of 59162 LinkedIn

RLI: NOVI mist een richtinggevende visie

Schrap de perspectiefgebieden. Start analoog aan de voormalige Vinexwijken nu een soort ‘NOVI-wijken’ om de bouwopgave vlot te trekken. En zet voor de uiteenlopende regionale opgaven regionale beleidsdirecties in, bemenst vanuit regio én rijk. Dat zijn enkele van de voor gemeenten en provincies opvallendste punten in een analyse van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI).

Schrap de perspectiefgebieden. En zet voor de uiteenlopende regionale opgaven regionale beleidsdirecties in, bemenst vanuit regio én rijk.

Lakmoesproef
Dat zijn enkele van de voor gemeenten en provincies opvallendste punten in een analyse van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI). Een uitgesproken kritische analyse. De raad concludeert dat in de NOVI een samenhangend oordeel over de toekomst van Nederland ontbreekt. Ook blijft een aantal belangrijke ruimtelijke vraagstukken (zoals de begrenzingen voor de luchtvaart) erin onbesproken. En dat terwijl de NOVI volgens de RLI juist een ‘lakmoesproef’ zou moeten zijn voor het werken met het nieuwe omgevingsbeleid.

 

Fossiele economie

In de ontwikkeling van de NOVI mist de raad vooral de politieke discussie die eraan vooraf had moeten gaan. Concreet: ‘Als er gekozen wordt voor een duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland, is er dan nog plek voor een fossiele economie, een niet-circulaire landbouw en een op groei gebaseerd luchtvaartbeleid. Zo niet, dan moet daar nu al op worden voorgesorteerd.’ Ook moet beter inzichtelijk worden gemaakt waar in het land top-downkeuzes vanuit het rijk moeten worden geforceerd (bijvoorbeeld voor infrastructuur die van nationaal belang is) en waar met een bottom-up procedure vanuit het regionale perspectief kan worden gewerkt.

 

Tweederangs gebied

Opvallend is dat de zogenaamde ‘perspectiefgebieden’ in het rapport worden afgeserveerd. Dat leidt, in de woorden van de raad, tot een ‘rat race’ of ‘beauty contest’ tussen de verschillende achterstandsregio’s en zou als ongewild bijeffect ook eersterangs- en tweederangs gebieden kunnen opleveren. In de ogen van de RLI moet het land worden opgedeeld in circa dertig stedelijke en rurale regio’s met elk een eigen opgave. ‘In de veenweidegebieden gaat het bijvoorbeeld om het tegengaan van bodemdaling, op de zandgronden om de beperking van de gevolgen van intensieve veeteelt en in Noord-Nederland om de verduurzaming van de energiewinning.’

 

Ambachtelijke capaciteit

Om dat te bereiken is versterking van de regionale governance vereist via meer ambtelijke capaciteit op beleidsniveau. Wat de RLI betreft kan de vroegere rijksvertegenwoordiger in de regio weer van stal worden gehaald. Of moet worden gedacht aan ‘regionale beleidsdirecties’, waarin vertegenwoordigers van regio én rijk worden ondergebracht.

 

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 22 van deze week

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht