of 59244 LinkedIn

OESO: Toezicht op waterschappen versterken

Ook pleit de OESO voor een sterkere rol voor provincies om ruimtelijk beleid beter te laten aansluiten bij vraagstukken over waterveiligheid. Dat kan via de Omgevingswet.

Het wereldwijd geroemde Nederlandse waterbeleid, kan op belangrijke onderdelen worden verbeterd. Zo is onafhankelijk toezicht nodig en meer transparantie over de bestedingen in het waterbeheer. Dat concludeert de OESO in het vandaag gepresenteerde rapport Water Governance in the Netherlands: Fit for the future?

Veilig, goed en voldoende water tegen lage kosten 

De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) onderzocht het afgelopen jaar in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en de Unie van Waterschappen de toekomstbestendigheid van het Nederlandse waterbeleid. De hoofdconclusie is positief. Tegen relatief lage kosten (1,26 procent van het bruto nationaal product) zorgt de overheid voor veilig, goed en voldoende water. Maar de OESO ziet ook veel punten voor verbetering.

 

Plannen tegenhouden met watertoets

Zo pleit de OESO voor een sterkere rol voor provincies om ruimtelijk beleid beter te laten aansluiten bij vraagstukken over waterveiligheid. Dat kan via de Omgevingswet. Ook zou de watertoets in de nieuwe Omgevingswet een sterker instrument kunnen worden. De waterschappen zouden daarmee ruimtelijke plannen moeten kunnen tegenhouden, wanneer die in strijd zijn met het beleid voor genoeg, schoon en veilig water, oppert de OESO.

 

Onafhankelijk toezicht moet afschermen van politieke keuzes

Het toezicht op de waterschappen kan eveneens beter, volgens de onderzoekers. Op dit moment houden provincies toezicht en daarmee ontbreekt een onpartijdig toezichtmechanisme, volgens de OESO. De onderzoekers bevelen aan dit alsnog te organiseren, om te waarborgen dat “besluiten met significante gevolgen voor infrastructuur en de economie worden afgeschermd van politieke afwegingen gericht op de korte termijn.”

 

Dient efficiëntie een beleidsdoel?

Daarnaast vergelijken waterschappen hun prestaties met elkaar. Deze benchmarking kan wel helpen om vast te stellen of een investering effectief is, maar maakt niet duidelijk of bepaalde investeringen noodzakelijk waren. En hoewel waterleidingbedrijven, gemeenten en waterschappen druk bezig zijn om efficiënter te werken, is niet duidelijk of en hoe de beleidsdoelen daarmee zijn gediend, constateert de OESO.

 

UvW: Geen gebrek aan toezicht

De Unie van Waterschappen voelt niets voor extra toezicht, zei voorzitter Peter Glas bij de presentatie van het rapport. ‘Als er aan één ding in Nederland geen gebrek is dan is het aan toezicht. We hebben de eigen algemene besturen die ons controleren, de provincie als toezichthouder, het Rijk, de Tweede Kamer, rekenkamers, de Ombudsman et cetera. We meten onze prestaties op allerlei manieren en maken die steeds beter openbaar, transparant en toegankelijk. Wel is het goed om met de andere partners te kijken waar verbeterpunten liggen.’

 

Geen halvering aantal waterschappen

De OESO is overigens wel positief over de manier waarop het waterbeheer in Nederland in georganiseerd. Ook minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu), die het rapport maandag in ontvangst nam, ziet voorlopig geen reden om daaraan iets te veranderen. Het plan van het kabinet om het aantal waterschappen te halveren, raakt steeds verder uit beeld. ‘Ik ga er niet mee aan de slag. Waarom zou je ergens aan gaan morrelen als het goed loopt’, zei de VVD-minister.

 

Onderzoek financieringswijze

De minister wil wel nader onderzoek doen naar de manier waarop waterbeheer wordt gefinancierd. De OESO stelt voor om het principe ‘de vervuiler betaalt’ sterker te laten doorwerken, vooral in de landbouw, maar ook bij projectontwikkelaars die profiteren van waterdiensten. De minister steunt dit principe, maar wil daar eerst met de betrokken partijen naar kijken, waaronder de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv). Aanvullend onderzoek is in ieder geval noodzakelijk voor wat betreft duurzame financiering van de krimpregio’s. Die hebben in de toekomst wellicht te weinig geld voor investeringen in het waterbeleid. Dat betekent mogelijk dat andere regio’s moeten bijspringen.

 

Nederlanders weinig bewust van risico's 

Het OESO-rapport bevestigt de constatering die minister Schultz eerder al deed: Nederlanders zijn zich te weinig bewust van de risico’s van overstromingen en wat ervoor nodig is om het land droog te houden. Om het waterbewustzijn van Nederlanders te vergroten begint Schultz dit voorjaar met campagnes in enkele regio’s, die in de loop van het jaar worden uitgebreid tot het hele land. De strategie en aanpak zijn nieuw. Geen massamediale campagne, maar informatie en tips op postcodeniveau om de betrokkenheid en zelfredzaamheid van Nederlanders te vergroten. De minister vindt een wake up call op zijn plaats, zei ze bij het in ontvangst nemen van het rapport. ‘Mensen moeten erover nadenken wat ze moeten doen als het misgaat.’

 

Lees hier het rapport

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Opmerker op
@ dhr. Haan: Conclusie, hr. Haan ?
Door Jeroen Haan (Waterschapsbestuurder Hoogheemraadschap van Rijnland voor de PvdA) op
Het gekozen waterschapsbestuur in Rijnland houdt (toe)zicht om een langer termijn perspectief van een klimaatveilige Delta, in plaats van een korte termijn gewin. De ruimtelijke en financiële keuzes daarbij zijn verdelingsvraagstukken en dus politiek. Ook 'de vervuiler betaalt' (waar wij het mee eens zijn), is een politiek keuze.
Er is voldoende toezicht, een goede samenwerking met de ruimtelijke overheid (provincies en gemeenten) wordt verder verbeterd.