Advertentie
ruimte en milieu / Nieuws

Rechtszaak kan grote gevolgen hebben voor netwerkbeheer

De rechter in Groningen zal zich in een bodemprocedure moeten uitspreken over de vraag wie de eigenaar is van het ondergrondse elektriciteiets netwerk: zijn dat de lokale overheden of is dat regionale beheerder Enexis? De gevolgen voor onderhoud en beheer kunnen groot zijn.

17 maart 2012

Een lopende bodemprocedure voor de rechtbank in Groningen over het eigendom van de ondergrondse kabels kan grote gevolgen hebben voor beheer en onderhoud van het elektriciteitsnetwerk.

 

140.000 lantaarnpalen
De zaak dient in bodemprocedure en is een nasleep van een eerder kort geding waarbij netwerkbeheerder Enexis de provincies Groningen en Drenthe plus 27 gemeenten had gedaagd. Dit omdat zij het onderhoudscontract van de 140.000 lantaarnpalen in de beide provincies hadden opgezegd. Dit onderhoud werd al sinds eind jaren 80 van de vorige eeuw gedaan door – een dochterbedrijf van – Enexis.

 

Overheden eigenaar
De beheerder claimde de palen in eigendom te hebben en vocht het opzeggen van het onderhoudscontract voor de rechter aan. Deze stelde vorige maand echter de provincies en de gemeenten in het gelijk. Zij gaan het onderhoud nu Europees aanbesteden.

 

Bodemprocedure belangrijk
Maar de vraag van wie het ondergrondse kabelnetwerk nu eigenlijk is, zal in een bodemprocedure worden beantwoord. Deze kwestie stijgt wat belang betreft ver uit boven de lantaarnpalen-uitspraak, aldus Han Slootweg, hoogleraar slimme elektriciteitsnetwerken aan de TU  Eindhoven.

 

Europees aanbesteden
'Tot nu toe gaat iedereen ervan uit dat het elektriciteitsnet in bezit is van regionale beheerders als Liander, Enexis of andere netwerkbedrijven. Als de rechter oordeelt dat de provincies en gemeenten eigenaar zijn, dan zouden de lokale overheden ook dit onderhoud Europees mogen aanbesteden. ‘

 

Wie is verantwoordelijk?
Hierdoor kun je meerdere partijen op het netwerk krijgen. In het ergste geval voorziet de hoogleraar onduidelijkheid, om niet van chaos te spreken. ‘Als je per strekkende meter kabel een andere beheerder hebt, wie is dan verantwoordelijk als er een storing is? Het onderhoud van de ene gemeente raakt dan direct de prestaties en de staat van het net, beheerd door de andere gemeente of provincie. Dat maakt het heel lastig’.


Lees in Binnenlands Bestuur magazine deze week: Touwtrekken met kabels (online magazine)

Reacties: 1

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.

Jan R. de Jong / algemeen adviseur en voorzitter ambtelijke werkgroep energie Stg. OV Fryslân
Een aardige casus met een leuk rookgordijn en toch zijn deze zaken al lang geregeld. De rechter heeft een heel begrijpelijke en terechte uitspraak gedaan over het eigendom van de installaties, zijnde ondermeer de lichtmasten. Deze zijn eigendom van de betreffende overheden.



Voor het eigendom van leidingennet lijkt het net zo eenvoudig als wat geldt voor de installaties. Het zogenaamde laagspanningsnet eindigt waar de zogenaamde hoofdzekering of hoofdzekeringen is respectievelijk zijn geplaatst en de huisinstallatie begint. Voor de vele afnemers van energie is dat direct voor de meter.



Voor het openbare verlichting geldt in principe precies het zelfde, echter er verschillende vormen van aansluitingen op het net. In een groot aantal situaties is er sprake van een gemengd net, waarbij de lichtmasten feitelijk rechtstreeks gekoppeld zijn in het laagspanningsnet. In andere situaties zijn de lichtmasten gekoppeld, veelal in een lus, via een afzonderlijk net, welke op één punt is aangesloten op het laagspanningsnet.



In beide situaties stopt naar mijn mening de verantwoordelijkheid van de netbeheerder bij de (hoofd)zekering. Dat is in een situatie van een gemengd net bij de zekering van de mast en bij een gescheiden net voor openbare verlichting bij de zekering en koppeling van de genoemde lus op het laagspanningsnet. Een aanvullende opmerking is, dat een groot deel van de openbare verlichting geen energiemeter heeft en dat er dus daarmee sprake is van een capaciteitsaansluiting.



Naar mijn mening is er dus geen verschil qua eigendom- en risicobepaling tussen een aansluiting van openbare verlichting en een reguliere aansluiting klein verbruik.

Advertentie