of 59123 LinkedIn

Natuureigenaren: nieuwe waterheffingen onacceptabel

Natuureigenaren vrezen in grote financiële problemen te komen door de voorgestelde nieuwe opzet van de waterschapsbelastingen. Daarin wordt degene die direct profijt trekt van het werk van de waterschappen zwaarder belast. Tot nu toe betaalden natuurorganisaties nauwelijks voor het schone water in de door hen beheerde gebieden.

Natuureigenaren vrezen in grote financiële problemen te komen door de voorgestelde nieuwe opzet van de waterschapsbelastingen. Daarin wordt degene die direct profijt trekt van het werk van de waterschappen zwaarder belast. Tot nu toe betaalden natuurorganisaties nauwelijks voor het schone water in de door hen beheerde gebieden.

Onrechtvaardig en subjectief 

‘Disproportioneel’ noemt de Vereniging van Bos- en Natuureigenaren (VBNE) het plan van de Unie van Waterschappen. ‘Een adequate onderbouwing van deze lastenverzwaring ontbreekt en bovendien is de voorgestelde bekostigingssystematiek voor de watersysteemheffing onnodig ingewikkeld, hetgeen een gevoel van onrechtvaardigheid en subjectiviteit voedt. De VBNE acht het voorstel daarom onacceptabel.’


Vijf tot zes keer zoveel
Directeur Jacob van Olst van Landschap Overijssel (tevens voorzitter van de commissie waterheffingen binnen de VBNE) stelt dat de waterlasten voor natuureigenaren door deze maatregel gemiddeld met een factor vijf of zes zullen stijgen. Dat kunnen ze volgens hem simpelweg niet betalen. ‘Natuureigenaren krijgen 75 procent van hun beheerkosten vergoed. De rest moeten ze nu al zien binnen te halen door het aanbieden van recreatieve voorzieningen.’ Vooral de kleinere particuliere eigenaren zijn volgens hem de dupe. ‘Zij waren onder staatssecretaris Bleker al gekort en elk vlees op de botten kwijt.’  


Kievitsbloem
Volgens Van Olst wordt het profijtbeginsel ook lang niet altijd correct toegepast. ‘In het Vechtdal is de waterstroom door de waterschappen beter gereguleerd. Daardoor zijn er minder kleine overstromingen waardoor bijvoorbeeld de beschermde kievitsbloem, die gebaat is bij geregeld water, langduriger droog komt te staan. Dan levert het werk van waterschappen per saldo dus méér werk op voor natuureigenaren.’


Net zoveel kosten
‘Voor de toeleiding van schoon water naar natuurgebieden maken wij soms net zoveel kosten als voor de overige gebruikers in de categorie onbebouwd’, reageert voorzitter Hans Oosters van de Unie van Waterschappen op de kritiek. ‘In het huidige belastingstelsel is een schappelijk bedrag voor natuurorganisaties gerekend, nauwelijks meetbaar in procenten. Natuur brengt van de 2,8 miljard euro die waterschappen jaarlijks binnen halen, slechts 2 miljoen euro op. Wij vinden het redelijk dat je hun gezien de beperkte draagkracht van natuurorganisaties straks niet het volle pond in rekening brengt. Dus geven we ze in de nieuwe opzet een korting van 70 procent. Maar, inderdaad, die resterende 30 procent is nog steeds substantieel meer dan ze nu betalen.’


Protest
Oosters heeft er ‘alle begrip voor’ dat natuureigenaren protest aantekenen. ‘Want zij zullen dit gaan voelen.’ Hij wijst erop dat ze bij de huidige heffingen na een ingreep van de Tweede Kamer werden gespaard, maar ook dat de omstandigheden nu zijn gewijzigd. ‘Natuur is van ons allemaal. Wie is daar in financiële zin verantwoordelijk voor? Moeten de provincies die extra heffingen gaan betalen nu zij verantwoordelijk zijn gemaakt voor natuur? Moeten natuurorganisaties voortaan zelf bij de poort toegang gaan heffen?’


