of 59925 LinkedIn

De economie van de toekomst

Het moet me van het hart: ik stoor me aan economen. Economie is vooral goed voor analyses achteraf. Maar voor de rest is economie vooral emotie. Het lijkt nu veel op oktober 2008. Wij hadden toen ons huis in de verkoop en al een ander, oud huis gekocht.

Toen kieperde Goldman Sachs om. De overheid deed ook toen zijn best om ons een veilig gevoel te geven.  Maar het NOS journaal opende iedere dag met grafiekjes over kelderende aandelenkoersen. De ene econoom na de andere voorspelde een inktzwarte toekomst. Buikpijn leverde het op. Gek dat het consumentenvertrouwen ‘historisch laag’ werd? 


Terugkijkend: voor ons pakte het goed uit. Verbouwen werd hartstikke goedkoop. Dat compenseerde het lagere verkoopbedrag van ons huis dat 2 jaar te koop stond. Het was vooral de angst die het tot een lastige tijd maakte. Achteraf is het een prima beslissing geweest. Ook bedrijfsmatig heb ik mij vanaf 2010 opnieuw moeten uitvinden. Dat was ook eng en lastig. Maar ik ben ondernemer geworden: nu echt. Mijn vader, toen 90, had gelijk toen hij zei: ‘Ach meisje, crisissen komen en crisissen gaan. Volhouden: dat is de kunst.’

 

Nu voorspellen economen de ‘diepste recessie van na de wereldoorlog, misschien zelfs wel van ervoor’. Nou, nou. Onze gebouwen staan nog fier overeind, hoor. Onze infrastructuur ligt er puik bij. We hoeven geen bloembollen te eten. We worden niet vervolgd en doodgeschoten. Er is geen massaal verdriet of schuldgevoel. Zullen we even niet overdrijven? Als we al bang moeten zijn, dan toch voor de gevolgen van drie extreem droge jaren en 40 graden celsius in de zomer. Over een gezonde leefomgeving dus.

 

Wiebes kondigde aan dat bedrijven moeten omschakelen naar de nieuwe economie. Wat dat is, vertelde hij er niet bij. Volgens de Volkskrant is dat een economie waarbij we meer thuiswerken en bij een lichte griep thuisblijven. Lijkt me goed voor de luchtkwaliteit en het ziekteverzuim. Je besmet daardoor geen collega’s en voorkomt een burn out.

Een ander artikel besprak hoe onvriendelijk de geopolitiek van China is:  afhankelijk maken en daarna criticasters bestraffen. Amerika is ook al niet zo vriendelijk. Over Rusland hebben we het maar niet. Geopperd werd dat we meer maakindustrie in eigen land moeten houden. En ook qua voedselvoorziening meer zouden kunnen samenwerken binnen Europa. Onze coronagezant vindt dat we moeten investeren in Afrika. Dat kost wat, maar is in ons eigen belang. Dat voelt misschien ook wel goed. Nationalisme en protectionisme zijn heel slecht, maar te veel globalisering ook. Kennis- en diensteneconomie en wat meer maakindustrie. Europese samenwerking. Solidariteit. Klinkt toch niet verkeerd?

 

Een ander artikel ging over cultuur in Duitsland. Daar doet men niet zo moeilijk over subsidies. Cultuur en kunst zijn immers goed voor de mensen. Het mag wat kosten. Vanmorgen op LinkedIn: we moeten mensen omscholen voor sectoren waar wel werk is. Die zijn er genoeg. Lijkt me een goed idee. Praktisch ook en hoopgevend.

 

Maar: over welk werk heb je het dan? De evenementen zijn het even niet. Wat dan wel? Dat staat in een van de vier prioriteiten van de ontwerp Nationale Omgevingsvisie: prioriteit duurzaam economisch groeipotentieel. Het komt neer op een circulaire economie (in 2050 en volledig CO2 neutraal) en de veranderingen van productieprocessen. In acht beleidskeuzes staat daar de economie van de toekomst beschreven. Bij brief van 23 april jl kondigde de minister een aanscherping aan: meer inzetten op gezondheidsbevordering. Het is een duidelijk verhaal. Bovendien: goed voor de kwaliteit van de leefomgeving. Misschien moeten ze daar eens een persconferentie aan wijden.

 

Het roept wel vragen op: is de compacte stad nog zo’n goed idee? Of moeten we – net als in Finland – veel meer buurtwinkels maken. Daar doen ze dat zodat je 25 graden onder nul gegarandeerd boodschappen kunt doen. Een mooi idee om anderhalve meter te halen. Wordt het ook weer gezelliger in de buurt. Doen we er gelijk een buurtkroegje en kinderboerderijtje bij. Kleinschaligheid dus. Mooi idee voor de onverplichte programma’s van de Omgevingswet.

 

Het Outletcentrum in Roermond had op de eerste openingsdag al om 14.30 uur de toegestane drieduizend bezoekers. Hoe gaat dat verder? Doen we na een telefoontje van het Outlet naar de douane de grens dicht? Hoe regel je een maximum voor winkelende mensen, boswandelaars, strandliggers of pretparkbezoekers? Met tickets vooraf? Anders moeten we maar veel BOA’s, douanebeambten en politieagenten gaan opleiden en gevechtstraining geven. Of vrijetijdsbegeleiders, die mensen leren thuis te hobbyen. Net als in de jaren vijftig toen er nog geen geld en mogelijkheden waren voor veel fun buitenshuis.

 

Kortom: werk aan de winkel. Never waste a good crisis. Economen: ga eens positief vooruitdenken.

 

Trees van der Schoot
Lees hier meer columns van Trees van der Schoot

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.