of 59345 LinkedIn

Rivierenland: meer regionale samenwerking bij bouw

Het bedrijfsleven in de regio Rivierenland wil meer samenwerking tussen ondernemers en gemeenten bij de aanbesteding van (bouw) projecten. Een ‘marktdag’ moet de partijen bijeen brengen.

Het bedrijfsleven in de regio Rivierenland wil meer samenwerking tussen ondernemers en gemeenten bij de aanbesteding van (bouw) projecten. Een ‘marktdag’ moet de partijen bijeen brengen.

Bouwend Nederland regio oost, VNO-NCW Rivierenland en de Kamer van Koophandel (KvK) Midden- Nederland organiseren aanstaande donderdag de eerste ‘marktdag’ voor Rivierenland. Op de dag wordt het gros van de gemeentelijke bouwopdrachten in de regio voor 2012 gepresenteerd, bij elkaar zo’n 150 miljoen euro.

 

Doel is dat regionale bedrijven meer opdrachten bij aanbestedingen van gemeenten en andere lokale overheden in de wacht slepen. Nu leggen lokale ondernemers het nog vaak af tegen grote (landelijke) spelers, weet Friso Hennings Backer van de KvK Midden-Nederland en een van de initiatiefnemers van de marktdag. ‘We horen steeds vaker geluiden van ondernemers dat ze niet meer mee kunnen doen bij regionale aanbestedingen. Veel kleine bedrijven in de regio weten niet precies hoe de ingewikkelde aanbestedingsprocedures werken.’

 

Voor de gemeente Tiel is de werkgelegenheid in de regio een belangrijke reden om mee te doen. ‘De grote aannemers beschikken vaak wel over kennis over aanbestedingsprocedures, waardoor de kleintjes buiten de boot vallen’, zegt Bart Bosman, projectleider bij de gemeente. ‘Wij willen regionale ondernemers niet verliezen.’

 

Regionale bedrijven zijn niet per definitie duurder dan de grote landelijke spelers, stelt Hennings Backer. Ze lopen vaak opdrachten van decentrale overheden mis vanwege ingewikkelde en soms zelfs ‘onzinnige’ eisen bij aanbestedingsprocedures. Hij noemt als voorbeeld de bouw van een school. ‘Sommige gemeenten stellen dan als eis dat een aannemer de afgelopen 2 jaar minimaal een school moet hebben gebouwd. Als je dat 3 jaar geleden hebt gedaan maakt dan opeens niets meer uit.’

 

Wethouder Laurens Verspuij (D66): ‘Als gemeente zijn we bovendien meer dan een aanbestedingsmachine. We hebben ook andere belangrijke doelstellingen dan de laagste prijs bedingen, zoals milieunormen.’ Bij openbare en niet-openbare aanbestedingen (zie kader) worden bedrijven volgens Pieter van den Eijnden van UNETO-VNI minder geprikkeld goed werk te leveren. Niet alleen door de geringe binding met de regio waar het werk wordt uitgevoerd. ‘Ook al heeft een bedrijf slecht werk afgeleverd, bij een volgende aanbesteding kan die onderneming niet geweigerd worden.’

 

Hij vindt dan ook dat gemeenten er goed aan doen via onderhandse aanbestedingen voor regionale ondernemers te kiezen. Zo worden duurzame banden opgebouwd, zegt Van den Eijnden. ‘Goed werk wordt beloond.’ Een gemeente zal na een geslaagd project immers graag opnieuw zaken doen met een ontwikkelaar. Volgens projectleider Bosman is de vrees voor vriendjespolitiek ongegrond. ‘De tijd dat de aannemer om de hoek op de achterkant van een sigarenkistje uitrekende hoeveel iets zou kosten is echt voorbij.’ Na de bouwfraude hebben overheden hun eisen voor aanbestedingen flink aangescherpt. Volgens sommigen zijn gemeenten zelfs te streng voor zichzelf.

 

Betere samenwerking is volgens Hennings Backer ook in het belang van de gemeenten. Rivierenland telt relatief veel kleine gemeenten die over weinig eigen deskundigheid beschikken. ‘De gemeenten huren dure ingenieurs van buiten in. Iedereen zit hier telkens het wiel opnieuw uit te vinden, dat is jammer.’ Aanbestedingsdeskundigen van brancheorganisaties Bouwend Nederland en UNETO-VNI (installatiesector) stellen dat gemeenten miljoenen euro’s verspillen door gebrek aan kennis .

 

Tien van de elf gemeenten in Rivierenland hebben elkaar inmiddels gevonden in een samenwerkingsverband, met onder meer een gezamenlijk inkoopbureau. Door kennis te delen, zou de bureaucratie teruggedrongen kunnen worden, denkt Hennings Backer. Uiteindelijk moet dat kosten besparen. De marktdag moet volgens hem als een ‘tussenstap’ in de samenwerking worden beschouwd.

 

Duurzaam

 

Ruim een jaar geleden ondertekenden acht partijen in Noord-Holland, waaronder de gemeenten Alkmaar, Hoorn en Enkhuizen, een vergelijkbaar samenwerkingsverband.

