of 59162 LinkedIn

Vastgeroest denken zit vernieuwing mobiliteit in de weg

Het oude denken in termen van meer spoor en bredere snelwegen is bij zowel rijk als decentrale overheden nog steeds leidend. Daardoor blijft de noodzakelijke omslag naar vernieuwende en meer duurzame vormen van mobiliteit uit, concludeert de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) in het vandaag verschenen rapport Van B naar anders. Het rijk moet het voortouw nemen tot verandering.

Het oude denken in termen van meer spoor en bredere snelwegen is bij zowel rijk als decentrale overheden nog steeds leidend. Daardoor blijft de noodzakelijke omslag naar vernieuwende en meer duurzame vormen van mobiliteit uit, concludeert de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) in het vandaag verschenen rapport Van B naar anders. Het rijk moet het voortouw nemen tot verandering.

Keuze voor schijnzekerheden 

‘Het gaat niet meer om de keuze tussen auto, ov en fiets maar om de vraag waar en wanneer welke vervoerswijze het beste past om mensen daar te laten komen waar ze willen zijn’, schrijft de raad. Dat nieuwe besef is onvoldoende bij de verantwoordelijke bestuurders doorgedrongen. In de dagelijkse praktijk blijken politieke voorkeuren en de ontwikkeling van kennis nog steeds sterk georiënteerd op de traditionele vervoerswijzen. De ‘schijnzekerheid’ van die oude oplossingen wordt verkozen boven de onzekerheid van mogelijke nieuwe.

Verplaatsing van problemen
De Rli constateert dat de oplossing van een knelpunt op een rijksweg nu vaak leidt tot verplaatsing van het probleem naar het onderliggende wegennet. Idem mondt uitbreiding van het hoofdspoor uit in capaciteitsproblemen bij het aansluitende ov-netwerk (metro, bus, tram). Daarnaast leidt de versnippering van het bestuurlijke mandaat in het vervoer ook tot een versnipperde aanpak, vooral gericht op prestatie-afspraken voor het eigen vervoersproduct in plaats van op het belang van de reiziger.

 

Gebiedsgerichte samenwerking
Als oplossing pleit de raad voor ‘gebiedsgerichte samenwerkingen’, waarbij de specifieke regionale mobiliteitsbehoefte leidend is bij de gezamenlijke inspanning van rijk, provincie, gemeente en andere  partners. Daarbij verdient ‘duurzaamheid’ een veel prominenter plek in het afwegingskader. De raad ziet voldoende pilots rondom vernieuwende vervoersconcepten, maar constateert dat opschaling ervan door koudwatervrees uitblijft.

Nieuwe bereikbaarheidswet
De focus bij investeringen in mobiliteit moet volgens de Rli niet langer gericht zijn op aanleggen van nieuwe infrastructuur. Het verdient de voorkeur het gebruik van de bestaande voorzieningen te verbeteren en vooral te investeren in vernieuwende mobiliteitsconcepten (mobility as a service, het op basis van apps beter delen van auto’s, zelfrijdend openbaar vervoer, enzovoort).  Het rijk zou daarin het voortouw moeten nemen, onder meer met de opstelling van een nieuwe Bereikbaarheidswet die huidige toetredingsbarrières voor aanbieders van vernieuwende vervoersconcepten wegneemt.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.