of 59318 LinkedIn

PBL: Meer aandacht voor ruimtelijke inpassing windmolens

Overheden moeten niet alleen oog hebben voor het halen van de doelen in de energietransitie, maar meer aandacht geven aan de ruimtelijke inpassing van windturbines in het Nederlandse landschap. Dat adviseert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een advies.

Overheden moeten niet alleen oog hebben voor het halen van de doelen in de energietransitie, maar meer aandacht geven aan de ruimtelijke inpassing van windturbines in het Nederlandse landschap. Dat adviseert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een advies.

Dubbele opgave

Het PBL onderzocht hoe het beleid Wind-op-land, dat nu tien jaar bestaat zich heeft vertaald naar verschillende windmolenprojecten. Volgens het planbureau is de overgang naar duurzame energie een dubbele opgave. Ten eerste moet de nationale doelstelling van meer duurzame energie behaald worden, maar daarnaast moet ook duurzame energie een betekenisvolle plek krijgen in de dagelijkse leefomgeving van mensen. Die tweede opgave wordt nogal eens ondergesneeuwd door de eerste, zo blijkt uit de PBL-studie.

 

Plek

Dat probleem speelt in alle bestuurlagen, zo blijkt. Volgens het PBL moet op alle overheidsniveaus de discussie worden gevoerd over de letterlijke en figuurlijke plek die duurzame energie in de leefomgeving inneemt. Gemeenschappen moet in staat gesteld worden om daar zelf een ‘eigen verhaal’ over te ontwikkelen. ‘Vanuit het argument ‘dat er nu eenmaal grotere belangen zijn’, worden tegenstanders al snel weggezet als NIMBY’s. Maar tegenstanders brengen vaak een andere lijn van argumentatie naar voren, waarover net zo goed zinvol te discussiëren valt. Zij wijzen vaak op specifieke, zelfs uitzonderlijke ruimtelijke kenmerken (‘de landelijke sfeer in dit gebied is uniek’, ‘dit gebied heeft een geschiedenis van uitbuiting, deze windmolens staan symbool voor een herhaling daarvan’). Daarnaast hebben argumenten van tegenstanders vaak een maatschappelijke insteek, wanneer ze gaan over de manier waarop erover wordt besloten (‘Ik vind de windmolens niet lelijk. Maar als de overheid de burgers volledig negeert, word zelfs ik actievoerder.’)’

 

Mogelijkheden

Volgens het PBL is er wel hoop voor de toekomst. De regionale energiestrategiën die nu in dertig regio’s ingevuld moeten worden, bieden meer mogelijkheden voor lokale afwegingen en belangen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Petra op
Mosterd na de maaltijd voor Zuid-Oost-Drenthe.
Door Boris op
..windmolens op land...op zee zijn het al ondingen. Zucht..moeten we hier nu weer over gaan nadenken, nee toch.
Door Ivo op
Landschappelijke inpassing kan, als we naar de fundering en de voet van de mast kijken. Maar de bovenste 150 meter valt niet in te passen die steekt boven steden en dorpen uit, boven bossen en landschappen. Vanaf een paar kilometer is niet meer te zien hoe zorgvuldig de voet is geplaatst.
Door Robert (Adviseur Overheidsparticipatie) op
Zo lang de uitdaging in benodigde opwek is wat hij is, zijn argumenten mooi en lelijk en "geschiedenis van uitbuiting" niet relevant. Iedere geschikte plek waar de overlast beperkt is moet benut worden. En uit de reacties blijkt dat niet iedereen voldoende weet van windmolens en de energietransitie om een zinnige bijdrage te leveren aan deze urgente discussie.
Door Hans op
Echt? Praten we serieus nog steeds over die enorme windturbines op land??
Door Peter op
Maak minder efficiente windmolens die sterk lijken op de "oud hollandsche" windmolens, qua afmeting, uiterlijk en uitstraling. Misschien met wieken in vaste vorm met zonnecellen en je hebt het probleem opgelost.
Het beetje elektriciteit dat bij opwekking wordt misgelopen verdwijnt in de totale massa aan elektriciteit die wordt opgewekt, dus dat is geen argument tegen.
Door WJB (adviseur) op
Uitstekend dat het PBL met het advies komt dat overheden meer aandacht zouden moeten schenken aan de ruimtelijke en landschappelijke inpassing van windturbines. Als zeker geen principieel tegenstander van windmolens, kan ik mij echter ook niet voorstellen dat de meerderheid van de Nederlanders niet af en toe bevangen wordt met het beeld en de gedachte dat het hier en daar wel heel veel wordt met al die molens, zeker in omgevingen die - in kleinschalige gebieden - minder geschikt zijn. Het is heel goed dat hier discussie over is en mogelijk richtlijnen ontstaan. De komende decennia staan - hopelijk - in het teken van een zeer omvangrijke energietransitie. In die transitie zou wellicht ook prominent aandacht kunnen worden besteed dat de huidige hoge windturbines een tijdelijke oplossing zouden moeten zijn.