of 59345 LinkedIn

Veiligheidssituatie in chemie ‘gevaarlijk en onwenselijk’

Tussen 2006 en 2017 hebben negen van de tien chemische bedrijven zich niet aan de veiligheidsregels gehouden. Bijna vijfhonderd bedrijven chemische bedrijven gingen in totaal 7000 keer in de fout. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Reden voor CU-Kamerlid Carla Dik-Faber om de staatssecretaris te vragen hoe zij die veiligheidscultuur wil gaan verbeteren.

Negen van de tien chemische bedrijven hebben zich tussen 2006 en 2017 niet aan de veiligheidsregels gehouden. Bijna vijfhonderd bedrijven chemische bedrijven gingen in totaal 7000 keer in de fout. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Reden voor CU-Kamerlid Carla Dik-Faber om de staatssecretaris te vragen hoe zij die veiligheidscultuur wil gaan verbeteren.

Noitoire veelplegers
Vorige week maakte NRC Handelsblad bekend dat negen van de tien chemische bedrijven zich niet aan veiligheidsregels hebben gehouden tussen 2006 en 2017. Criminologen van de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit Amsterdam onderzochten 494 chemische bedrijven die door de overheid ‘majeure risicobedrijven’ worden genoemd. Het onderzoek verschijnt later dit jaar. Ruim een derde van de onderzochte bedrijven bevindt zich in Zuid-Holland en Zeeland (177). De rest is gevestigd in Noord-Brabant (80) en Limburg (50). 7 procent van de bedrijven overtreedt stelselmatig de regels en heeft meer dan veertig overtredingen gemaakt. Deze ‘notoire veelplegers’ nemen een kwart van de overtredingen voor hun rekening, terwijl slechts een op de tien controles bij hen plaatsvindt. 

Kleine nalatigheid, grote gevolgen
De bedrijven variëren in grootte: van multinationals als AkzoNobel en Shell tot kleine ondernemingen die opslag van giftige stoffen regelen. Ook de overtredingen variëren: van papierwerk of protocollen die niet op orde zijn tot verouderde machines, slechte brandbeveiliging en achterstallig onderhoud aan machines, waardoor giftige gassen kunnen weglekken. Arjan Blokland, hoogleraar criminologie aan Universiteit Leiden, stelt in NRC dat de ernst van de fout geen verband houdt met de ernst van de gevolgen: ‘Een kleine nalatigheid kan zeer grote gevolgen hebben.’ De brand bij ChemiePack, de explosie bij Shell Moerdijk in 2014 of de misstanden bij Odfjell in 2012 zijn daar voorbeelden van. Mede-onderzoeker Wim Huisman zei tegen EenVandaag dat er sindsdien wel verbeteringen zijn doorgevoerd. ‘Maar tegelijkertijd heeft bijna elk bedrijf in die tien jaar wel een overtreding begaan.’

Bij 40 procent geen overtreding in 2018
Tegenover EenVandaag reageerde de chemische sector op het nieuws door een overheidsrapport over 2018 aan te halen. De Vereniging Nederlandse Chemische Industrie (VNCI) stelt dat in het afgelopen jaar bij ruim 40 procent van de chemische bedrijven met hoog risico géén overtreding is geconstateerd. Chemische bedrijven die met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken vallen onder het Besluit risico's zware ongevallen (Brzo) en moeten er alles aan doen om de veiligheid van werknemers en omgeving te waarborgen. De bedrijven krijgen minstens één keer per jaar controle van de Inspectie, de brandweer of handhavers van de gemeente of de provincie.

Risicogericht werken
Handhavende diensten willen tegenwoordig risicogericht werken, zegt Huisman tegen EenVandaag. ‘De stempels 'veilig' of 'niet zo veilig' blijven daarbij soms langer bestaan dan dat de werkelijke situatie is.’Onderzoek uit 2014 van de Technische Universiteit Delft toonde aan dat chemische bedrijven soms ‘calculerend’ te werk gaan, schrijft NRC Handelsblad. Regels worden bewust overtreden om kosten te vermijden. Ook werken deze bedrijven niet mee aan controles. Kenmerkend, volgens het onderzoek, ‘is het streven naar winst en berekenend gedrag als motieven voor regelovertreding’. Het risico voor werknemers en de omgeving worden op de koop toegenomen, schrijft NRC.

