of 59147 LinkedIn

Twijfels over toezicht op bodem

Eerder waarschuwden verschillende diensten en instanties de Tweede Kamer al dat door de decentralisatie het toezicht op verontreinigde grond ‘uitgekleed’ dreigt te worden. Het is de bedoeling dat gemeenten per 1 januari 2021 het bevoegd gezag worden voor de bewaking van de bodemkwaliteit. Ze krijgen daarmee de ruimte om eigen beleidskeuzes te maken.

Regeringspartijen CDA en D66 hebben twijfels over de decentralisatie van het toezicht op de bodemkwaliteit naar de gemeenten. Dat blijkt uit vragen die ze hebben gesteld over een aanvulling op de Omgevingswet.

Vraagtekens regeringspartijen bij decentralisatie

Eerder waarschuwden verschillende diensten en instanties de Tweede Kamer al dat door de decentralisatie het toezicht op verontreinigde grond ‘uitgekleed’ dreigt te worden. Het is de bedoeling dat gemeenten per 1 januari 2021 het bevoegd gezag worden voor de bewaking van de bodemkwaliteit. Ze krijgen daarmee de ruimte om eigen beleidskeuzes te maken. Het CDA merkt op dat de nieuwe taak van de gemeenten vraagt om veel kennis over chemie en bodem.

”In hoeverre is deze kennis aanwezig bij gemeenten, en kunnen zij op basis hiervan zelfstandig afwegingen te maken”, zo vraagt de Kamerfractie aan de minister van Binnenlandse Zaken. ‘Indien niet alle gemeenten die afweging goed kunnen maken, in hoeverre is het dan voor een goed bodembeleid zinvol om een brede afwegingsruimte aan gemeenten te laten?’

Risicovolle activiteiten
Ook D66 wil weten of het lokaal bestuur wel berekend is op haar nieuwe taak. De fractie vraagt of gemeenten ‘voldoende capaciteit en expertise’ hebben om de risico’s voor bodemverontreiniging in de bodem juist te kunnen inschatten. ‘In hoeverre acht de regering het wenselijk dan wel nodig om de gemeenten hiervoor extra middelen ter beschikking te stellen?’ De GroenLinks-fractie in de Tweede Kamer maakt zich zorgen dat ‘het beoogde flexibelere afwegingskader’ vooral veel minder bescherming voor mens en milieu zal opleveren. Deze fractie pleit voor een strak ‘nee-tenzij’ regime voor risicovolle activiteiten in de bodem.

Versnipperd
Enkele weken geleden sloeg de Landelijke Werkgroep Ketentoezicht Bodem, Bagger, en Bouwstoffen (KBBB) al alarm over de voorgenomen wijziging van de regelgeving voor de bodemkwaliteit. In de werkgroep zitten onder meer de omgevingsdiensten, de politie, de Inspectie Leefomgeving en Transport, waterschappen en Rijkswaterstaat. Ze schreven de Tweede Kamer in een brandbrief dat het toezicht op bodemkwaliteit versnipperd dreigt te raken als gemeenten hun eigen normen gaan hanteren. ‘We weten dan niet meer waar de verontreinigde grond blijft’, meende Jeroen Telder, voorzitter van de Landelijke Werkgroep KBBB.

Legesverbod
Krachtens de Omgevingswet mogen de gemeenten voor de bewaking van de bodemkwaliteit leges gaan heffen. Het verbod daarop wordt opgeheven. De VVD wil van minister Ollongren van Binnenlandse Zaken weten of gemeenten ook kunnen besluiten om de heffing toch niet op te leggen. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Ben Zuur (Gemeentelijk ex bodemspecialist en Besluit bodemkwaliteit) op
In de grotere gemeenten is deze kennis meestal wel aanwezig bij de kleinere gemeenten niet. Echter er is altijd een spanningsveld tussen Openbare werken en de afdeling milieu. Openbare werken wil snel zonder gezeur en milieu wil het goed hebben daar rent nog het gemeentebestuur tussendoor. Als de Omgevingsdienst waar de kennis ook steeds toeneemt, strak handhaaft zie ik geen problemen.
Door Marquis de Canteclair (Civ em.) op
1.De gezochte kennis is nergens meer aanwezig m.u.v. de grote adviesdiensten.
2.Die kennis kan men ook niet eer verwerven, immers, iedere ambtenaar is boekhouder, communicatiewetenschapper of politieke drs.
3.de laatste alinea is muziek in de oren van de uitknijpers: zelfs in Rommeldam kwam men niet op dit idee.
4.Wetsvoorstel is inclusief gratis abonnement Voedselbank.