honderd jaar later waren voor hetzelfde gedrag opnieuw regels nodig. Met de Wederopbouwwet is de woningnood en de schade van de oorlog hersteld. Zonder de Wet op de ruimtelijke ordening (1965) zou het opvangen van de babyboom en de nieuwe welvaart (auto’s, vakanties) een puinhoop zijn geworden. Vanwege de watersnoodramp (1953) kregen we regels voor Deltawerken.

 

Toen op 15 september 1979 een hoofdwaterleiding in Lekkerkerk sprong en een woonwijk gebouwd bleek te zijn op ruim 1.600 vaten chemisch afval, zwaar verontreinigde grond en puin kregen we regels voor de bescherming van het milieu. Die waren ook nodig vanwege de schaalvergroting in de landbouw en de gevolgen die dat had voor de omgeving. In de jaren tachtig zagen we de effecten van verzuring, vermesting, vervuiling en verdroging op natuur en landschap.

 

Via Europese richtlijnen kregen we regels voor natuurbescherming, die we later probeerden op te rekken met het PAS. Begin jaren negentig overstroomden de rivieren. We kregen de ‘watertoets’ in bestemmingsplannen en bouwen in het stroomgebied werd ingeperkt. Uit de vuurwerkramp in Enschede in 2000 bleek dat afstanden nodig zijn tussen bepaalde functies om slachtoffers te voorkomen. Dat gold ook voor het voorkomen van Q-koorts.

 

En het houdt maar niet op. Vorig jaar ontdekte een huisarts die naast een bollenveld woont bestrijdingsmiddel …sorry gewasbeschermingsmiddel heet dat tegenwoordig… in de poep van zijn baby. Hiervoor zijn ook afstanden nodig. Hebben we eigenlijk wel genoeg Nederland voor al die in te bouwen afstanden? En wat doen we met geluidsoverlast van windmolens en warmtepompen? Met fijnstof van houtkachels? Met plastic in de dieren?

 

Ik zal maar stoppen. Regels zijn er niet om mensen of economische sectoren te pesten. Zij zijn een noodzakelijk kwaad omdat het niet automatisch goed gaat met veel mensen op een kluitje, die erg veel ambities hebben en niet kunnen kiezen tussen topprioriteiten. Regels moeten ons en andere levende wezens beschermen tegen onszelf. Helaas.

 

Wat dat betreft komt de stikstof- en PFAS-crisis op een perfect moment. Over waarschijnlijk  een jaar treedt de Omgevingswet in werking. Met een inhoudelijk samenhangende benadering (integraal afwegen) en een instrumenteel samenhangende benadering (beleidscyclus). Gepromoot is de wet met ‘eenvoudig beter’: minder regels, minder vergunningplichten. Keerzijde daarvan is meer verantwoordelijkheid bij de samenleving en een overheid ‘krachtig waar nodig en op afstand waar mogelijk’. Met vroege burgerparticipatie streven we naar verinnerlijking van het beleid en dan komen de juiste initiatieven. Goed plan, maar doet de samenleving wel mee?

 

Het rijk heeft al geleerd dat regels schrappen niet eenvoudig is. Het rijk heeft ook laten zien dat bij elkaar zetten al deregulering oplevert. Provincies zijn aan de slag. Ongeveer de helft van de gemeenten nog niet. Laten we maar eerlijk zijn: het is ook bepaald niet eenvoudig. En als rijkspolitici al bang zijn van boeren en bouwers die dezelfde argumenten hebben voor verschillende belangen: hoe moet dat dan voor raadsleden en provinciale bestuurders zijn, die daar veel dichterbij zitten?

 

Uit de huidige crisis blijkt dat een integrale benadering op zichzelf geen oplossingen biedt. Er zal gekozen moeten worden. Dat levert altijd boze mensen op. Daarom is goed dat nu landelijk en overal, zelfs bij burgers, het besef ontstaat dat niet alles meer kan. En dat keuzes consequenties hebben. Zelfs als je ze niet maakt. Regels vaststellen is geen belangenbehartiging.Het is belangen afwegen. En ‘in dit land’ doet dat vaak pijn. Je hebt er moed voor nodig. Wie durft?

 

Trees van der Schoot

Lees hier alle columns van Trees van der Schoot 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Frank van Unen (ambtenaar ruimtelijke kwaliteit) op
Uitstekende column!
Ik wil er nog aan toevoegen dat er vaak zo mooi wordt gezegd: we gaan overbodige regels schrappen.
Dat is natuurlijk een waarheid als een koe, waar natuurlijk niemand het mee oneens kan zijn. Wie wil er nou overbodige regels?
Maar de vraag is natuurlijk: welke regels zijn er dan daadwerkelijk overbodig? Dat zijn er helemaal niet zo veel, zo blijkt als je je er in verdiept.