 

Ook in deze samenwerking wordt bij de aanbestedingen gekeken naar meer zaken dan alleen de laagste prijs. ‘We kijken niet alleen meer naar de goedkoopste inschrijving, maar bijvoorbeeld ook naar duurzaamheid en het stimuleren van het regionale bedrijfsleven’, zegt Ruud Oskamp, inkoper bij de gemeente Alkmaar.

 

De Noord-Hollandse stad zoekt volgens Oskamp steeds meer samenwerking met andere gemeenten in de omgeving, al dan niet ingegeven door bezuinigingen. Zo werkt Alkmaar met buurgemeenten Hoorn, Den Helder, Heerhugowaard en Bergen aan een gezamenlijke aanbestedingskalender voor leveringen en diensten. Volgens Oskamp komt een dergelijke kalender ook voor bouwprojecten op gang.

 

De ervaringen en de nieuwe vorm van aanbesteden in het afgelopen jaar zijn volgens Oskamp voorzichtig positief. ‘Het komt schoorvoetend op gang, maar er is duidelijk een omslag gemaakt.’ Een formele evaluatie moet nog volgen.  


Meer tijd maar deugdelijk
Tiel kiest bij de ontwikkeling van het cultuurcentrum Westluidense Poort voor de zogenaamde ‘concurrentiegerichte dialoog’, weer een andere variant van aanbesteden. Wethouder Laurens Verspuij (D66) wil het geen onderhandse aanbesteding noemen, maar er zijn wel overeenkomsten.

 

Na een eerste ronde blijven drie consortia over waarmee de gemeente in verschillende ronden in gesprek gaat. Daarmee wil Tiel in een vroeg stadium aangeven wat het met het project voor ogen heeft. ‘Nadeel is dat de aanbesteding langer duurt, maar wel deugdelijker gebeurt’, zegt Verspuij.

 

Op maandag 19 september organiseert Tiel een eigen marktdag over het project Westluidense Poort, waar (regionale) ondernemers bijgepraat kunnen worden over de aanbestedingsprocedure.


‘Miljoenen verspild bij aanbesteding’
Nederlandse gemeenten lopen miljoenen mis omdat zij onvoldoende op de hoogte zijn van de aanbestedingsregels. Dit zeggen aanbestedingsdeskundigen Pieter van den Eijnden van brancheorganisatie UNETO- VNI (installatiesector) en Joost Fijneman van Bouwend Nederland. Ze vinden dat (decentrale) overheden meer onderhands moeten aanbesteden in plaats van openbaar en niet-openbaar.

 

Voor onderhandse aanbestedingen kan niet iedereen zich inschrijven; een aantal partijen wordt uit genodigd door de opdrachtgever. Bij openbare aanbestedingen kan iedereen zich inschrijven. Bij niet-openbare aanbestedingen volgt na de inschrijving een selectie van minimaal vijf partijen, waaruit vervolgens een keuze wordt gemaakt.

 

Van den Eijnden en Fijneman zien grote kansen om kosten te besparen, zowel voor overheden als het bedrijfsleven. De aanbestedingsdeskundigen baseren zich op een onderzoek van consultantsbureaus Sira en Significant. Op basis hiervan stellen zij vast dat er jaarlijks 3.500 projecten zijn die onder de huidige Europese aanbestedingsdrempel van ruim 4,8 miljoen euro liggen en die openbaar en niet-openbaar aanbesteed worden.

 

Gemeenten kunnen bij projecten die onder de Europese aanbestedingsdrempel vallen zelf bepalen vanaf welk bedrag zij een aanbestedingsprocedure opstarten. De meeste gemeenten hanteren volgens Van den Eijnden een grens tussen de 100 en 200 duizend euro. Hij vindt dat gemeenten ‘veel te streng voor zichzelf zijn. Er worden nu vaak onnodig lage drempels gehanteerd, met veel administratieve rompslomp en hoge verwervingskosten tot gevolg.’

 

Van den Eijnden pleit ervoor de drempel voor openbare en niet-openbare aanbestedingen te verhogen naar 1,5 miljoen. Projecten onder dat bedrag zouden onderhands aanbesteed moeten worden.

 

Uit het onderzoek blijkt dat in 2007 de totale lasten van aanbestedingen ruim 1,1 miljard euro bedroegen. Daarvan kwam 366 miljoen euro voor rekening van de opdrachtgevers, de verschillende overheden. Onderhandse aanbestedingen zijn volgens het onderzoek van Sira en Significant veel goedkoper. Van den Eijnden en Fijneman gaan uit van een besparing van 25 duizend euro per aanbesteding.

 

Als 70 procent van de projecten onder de Europese drempel voortaan onderhands aanbesteed zou worden, bespaart dat op jaarbasis ruim 65 miljoen euro. Daarvan komt een derde ten goede aan de overheden en de rest aan het bedrijfsleven. Van den Eijnden: ‘Samenwerkingsverbanden bij aanbestedingen zijn leuk, maar als decentrale overheden hun drempel verhogen valt er pas echt winst te behalen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.