of 63000 LinkedIn

Meeste Regionale Mobiliteitsprogramma’s stokken

In het Klimaatakkoord van 2019 zijn afspraken gemaakt om de CO2-emissies van verkeer en vervoer te verminderen. Uit recente berekeningen blijkt dat de afgesproken CO2-doelen door de mobiliteitssector waarschijnlijk niet worden gehaald.

Regio’s hebben amper beeld van de huidige CO2-emissie van hun mobiliteit, van de toekomstige uitstoot en hoeveel CO2-reductie de voorgestelde maatregelen (zouden moeten) bijdragen aan de totale CO2- doelstelling – 49 procent reductie in 2030.

Blijkens een rapport van Natuur & Milieu en CROW zijn er grote verschillen in hoe ver gemeenten zijn gevorderd met het opstellen van Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMPs).

Lokale uitvoering
In het Klimaatakkoord van 2019 zijn afspraken gemaakt om de CO2-emissies van verkeer en vervoer te verminderen. Uit recente berekeningen blijkt dat de afgesproken CO2-doelen door de mobiliteitssector waarschijnlijk niet worden gehaald. Een aanzienlijk deel van de afspraken uit het Klimaatakkoord moet nog worden vertaald naar concrete maatregelen en beleid. Naast nationale inspanningen om de afspraken uit het Klimaatakkoord van 2019 te halen, is daarvoor ook een forse inspanning op regionaal en gemeentelijk niveau nodig. Veel maatregelen moeten immers lokaal worden uitgevoerd. Vandaar dat in het Klimaatakkoord is opgenomen dat decentrale overheden Regionale Mobiliteitsprogramma’s (RMP’s) maken.

Sturing ontbreekt
Voor de uitvoering daarvan is geen tijdslijn gemaakt. Om een beter beeld te krijgen van de stand van zaken van deze RMP’s, deden CROW en Natuur & Milieu in februari en maart onderzoek naar de huidige status van de RMP’s. Daarbij is geïnventariseerd hoe ver men is bij het maken van een RMP en/of duurzaam mobiliteitsbeleid en waar men tegenaan loopt. Uit het onderzoek blijkt dat er nog maar een beperkt aantal RMP’s zijn vastgesteld en er veel onduidelijkheid heerst over de RMP’s.

Communicatie
Twee jaar na de ondertekening van het Klimaatakkoord heeft 7 procent van de regio’s een vastgesteld RMP, 25 procent vindt het bestaande mobiliteitsplan een RMP, 32 procent is vergevorderd met de planvorming, 18 procent maakt van het bestaande mobiliteitsplan een RMP en 18 procent heeft geen RMP of integreren dit in een ander programma. Het ontbreekt volgens de onderzoekers aan duidelijke sturing en er is sprake van versnippering in de communicatie. Daardoor weten regio's niet weten wat er van hen wordt verwacht

Plandruk
Verder blijkt uit het onderzoek dat slechts een kwart van de regio’s weet wat de huidige CO2-emissie door mobiliteit is en heeft tevens een CO2-doelstelling voor mobiliteit opgenomen. Meer dan 60 procent heeft geen inzicht in het CO2-effect van de voorgenomen maatregelen. Veel regio’s en gemeenten kampen met een gebrek aan capaciteit. In feite is er maar één regio die stelt wel voldoende capaciteit te hebben. ‘Regio’s, maar vooral kleine gemeenten, hebben moeite met de plandruk, er wordt veel gevraagd (SUMP, RES, Omgevingsvisie, Toekomstbeelden Fiets en OV, bestaand beleid), maar er komen geen extra middelen of capaciteit. Over de financiering van de plannen bestaat grote onduidelijkheid’, aldus het rapport. ‘Zo’n 80 procent van de regio’s weet niet waar het geld voor de uitvoering van de RMP’s vandaan moet komen.’

Uitvoeringslast
Gemeentekoepel VNG zegt in een reactie de uitkomsten van het rapport te herkennen. ‘Gemeenten hebben de ambitie om in te zetten op het verduurzamen van mobiliteit en het vergroten van de leefbaarheid. Hiervoor is een RMP een belangrijke tool. Tegelijkertijd zijn er enkele randvoorwaarden die op orde moeten zijn, zoals bijvoorbeeld financiering, kennis en capaciteit. Voor de verdere uitvoering zijn we daarom afhankelijk van de tegemoetkoming voor uitvoeringslasten’, aldus de VNG. Daarover vinden gesprekken plaats met het rijk.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Bart (Beleidsadviseur) op
Heel handig van het Rijk om het land op te knippen in regio’s. Kan er altijd met de vinger worden gewezen naar een ander. Het formele beleid van politieke partijen is nog altijd consumptiemaximalisatie en economische groei. Zolang we dat niet veranderen in minder = beter, verandert er niets.
Door drs. E. Nabled op
Mooi zo, het interesseerde me toch al geen ene malle moer. Blijf lekker door rijden in mijn oude Citroen CX 2.2. trs!