'Gevaarlijk' en 'onwenselijk'
‘Erkent u dat in de chemische sector ook kleine overtredingen grote rampen tot gevolg kunnen hebben en dat deze situatie daarom gevaarlijk en onwenselijk is?’, vraagt CU-Kamerlid Carla-Dik Faber aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Milieu. Ze wil weten of de staatssecretaris een verklaring heeft voor het feit dat de kleine groep ‘veelplegers’ zo vaak in de fout gaat en wil weten of handhavende partijen wel voldoende wettelijke handvatten hebben om dit soort situaties aan te pakken en of ze inderdaad ‘risicogericht' werken. Verder wil ze weten wat Van Veldhoven doet om de veiligheidscultuur bij chemische bedrijven te bevorderen en of ze het eens is met Huisman dat daar regelmatig zou moeten worden gekeken naar de veiligheidssituatie. Ze wijst er verder fijntjes op dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in 2017 rapporteerde dat het toezicht op de veiligheid in de chemische sector nog niet op orde is.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Petra op
Is er hier ook een connectie met PFAS en het vigerende handelingskader daarvoor te leggen?
Door Annemarie (BRZO-inspecteur waterschappen) op
Nog een kleine toelichting op mijn andere stukje. Van elke inspectie wordt een rapport gemaakt dat openbaar is.
Alle inspecteurs krijgen een gedegen opleiding.
En als laatste opmerking richting meneer Fraans: Wij proberen een veiligheidsbesef tussen de oren te krijgen van de bedrijven die wij inspecteren. Natuurlijk worden er ook boetes uitgedeeld.
Door Annemarie (BRZO-inspecteur waterschappen) op
Elk bedrijf dat valt onder de regelgeving van het BRZO wordt jaarlijks bezocht. Dit bezoek vindt plaats door een team van ISZW, OD, Veiligheidsregio en vaak een waterschapper of iemand van RWS. Deze inspecties beslaan over het algemeen meerdere dagen waarin een bedrijf op een aantal van te voren bedachte punten geheel wordt doorgelicht. Naast deze inspecties vinden er de reguliere inspecties van de OD plaats. Verder vinden er ook onaangekondigde BRZO-inspecties plaats. Al met al wordt er veel tijd gestoken in het inspecteren van bedrijven die onder de BRZO-wetgeving vallen. Bedrijven die net niet onder het BRZO vallen gaan in de toekomst ook intensiever geïnspecteerd worden.
Door drs. ing. Jan Meinster (Sr. Beleidsmedewerker Industriele Veiligheid bij het Landelijk Expertisecentrum BrandweerBRZO) op
Het landelijke samenwerkingsverband BRZO+ presenteert jaarlijks de Monitor naleving en handhaving Brzo-bedrijven over de mate van naleving van de Brzo-regelgeving bij de Brzo-bedrijven op grond van toezichts- en handhavingsinformatie. Recent is de Monitor over het jaar 2018 aangeboden aan de Tweede Kamer. Binnen BRZO+ werken toezichthouders samen. Dat zijn de zes Brzo-omgevingsdiensten (in opdracht van het provinciaal bevoegd gezag Wabo), de Inspectie SZW, de veiligheidsregio’s, de Waterschappen en Rijkswaterstaat. Ook de Inspectie Leefomgeving en Transport en het Openbaar Ministerie maken deel uit van BRZO+. Staatstoezicht op de Mijnen is eveneens betrokken. Monitor naleving en handhaving Brzo-bedrijven 2018 treft u aan op:

https://brzoplus.nl/inspectie-resultaten/monitor …

Daarmee kunt u voor uzelf een beeld vormen over Brzo-toezicht en naleving in Nederland. Op basis van informatie van de inspectiediensten.
Door Walter Fraans op
Deze ernstige handhavingsproblemen bestaan al decennialang. Ze zijn op te lossen, door boetes bij elke herhaling verder te verdubbelen, tot een maximum bedrag.

Dat maximum boetebedrag kan afhankelijk zijn van de
laatst bekende jaarlijkse bedrijfswinst.

Door dat systeem komt er veel meer geld binnen bij de overheid aan boetes. Daarvan kunnen meer inspecteurs in dienst worden genomen.

Van notoire overtreders zouden ook de naam en vestigingsplaats moeten worden gepubliceerd op internet, door de overheid.

Voorlichting over veiligheidsregels en gezond werken kan doelmatig en kostenbesparend worden, via speciale internetfora van de overheid. Daarbij kunnen ook voorlichtingsvideo's op internet worden gebruikt. Veel forum-software is gratis.

Bedrijven en burgers kunnen op die webfora anoniem in gesprek gaan met top-experts van overheid en universiteiten, mits op een professioneel denkniveau.

Gebruik die digitale communicatievormen ook voor permanente en kostenbesparende bijscholing van veiligheidsinspecteurs en beleidsmakers.