Duurzaam gedrag stimuleren
De hogere bijdrage die van de natuurbeheerders wordt verwacht, past volgens Oosters in de bredere doelstelling van de voorgestelde verandering van de heffingen. ‘Om die eerlijker te verdelen over de groepen die daar direct profijt van hebben of die kosten veroorzaken’, vat Oosters samen. ‘De OESO oordeelde in 2014 dat wij als waterschappen ons waterbeheer prima uitvoeren, maar dat het bij veel Nederlanders schort aan waterbewustzijn. Daar kun je wat aan doen door de rekening eerlijker neer te leggen bij de vervuiler en degene die van ons werk direct profijt heeft. Zo kun je mensen en bedrijven stimuleren tot duurzaam gedrag.’

Bestuurlijke bandbreedte
Ook voor andere groepen belanghebbenden bij het waterschapswerk zoals agrariërs zal in het nieuwe stelsel meer worden gekeken naar het profijt dat zij hebben en daar hoort een passende rekening bij. Oosters: ‘Maar er moet ook een element van solidariteit en proportionaliteit in de heffingen zitten. Dus zijn er ook bestuurlijke bandbreedtes aangebracht die je na die technische exercitie als algemeen bestuur van een waterschap kunt toepassen: 15 procentpunten erbij of 15 procentpunten eraf – dat zijn de marges.’ Hierdoor komt er meer ruimte om in te spelen op regionale omstandigheden.


Niet voor 2022
Het in mei verschenen advies van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) werd in juni grotendeels overgenomen door het bestuur van de Unie van Waterschappen en ligt nu ter beoordeling bij de individuele waterschappen. Die nemen er uiterlijk eind dit jaar een definitief besluit over. ‘Dat is nog maar de halve wedstrijd’, aldus Oosters. ‘Want dan moeten het kabinet, de Tweede en Eerste Kamer en de Raad van State er nog over besluiten. Dus de wijziging van de waterschapsbelastingen zal naar verwachting niet eerder dan in 2022 aan de orde zijn.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door M Ruys (Water Natuurlijk fractie Waterschap De Dommel) op
Uitermate opmerkelijk dat de Unie voorbij gaat aan de aard van de maatregelen die waterschappen voor natuurgebieden uitvoeren. Het gaat merendeels om het terugbrengen van de hydrologische randvoorwaarden voor herstel van de natuur nadat decenia-lang gebieden te intensief ontwaterd zijn ten behoeve van oa landbouw, wonen en werken. Moet de natuur die er in ons land nog is dit dan ook nog zelf gaan betalen zonder dat er iets verdiend wordt?; waar is het redelijkheidsprincipe?

Mbt de waterschappen als democratische overheid is een gezonde kritische houding om een goede maatschappelijke rol te vervullen nodig. Maar we mogen ook trots zijn op dat we dit in NL hebben. Zie artikel van M. van Rijswick
https://www.montesquieu-instituut.nl/id/vjrkfa3z …
Door p op
@Leen

mooi verhaal. Heeft u nog ergens de cijfers liggen die de 600 miljoen besparing toelichten
Door Leen Harpe (Ex Statenlid provincie Zeeland) op
Waterschappen failliet
Een gemeentesecretaris zei eens tegen mij, de overheid gaat nooit failliet. Een wetenswaardige opmerking want hij heeft gelijk en ongelijk. Gemeenten hebben voor failliet gaan een andere term: de artikel 12 status. Het Rijk springt dan bij onder voorwaarde dat de gemeentelijke belastingen maximaal stijgen. Waterschappen kunnen ook ‘failliet gaan’, daarvoor hebben zij de Unie van Waterschappen, voorts te noemen de Unie.

De Unie heeft onderzoek gedaan naar aanpassing van het belastingstelsel. Als aanleiding wordt onder meer genoemd dat: “(…) de waterschappen in de afgelopen jaren tegen enkele grenzen van hun belastingstelsel zijn aangelopen en aanpassing dus noodzakelijk is.” Kortom het geld is op en de waterschappen dreigen failliet te gaan. Eigenlijk zijn ze dat al, want de schulden (door leningen) zijn torenhoog. Daar waar er recentelijk veel discussie was over gemeenten en de bekostiging van nieuwe taken van de gemeenten en hun financiële positie, is het oorverdovend stil rondom de financiële positie van de waterschappen. De Nederlandse waterschappen hebben gezamenlijk een schuld van ca. € 7,5 miljard op een gemiddelde begroting van ca. € 2,4 miljard ofwel gemiddeld ca 300% van de begroting. Maar dan is er altijd nog de Unie en de betalende burgers. De machtige Unie-lobby naar het kabinet en de Tweede Kamer werkt al weer op volle toeren.

