of 65101 LinkedIn

Noordelijke RES-regio's worstelen met inspraak

De noordelijke provincies volgden elk een eigen koers bij de aanpak van hun regionale energiestrategie (RES). Groningen betrok vooral de volksvertegenwoordigers, Fryslân zocht stakeholders op en Drenthe zette relatief sterk in op burgerbetrokkenheid. Maar de participatie bleef overall een moeizaam proces.

De noordelijke provincies volgden elk een eigen koers bij de aanpak van hun regionale energiestrategie (RES). Groningen betrok vooral de volksvertegenwoordigers, Fryslân zocht stakeholders op en Drenthe zette relatief sterk in op burgerbetrokkenheid. Maar de participatie bleef overall een moeizaam proces.

Zorgelijk
Dat blijkt uit een vergelijking van drie RES’en door de Noordelijke Rekenkamer in het rapport ‘Regionale democratie vergt energie’. De RES’en blijken nauwelijks te leven bij de noordelijke burgers. Gemiddeld zo’n driekwart van hen heeft er nog nooit van gehoord. Dat is enerzijds begrijpelijk, vindt voorzitter Anneke Beukers van de Noordelijke Rekenkamer, gezien de abstracte exercitie die de RES nu grotendeels nog is. ‘Maar ook zorgelijk, want er worden soms onomkeerbare stappen gezet, waardoor participatie straks niet meer het gewenste gewicht kan krijgen.’


Eigen route
Elke provincie koos een eigen route om te komen tot de eerste RES, ook wel RES 1.0 genoemd. Groningen zag de strategie vooral als een optelsom van bestaande en geplande energieprojecten, waarvoor op gemeentelijk niveau al (of niet) inspraak had plaatsgevonden. Daardoor, concludeert de rekenkamer, is deze RES ‘vooral een ambtelijk en bestuurlijk product (…) waarop inwoners weinig tot geen inbreng hebben gehad.’

 

Midden-scenario

In Groningen is het meest ingezet om volksvertegenwoordigers erbij te betrekken, licht Edwin de Jong toe. ‘Onder meer door voor hen een extra consultatieronde in te lassen. Er werden daarin drie ambitiescenario’s aan de vertegenwoordigers voorgelegd en niet heel verrassend is daar het midden-scenario uitgekomen. Stakeholders kwamen in Groningen wat minder aan bod. En het betrekken van de burger heeft nauwelijks plaatsgevonden.’

Maatschappelijke organisaties
De provincie Fryslân zette vooral in op de inbreng van maatschappelijke organisaties. ‘Het was mooi om te zien’, zegt voorzitter Beukers, ‘dat de stakeholders eigenlijk een grotere ambitie hadden dan het bestuur.’ Maar de Friese bevolking had bij die aanpak grotendeels het nakijken.

 

Eigen ambitienota

‘We hebben in ons rapport het voorbeeld eruit gelicht van de Friese Energiealliantie, waarin stakeholders samenkwamen’, zegt onderzoeker Edwin de Jong. ‘Die hebben geheel onafhankelijk van bestuurlijke besluitvorming een eigen ambitienota geformuleerd. Bewoners waren er in Friesland veel minder bij betrokken, al werd er voor hen wel een enquête uitgeschreven. Minder goed werd nagedacht over de vraag: nu hebben we allemaal verschillende meningen – hoe vertalen we die nu concreet door in de Friese RES?’


Diffuus
Drenthe koos er als enige noordelijke provincie wel voor de burgers bij de RES te betrekken. In totaal vierhonderd Drenten mochten aanschuiven om bij te dragen aan het Drentse energieverhaal. De Jong: ‘Wat in Drenthe goed is gelukt, is dat de provincie de energiestrategie heeft weten om te buigen tot een narratief verhaal. Daarin konden Drenten aangeven waar ze zich zorgen om maakten of waar ze enthousiast over werden.’

Symbooltje

Er werd ook een structuur uitgedacht om van die losse verhalen tot concrete adviezen voor de Drentse RES te komen. De Jong: ‘Je kunt aan een icoontje in de uiteindelijke RES precies zien welk idee van de burgers is doorvertaald. Een leuke, transparante manier om dat te doen. De aanpak is aanbevelenswaardig voor andere RES-regio’s, maar wel arbeidsintensief. Ze hebben veel moeite moeten doen om genoeg respondenten te krijgen. ’ Ook stakeholders zaten in Drenthe aan tafel, al blijft voor de rekenkamer onduidelijk wel deel van hun inbreng in de RES werd opgenomen.


Kaderstellend document

De Noordelijke Rekenkamer adviseert elk van de provincies in het vervolg van het RES-traject een ‘kaderstellend document’ vast te stellen, waarin de inbreng van burgers en maatschappelijke organisaties beter is uitgewerkt. Directeur-secretaris Linze Schaap: ‘Met wie wil je bij welke vraagstukken gaan praten?’ Dit document zou als toetsingskader moeten worden gebruikt voor de vaststelling van de RES 2.0, komende zomer.

Eigen wiel
Is het niet onnodig en tijdrovend dat elke RES-regio het eigen bestuurlijke wiel zit uit te vinden? ‘Op zich wel’, zegt rekenkamervoorzitter Beukers. ‘Maar het is de vraag of dat ook niet impliciet in de opdracht aan elke RES zit. Er is gekozen voor een regionale energiestrategie, niet voor een landelijke uitrol. Om zo beter aan te sluiten bij de cultuur en de omgeving waarin die RES haar beslag moet krijgen.’

Worstelen
Schaap: ‘De VNG en het IPO hebben het in het Klimaatakkoord voor elkaar gekregen dat de decentrale overheden hun eigen energiestrategieën mogen bepalen. Met als uitdrukkelijke reden dat alleen zo kan worden gezorgd voor draagvlak: met de stakeholders, met de burgers, met iedereen. Maar je mag dan wel de hoop hebben dat er meer concrete plannen zijn om dat draagvlak ook te creëren. Wij constateren dat er op dat punt niet heel veel ambitie is geweest.‘ Beukers: ‘Elke provincie is daar nog volop mee aan het worstelen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Vacatures

Van onze partners

De nieuwste whitepapers