of 59318 LinkedIn

Rijk zakt voor lakmoesproef omgevingsbeleid

Schrap de perspectiefgebieden. Start analoog aan de voormalige Vinexwijken nu een soort ‘NOVI-wijken’ om de bouwopgave vlot te trekken. En zet voor de uiteenlopende regionale opgaven regionale beleidsdirecties in, bemenst vanuit regio én rijk.

Schrap de perspectiefgebieden. Start analoog aan de voormalige Vinexwijken nu een soort ‘NOVI-wijken’ om de bouwopgave vlot te trekken. En zet voor de uiteenlopende regionale opgaven regionale beleidsdirecties in, bemenst vanuit regio én rijk.

Kritische analyse over nationale omgevingsvisie

Dat zijn enkele van de voor gemeenten en provincies opvallendste punten in een analyse van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI). Een uitgesproken kritische analyse. De Raad concludeert dat in de NOVI een samenhangend oordeel over de toekomst van Nederland ontbreekt. Ook blijft een aantal belangrijke ruimtelijke vraagstukken erin onbesproken, zoals de begrenzingen voor de luchtvaart. En dat terwijl de NOVI volgens de RLI juist een ‘lakmoesproef’ zou moeten zijn voor het werken met het nieuwe omgevingsbeleid.

In de ontwikkeling van de NOVI mist de raad vooral de politieke discussie die eraan vooraf had moeten gaan. Concreet: ‘Als er gekozen wordt voor een duurzaam economisch groeipotentieel voor Nederland, is er dan nog plek voor een fossiele economie, een niet-circulaire landbouw en een op groei gebaseerd luchtvaartbeleid. Zo niet, dan moet daar nu al op worden voorgesorteerd.’

Ook moet beter inzichtelijk worden gemaakt waar in het land top-downkeuzes vanuit het rijk moeten worden geforceerd (bijvoorbeeld voor infrastructuur die van nationaal belang is) en waar met een bottom- up procedure vanuit het regionale perspectief kan worden gewerkt.

Maatwerk volstaat niet
Daarnaast zou de NOVI gemeenten en provincies een beter juridisch instrumentarium moeten aanreiken. Bijvoorbeeld door het expliciet opnemen van klimaatdoelen in de Klimaatwet. Nu is het volgens de raad nog te vaak onduidelijk ‘welke combinatie van functies wanneer en in welk gebied de voorrang krijgt boven de andere’. De NOVI dient ‘richtinggevende uitspraken, inrichtingsprincipes en afwegingsregels (zoals ladders)’ te bevatten om de besluitvorming in de diverse regio’s te ondersteunen. De gedachte dat zoveel mogelijk ruimte moet worden gegeven aan regionaal maatwerk volstaat niet.

Verder bepleit de RLI de oprichting van een nationaal ‘Omgevingsfonds’, waarbij het rijk regionale opgaven meefinanciert wanneer die bijdragen aan nationale doelen. Plus een eigen NOVI-budget als verbindend ‘smeermiddel’ tussen sectorale investeringen, analoog aan de vroegere BIRK-gelden (Budget Investeringen Ruimtelijke Kwaliteit). Ook wordt in het rapport een lans gebroken voor de vroegere Vinex-wijk: door het rijk aangewezen maar regionaal ontwikkelde bouwlocaties. Opvallend is dat de zogenaamde ‘perspectiefgebieden’ in het rapport worden afgeserveerd. Dat leidt, in de woorden van de raad, tot een ‘rat race’ of ‘beauty contest’ tussen de verschillende achterstandsregio’s en zou als ongewild bijeffect ook eersterangs- en tweederangs gebieden kunnen opleveren.

Dertig regio's
In de ogen van de RLI moet het land worden opgedeeld in circa dertig stedelijke en rurale regio’s met elk een eigen opgave. ‘In de veenweidegebieden gaat het bijvoorbeeld om het tegengaan van bodemdaling, op de zandgronden om de beperking van de gevolgen van intensieve veeteelt en in Noord-Nederland om de verduurzaming van de energiewinning.’

Om dat te bereiken is versterking van de regionale governance vereist via meer ambtelijke capaciteit op beleidsniveau. Wat de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur betreft kan de vroegere rijksvertegenwoordiger in de regio weer van stal worden gehaald. Of moet worden gedacht aan ‘regionale beleidsdirecties’, waarin vertegenwoordigers van regio én rijk worden ondergebracht.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.