of 59345 LinkedIn

Shell: ‘Betrek markt eerder bij het energiebeleid’

Shell en gemeenten, het lijkt momenteel nog niet de meest voor de hand liggende combi. ‘We zijn natuurlijk ook nog een fossiel bedrijf’, zegt Marjan van Loon. Ook voor Shell betekent de energietransitie een andere manier van werken.
© Shutterstock

Gemeenten moeten leren samenwerken met energiebedrijven om van fossiele brandstoffen verlost te worden. Shell is volgens president-directeur Marjan van Loon één van die partijen, zeker na de mogelijke overname van Eneco.

Shell en gemeenten, het lijkt momenteel nog niet de meest voor de hand liggende combi. ‘We zijn natuurlijk ook nog een fossiel bedrijf’, zegt Marjan van Loon. ‘Ik begrijp het best als mensen denken: als jullie het nou eerst zelf eens allemaal duurzaam aanpakken, heb je al een groot stuk van de energietransitie opgelost. Maar het kost tijd en we kunnen het niet alleen. We zullen deze opgave samen met andere partijen moeten oppakken. Partijen die wij nog niet zo heel goed kennen omdat ze niet op de fossiele markt aanwezig zijn. Zij moeten ons leren vertrouwen. Niet denken dat wij de boel komen overnemen. Maar ook wij, op onze beurt, zullen moeten leren dat vertrouwen te winnen door als partner op nationaal én lokaal niveau samen te werken.’

Lokale uitdaging
Ook voor Shell betekent de energietransitie immers een andere manier van werken. De toekomstige energievoorziening zal volgens haar op lokaal niveau vormgegeven moeten worden. ‘Dáár gaat de verandering plaatsvinden. Van olie produceren in Afrika en dat dan met een boot naar China sturen, naar windparken op zee die met grote kabels de stroom naar het land voeren, waar de elektriciteit verder wordt verdeeld. Of waar de elektriciteit wordt opgeslagen in de vorm van waterstof. Het wordt een lokale uitdaging: hoe krijg je betaalbare en schone energie op de goede plek?’

Klantgedreven
Daarmee, stelt Van Loon, wordt de energietransitie ‘een klantgedreven proces. Waar nu de locatie van energie­systemen bepalend is – waar je olie en gas vindt, gaat de infrastructuur de grond in – zal dat bij duurzame energie worden bepaald door de locatie van de eindgebruiker: een burger of een groot industriebedrijf. Als Shell zijn we zeer geïnteresseerd in hoe dat nieuwe energiesysteem eruit zal komen te zien. En we willen in alle stukjes ervan meedoen. Niet alleen bij het opwekken van, bijvoorbeeld, windenergie, maar ook hoe je die vervolgens op de juiste plekken krijgt; de omzetting en de opslag. Zo kunnen we de eindgebruiker voorzien van een reeks duurzame opties. Van benzine tot elektrisch snel laden, van vloeibaar aardgas tot waterstof en van aardwarmte tot groene stroom. Wat is het aantrekkelijkste alternatief? Wat is nog betaalbaar?’

Ratjetoe
Daar komen de gemeenten in beeld. Want die moeten er met hun klimaatambities en warmteplannen immers voor gaan zorgen dat de energietransitie geen ratjetoe van energiebronnen wordt, maar een per wijk gecoördineerd proces. ‘Mijn indruk is dat veel gemeenten inmiddels wel hun doelen hebben gesteld’, geeft Van Loon aan. ‘Het enthousiasme is er, maar de route om die doelen te realiseren moet veelal nog worden ontwikkeld. En dus moet er nog heel veel gebeuren.’ Zo mist ze, bijvoorbeeld, afspraken tussen het rijk, de regio en de gemeenten. ‘Dat moet nog allemaal, samen met partijen als Stedin en TenneT, in de regionale energiestrategieën worden ingebouwd. We moeten systeemdenken; over ketens en fysieke grenzen heen samenwerken met de overige overheden om in een regio te kiezen voor de meest ideale lokale energiebron.’

Versnellen
Gemeenten zouden hun vergunningstrajecten kunnen versnellen en, vooral, duidelijke keuzes moeten maken. ‘Wanneer we als Shell nu in een gemeente een elektrische laadpaal aan willen leggen, dan kost dat qua vergunningen bijna een half jaar. Onze raffinaderij in Pernis moet flink in CO2-footprint naar beneden en in feite de operaties elektrificeren met groene stroom. Dan hebben we daarover een gesprek met TenneT voor een elektriciteitskabel met hoog vermogen en krijgen we te horen dat ze, gezien alle andere afspraken, op z’n vroegst in 2028 gereed kunnen hebben. Dat is lastig als je al in 2030 klaar moet zijn. Sterker: dat gaat helemaal niet.’

Betaalbaar
Wat zou Van Loon een wethouder in een middelgrote gemeente adviseren? ‘Zoek aansluiting bij je regio en het landelijke beleid. En voer de discussie voorafgaand aan het warmteplan niet alleen met je bevolking en de raad, maar ook, in parallelle sessies, met de diverse marktpartijen en aangrenzende gemeenten’, zegt ze. ‘Het wordt een enorme puzzel om al die partijen logisch aan elkaar te linken. En de uiteindelijke uitkomst zal in elke gemeente weer anders zijn. Hoe beter de plannen door systeemdenken, hoe sneller en betaalbaarder ze worden.’ Met verschillende gemeenten is Shell al aan de slag op het gebied van aardwarmte en mobiliteit.

Imago
Stuit ze daarbij, gezien het imago van het bedrijf, nog weleens op Shell-scepsis bij
gemeenten? ‘Als je de gemeenten persoonlijk spreekt, zijn mensen oprecht positief. Kom ons maar helpen. Vooral ten aanzien van het kennisdeel. Ik denk overigens ook niet dat Shell bij élke gemeente betrokken hoeft te zijn, maar bijvoorbeeld wel bij die waar we al een fabriek of een andere installatie hebben. We kunnen de opties voor gemeenten helpen in kaart te brengen. Wij hebben de contacten met die andere partijen en kunnen ze uitnodigen mee aan tafel te gaan.’

Lees het volledige interview in Binnenlands Bestuur nr. 17 van deze week (inlog)

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.