of 59162 LinkedIn

Krimp is niet overal krimp

Het begrip krimp behoeft meer nuance. Dat blijkt uit een onderzoek naar de afname en groei van de bevolking in dorpen in de gemeente Borger-Odoorn. ‘Het is essentieel dat beleidsmakers naar ontwikkelingen binnen een krimpgebied kijken’, stelt onderzoeker Marit Gorter.

Het onderwerp krimp behoeft meer nuance. Dat blijkt uit een onderzoek naar de afname en groei van de bevolking in dorpen in de gemeente Borger-Odoorn in Oost-Drenthe. ‘Het is essentieel dat beleidsmakers naar ontwikkelingen binnen een krimpgebied kijken’, aldus onderzoeker Marit Gorter.

Onderbelicht

Demografische gegevens worden te vaak alleen op gemeentelijk niveau bijgehouden, waardoor relevante ontwikkelingen op dorpsniveau onderbelicht blijven. ‘In de gemeente Borger-Oudoorn is dat wel gedaan en daardoor kon ik de ontwikkelingen per dorp analyseren’, zegt Gorter, die haar onderzoek in samenwerking met de Brede Overleggroep Kleine Dorpen (BOKD) uitvoerde. ‘Vanuit de dorpen kwamen geluiden dat het algemene beeld van krimp in deze gemeente niet klopte met de realiteit. In sommige dorpen nam het aantal inwoners niet af, er kwamen juist mensen bij.’


Aanzienlijke verschillen

De regio Oost-Drenthe is aangemerkt als anticipeerregio, een gebied dat zich moet voorbereiden op de gevolgen van een dalend aantal inwoners. Ook Gorter wil niet ontkennen dat het gebied als geheel met krimp te maken heeft, maar tussen dorpen bestaan aanzienlijke verschillen. Gorter onderscheidt daarvoor op basis van haar onderzoek vijf typen. 'Grijze dorpen' zijn dorpen in de gemeente Borger-Odoorn waar de bevolkingsgrootte weliswaar afneemt door de hoge gemiddelde leeftijd, maar waar uit de omgeving wel veel senioren naartoe trekken. Volgens de onderzoeker heeft dat vooral te maken met het voorzieningenniveau, op het gebied van wonen, welzijn en zorg. Voor een ander type, 'jong krimpdorp', geldt dat het aantal inwoners wel afneemt, maar dat er ook jongeren naartoe trekken. Dit is het gevolg van lagere huizenprijzen in die dorpen en het relatief hoge percentage beschikbare huurwoningen.

 

Voorzieningenniveau

Volgens Gorter kunnen economische oorzaken wel reden zijn voor de krimp van de regio als geheel, maar zijn die geen verklaring voor de verschillen tussen dorpen. Zo kon de onderzoeker geen verband vinden tussen de nabijheid van de stad Groningen als economische motor en demografische ontwikkelingen in de dorpen in Borger-Odoorn. ‘De verschillen tussen dorpen zijn voornamelijk te verklaren op basis van het voorzieningenniveau dat een specifieke groep belangrijk vindt en de kansen op de woningmarkt.’

 

Kwaliteiten

Gorter denkt dat gemeenten in krimpgebieden er goed aan doen beter in beeld te krijgen welke ontwikkelingen in de afzonderlijke kernen plaatsvinden. ‘Welke ontwikkelingen vinden op dorpsniveau plaats? Waar hebben de dorpen zelf behoefte aan? Als jongeren bijvoorbeeld graag willen blijven, maar daarvoor geen kans zien omdat het woningaanbod niet aansluit, dan is dat belangrijke informatie voor beleidsmakers.’ Gorter hoopt dat gemeenten de ontwikkeling van afzonderlijke dorpen op regionaal niveau gaan bekijken. ‘Sommige dorpen blijken nu al aantrekkelijk te zijn voor senioren of juist voor jongeren. Het is denk ik zinvol om die kwaliteiten van dorpen te versterken.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Marit op
Dag Henk, hier de onderzoekster. Op het plaatje heb ik geen invloed gehad, deze is door de redactie erbij gekozen. Groeten uit Drenthe, waar ik geboren en getogen ben en nog steeds met veel plezier woon!
Door Henk op
Deze onderzoeker plaatst een boerderij uit de Achterhoek bij zijn onderzoek in Drenthe. Misschien toch gewoon eens het veld ingaan in plaats van vuist de ivoren toren in den haag. Of is het te ver reizen omdat er slechte verbindingen zijn? En naast de infra structuur kampt men overal met gebrek aan HBO onderwijs. De jeugd trekt weg en komt niet terug. Enne jongeren trekken hier echt niet naar toe..... ga maar kijken.