of 59147 LinkedIn

Provinciale natuurclubs ontvangen veel minder subsidie

De subsidies voor provinciale natuurorganisaties zijn de afgelopen jaren sterk gedaald. In 2010 kregen de natuurbeschermers nog in totaal 115 miljoen euro van rijk, provincie en in mindere mate gemeente. In 2016 was dat teruggelopen tot 82 miljoen.

De subsidies voor provinciale natuurorganisaties zijn de afgelopen jaren sterk gedaald. In 2010 kregen de natuurbeschermers nog in totaal 115 miljoen euro van rijk, provincie en in mindere mate gemeente. In 2016 was dat teruggelopen tot 82 miljoen.

Onderzoek door CBS

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) onderzocht de kosten en baten van twintig provinciale natuurbeschermingsorganisaties. Elk van de twaalf provincies heeft zo'n terreinbeherende organisatie, zoals het Drents Landschap, het Limburgs Landschap of het Zeeuws Landschap. Daarnaast zijn er stichtingen die zich met de praktische uitvoering van het beheer bezighouden.


Meer eigen inkomsten
De natuurorganisaties wisten een deel van de teruglopende subsidies met eigen inkomsten te compenseren. Toch daalden de totale inkomsten van de twintig onderzochte natuurbeheerders van 165 miljoen in 2010 naar 142 miljoen in 2016. De uitgaven bleven gedurende die periode gelijk aan de inkomsten, gemiddeld 150 miljoen euro per jaar. De organisaties gaven onder meer geld uit aan voorlichting en educatie, terrein- en gebouwbeheer en aan investeringen. Die betroffen in de meeste gevallen grondaankopen.


Moeilijk vermarkten
Volgens Hank Bartelink, directeur van het samenwerkingsverband Landschappen.nl, hebben de bezuinigingen ingrijpende gevolgen. ‘Natuur en landschap laten zich moeilijk vermarkten. Aan het opvoeren van de eigen inkomsten van provinciale natuurorganisaties zit een grens. Daarbij: wij zijn geen lokale middenstanders, hè? Wij zijn door de overheid medeverantwoordelijk gemaakt voor het natuur- en landschapsbeheer in Nederland. Dan is het een rare figuur als de overheid tegelijkertijd in de verstrekte subsidies snijdt.’

70.000 ambtenaren
Bartelink maakt onderscheid tussen natuurorganisaties die grond bezitten en projectorganisaties met vooral beheertaken.  ‘Die eerste categorie heeft via bijvoorbeeld verhuur van gebouwen als molens en kastelen en horeca-inkomsten van nature meer mogelijkheden om de eigen verdiensten op te krikken. Voor projectorganisaties is dat lastiger. Zij hebben geen bezit, maar sturen wel 70.000 vrijwilligers aan die actief bijdragen aan natuurbeheer.’

Uitstel Ecologische Hoofdstructuur
Als concreet gevolg van de bezuinigen ziet Bartelink dat natuurorganisaties minder grond aankopen die vervolgens als natuurgebied kan worden ingericht en onderhouden. Ook merkt hij dat het afronden van de Ecologische Hoofdstructuur alsmaar vertraging blijft oplopen.  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.