of 62812 LinkedIn

Afval van de bovenste plank

Onlangs is het Nationaal Platform Plastics Recycling opgericht, met als doel de versnelling van innovatie en publiek-private samenwerking op het gebied van plastics recycling. Men kijkt dan naar de sleuteltechnologie voor het aanpakken van plastic afval.

Aan tafel zitten stevige clubs als het Afvalfonds, TNO en de DPI (polymer research platform). Ook het KIDV (Kennis Instituut Duurzaam Verpakken) maakt zich al jaren sterk voor het inzamelen en recyclen van verpakkingsmaterialen waaronder kunststoffen. In de Raad van Toezicht zitten niet de minsten: Afvalfonds Verpakkingen, Centraal Bureau Levensmiddelenhandel en de Raad Nederlandse Detailhandel.  

 

Iets meer dan de helft van de kunststoffen wordt ingezameld voor recycling, en daarmee loopt Nederland boven het Europees gemiddelde. Maar de afzet ervan loopt nog niet zo goed. Bij het sluiten van de kringloop is de afnemer wellicht de belangrijkste schakel, die moet het regranulaat (gerecycelde kunststof) weer opnieuw in zijn producten inzetten. Daarbij zijn er al twee hobbels: de lage prijs van nieuwe (“virgin”) kunststoffen en de kwaliteit van regranulaat uit voor- of nascheiding van huishoudelijk afval. Er wordt daarom gepleit voor het opnemen van een minimum percentage regranulaat in kunststof producten.

 

Maar wat vinden de afnemers van het ingezameld kunststof? Hoe zien zij de kwaliteit het liefst en in welke marktsegmenten kan het regranulaat dan met een passende kwaliteit-prijsverhouding worden aangeboden. Het antwoord dat hier uit kan rollen is dat de kwaliteit van de kunststoffen beter moet. Dat kan door bijvoorbeeld meer kunststofverpakkingen apart terug te brengen, bijvoorbeeld via een statiegeldsysteem. Een stevige analyse op deze marktsegmenten kan inzicht geven.

 

Belangrijker is wellicht dat alle partners in de keten meedoen en niet alleen de vervuiler. Als we naar een 100 procent circulaire samenleving toe willen, dan moet iedereen aan tafel en kan het niet alleen op de schouders rusten van de partijen die er nu aan werken. Daarbij moeten we de optie niet schuwen om kunststofverpakking door andere materialen te vervangen, of uit te faseren door slimmer te verpakken.

 

Voor deze zaken zou onderzoek- en ontwikkelingsgeld moeten worden ingezet. Omdat de inzet van minder kunststoffen niet altijd in het belang is van sommige partijen aan tafel, ligt hier een taak voor een onafhankelijke sturende organisatie. Het kost tijd en inzet, maar dan krijgen we ook regranulaat van de bovenste plank.

 

Jan-Henk Welink  

Lees hier meer columns van Jan-Henk Welink 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.