Inspelen op klimaatverandering en meer taken
De Unie heeft – net als het kabinet- bedacht ‘mee te doen’ met de klimaatverandering. Beter goed gejat, dan slecht bedacht. Klimaatverandering zorgt steeds vaker voor wateroverlast én watertekorten. Met de zeer droge zomer nog vers in het geheugen stelt de Unie gemakshalve voor alleen maar in te spelen op wateroverlast c.q. de forse buien die zich af en toe zo hier en daar voordoen. “De verwerking van hemelwater vergt grote infrastructurele voorzieningen, brengt daardoor hoge kosten met zich mee en bemoeilijkt (door verdunning) de zuivering (…).” Voorgesteld wordt: “om in de wetgeving expliciet vast te leggen dat waterschappen binnen het zuiveringsbeheer ruime financiële mogelijkheden hebben om (…) maatregelen te nemen die (op termijn) kunnen leiden tot een vermindering van de hemelwaterkosten.” Dat alles met als excuus de klimaatverandering. Zie hier wederom een subtiele poging om de waterschappen nog meer (gemeentelijke) taken te bezorgen, zodat zij kunnen overleven.

Is de Unie vergeten dat gemeenten - verplicht door de Wet milieubeheer en op (hoge) kosten van hun inwoners- al rioleringsplannen maken en uitvoeren? Hoofdonderdeel daarvan is het afsplitsen van hemelwater naar wadi’s en het maken van gescheiden rioolstelsels. De waterschappen willen dat nog eens dunnetjes over doen.

Deze voorgestelde taakuitbreiding is niet de eerste. De waterschappen hebben in 2013 een deel van de kosten op de aanleg en de verbetering van dijken overgenomen van het Rijk, € 200 miljoen. Het vorige kabinet Rutte moest bezuinigen; de waterschappen hadden deze taakuitbreiding voor het inkoppen. Kostenverschillen tussen waterschappen werden daardoor nog groter dan ze al waren. Met name de inwoners van Zeeland zijn hiervan de dupe vanwege het grote aantal kilometers zeedijken en het lage aantal inwoners.

Bedrijven
In navolging van het afschaffen van de dividendbelasting bedacht de Unie ook iets. Veel bedrijven zuiveren nu zelf hun afvalwater omdat het waterschap te duur is. Oorzaak is o.m. dat veel rioolwaterzuiveringsinstallaties overgedimensioneerd zijn (te veel capaciteit). Foutje! Voorgesteld wordt deze bedrijven terug te halen met een aanmerkelijke korting op de heffing. De Unie noemt dit “maatwerk”. Voor deze bedrijven wil men af van een vast tarief per vervuilingseenheid. Verder wordt onder meer voorgesteld om individuele (prijs)afspraken mogelijk te maken en de ‘subsidie doelmatige werking zuiveringsinstallaties’ te behouden. Dit alles lijkt mij overigens in strijd met het Europees mededingingsrecht.

Wie is de echte vervuiler?
Om alles nog aantrekkelijker te maken wordt de verontreinigingsheffing op een aantal essentiële punten omgevormd. Er wordt gekozen voor een betere toepassing van het beginsel de vervuiler betaalt(!) door o.a.:
• het belasten van effluentlozingen op eigen water en riooloverstorten van gemengde stelsels;
• de heffingsformule aan te passen en als uitvloeisel hiervan een korting van 33,3% te verlenen aan forfaitaire (een veronderstelde situatie) belastingplichtigen;
Het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan, maar ook hier vindt een lastenverschuiving plaats richting ‘gewone man’. De ‘gewone man’ gaat het gelag betalen door een nieuwe belastingtruc. De Unie (en met haar de waterschappen) verlaat het huidige systeem van 1 i.e. voor eenpersoons huishoudens en 3 i.e. voor meer personen. Voorgesteld wordt het huidige fel verdedigde woonruimteforfait aan te passen zodat meer gedifferentieerd wordt naar gezinsomvang met de volgende categorieën: 1 persoonshuishouders: 1 KVE (VE) 2 persoonshuishoudens: 2 KVE (VE) 3-persoonshuishoudens: 3 KVE (VE) 4- en meerpersoonshuishoudens: 4 KVE (VE). Dat mist iedere logica, maar levert veel meer geld op én het is gemakkelijk cashen!

