of 59345 LinkedIn

Overheden schroeven woningbouwambities op

Gemeenten en provincies zijn ambitieuzer geworden in hun woningbouwplannen. In de huidige plannen bouwen ze jaarlijks 1000 woningen meer dan de afspraken in de Nationale Woonagenda. Dat schrijft minister Ollongren aan de Tweede Kamer.

Gemeenten en provincies zijn ambitieuzer geworden in hun woningbouwplannen. In de huidige plannen bouwen ze jaarlijks 1000 woningen meer dan de afspraken in de Nationale Woonagenda. Dat schrijft minister Ollongren aan de Tweede Kamer.

Productie

Met die opgeschroefde ambitie kan het woningtekort in 2030 lager uitvallen: 2,4% in plaats van 2,6%. Nu is het tekort op de Nederlandse woningmarkt nog 3,8%. Maar Ollongren waarschuwt wel dat de plannen daadwerkelijk moeten leiden tot nieuwe woningen. Volgens de minister onderstreept de terugval in het aantal verstrekte bouwvergunningen, zoals het CBS onlangs meldde, de noodzaak dat regio’s hun bouwgronden weten om te zetten in daadwerkelijke productie.

 

Plancapaciteit

In de bouwplaninventarisatie wordt onderscheid gemaakt tussen harde en zachte plancapaciteit. Bij harde plancapaciteit zijn alle procedures en bestemmingsplanwijzigingen doorlopen en kan de bouw snel van start. Bij zachte plancapaciteit is het gebied wel aangewezen, maar zijn de procedures nog niet doorlopen.

 

Plank

Volgens Ollongren moeten overheden niet teveel focussen op harde plancapaciteit, omdat ook die plannen soms nog jaren op de plank liggen, bijvoorbeeld vanwege de stijgende bouwkosten of andere prioriteiten van de ontwikkelaar. Partijen moeten zich vooral focussen op plannen die snel uitvoerbaar zijn en veel woningen opleveren, vindt de minister. Gemeenten moeten daarom de kwaliteit van bouwplannen goed beoordelen en voorrang geven aan snel realiseerbare plannen.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Spijker (n.v.t.) op
Nou nou 1000 woningen meer. Dus een druppel op een gloeiende plaat! Als minister durf je daar toch nauwelijks mee voor de dag te komen.