Waar gemeenten al (verplicht) fors investeren en geïnvesteerd hebben voor het apart afvoeren van regenwater, doet het waterschap er nog een schepje bovenop. Een antoniem: één halen twee betalen.

Van regionale- naar nationale oplossingen
De waterschappen hebben lang goed werk verricht. Als boerenbelangenbehartigers hebben zij het platteland een dienst bewezen. Sloten werden op peil gehouden en er werden zelfs wegen beheerd. Het waterschap was zo ook wegschap. Bij de recentelijk lange droogteperiode moet het opgevallen zijn, dat hoofdzakelijk het rijk c.q. rijkswaterstaat in beeld was. Limburgs waterschapsvoorzitter Van der Broeck ziet het goed. Wateroverlast is natuurlijk geen Limburgs probleem: “Ik kan niet vaak genoeg benadrukken dat het om een nationaal probleem gaat, zoals gisteren op allerlei plekken in het land bleek. En de gevolgen van droogte zijn even serieus te nemen.” Ook zijn waterschap kan de taken niet meer aan. In Limburg is een half miljard euro extra nodig tegen wateroverlast, zo klaagde hij onlangs tegen deltacommissaris Wim Kuijken. “Als je weet dat de afgelopen jaren in Limburg voor 300 miljoen euro schade is geweest door wateroverlast dan kan een regio dat niet alleen oppakken.”
Bingo, maar dan…… Hij zal het niet hardop zeggen, maar waterschappen zijn niet op deze taakverandering berekend. Het is, zoals hij zegt, een nationaal probleem en dat eist een nationale oplossing.

De Unie is er van overtuigd dat met haar voorstellen tot aanpassing van het belastingstelsel een stevige financiële basis voor de toekomst wordt gelegd. Bedoeld wordt: er ontstaat een stevige financiële onbalans, waarbij burgers fors gaan bijbetalen en bedrijven daarvan maximaal profiteren. Wat zei onze MP ook al weer? Iedereen gaat er op vooruit?

Nederland is te klein geworden voor waterschappen,
en de problematiek te groot. Ook het klimaatprobleem vraagt om een nationale oplossing en dat is bij de waterschappen een teer punt. Tot op heden was iedere gedachtegang die kant op ‘not done’ bij de waterschappen. Vloeken in de kerk. Maar het kan echt niet meer anders. De navolgende maatregelen zijn onontkoombaar, wil het nieuwe waterbeleid een kans krijgen en betaalbaar blijven.
1. Het Rijk zal de totale coördinatie / beleid op zich moeten nemen. Er komt Rijks- en regionaal waterbeheer;
2. Provincie of gedecentraliseerde rijksdiensten worden belast met het regionaal waterbeheer. De huidige taakuitvoerders c.q. waterschapsambtenaren worden bij die dienst ondergebracht. Kennis en kunde wordt zo behouden;
3. De watersysteemheffing vervalt en wordt vanwege het nationale belang als component ‘ondergebracht’ bij de rijksbelastingen. Iedereen betaalt mee naar draagkracht;
4. Rioolwaterzuiveringsinstallaties worden geprivatiseerd en met gesloten beurs overgedragen aan de water(nuts)bedrijven. De regionaal waterbeheerder ziet toe op vergunningverlening en handhaving.
5. Burgers betalen zuiveringsheffing via het waterspoor aan het nutsbedrijf;
6. Bedrijven betalen volgens het principe ‘de vervuiler betaalt echt’ - zonder kortingen;

Dit alles levert om te beginnen een substantiële besparing op, die kan oplopen tot zo’n € 600 mln, exclusief de gebouwen die vrij komen.

Het woord is uiteindelijk aan de Tweede Kamer. Zal de functionele democratie de parlementaire democratie weer overtroeven? Nee toch!
Door p op
Wie gaat er minder betalen in het nieuwe stelsel, de burger-dat draagt niet bij aan watrbewustzijn hoor...of wordt die kruissubsidiëring van de boeren toch niet afgeschaft