of 61441 LinkedIn

‘Klimaatbeleid geen speeltje van wethouders’

Voormalig Leids wethouder en tegenwoordig zelfstandig klimaatconsultant Martine Leewis werd door de VNG gevraagd om dertig wethouders over de lokale klimaatadaptatie te interviewen. Ze schreef er het rapport ‘Wethouders over klimaatadaptatie’ over.

Voormalig Leids wethouder en tegenwoordig zelfstandig klimaatconsultant Martine Leewis werd door de VNG gevraagd om dertig wethouders over de lokale klimaatadaptatie te interviewen. Ze schreef er het rapport ‘Wethouders over klimaatadaptatie’ over.

Hoe was het voor u als oud-wethouder om nu weer bij wethouders aan te schuiven?

‘Het was om twee redenen bijzonder. Een paar wethouders kende ik goed omdat ze dezelfde portefeuille hadden als ik indertijd. Dat werden bijna eh ... intercollegiale gesprekken. Verder brak halverwege het project de corona uit en moesten alle resterende gesprekken via zoom, Teams enzovoort. Ook  apart.’

Voelde u overwegend medelijden met de wethouders of kreeg u gaandeweg last van jaloezie?
‘Er speelde iets anders. Hoe ontzettend leuk ik het weer vond om de wethouders in mijn rol als consultant te mogen spreken. Wat een feestje, joh! Het onderstreepte voor mij de juistheid van mijn besluit om het wethouderschap op te geven en terug te keren naar de adviespraktijk.’

Wat is het algemene beeld dat uit de gesprekken oprijst? 
‘Dan moet ik eerst meer context geven. Dit ging om gemeenten waar de VNG weinig zicht had op het gevoerde klimaatbeleid. Overwegend wat kleiner en in landelijk gebied. Kwamen de landelijke ambities over de aanpak van klimaatadaptatie daar genoeg van de grond? We hebben een shortlist gemaakt van dertig gemeenten. Een stuk of zes, zeven kende ik persoonlijk, de rest niet. Maar het animo om mee te doen aan het onderzoek was enorm. De urgentie om werk te maken van klimaatadaptatie is overal groot, al wordt dat woord liefst zoveel mogelijk gemeden. Dat is ambtelijk jargon. Liever spreekt men van ‘groen beleid’. Veel gemeenten maken werk van zaken als wateroverlast door hoosbuien en het tegengaan van overstromingen. De aanpak van droogte en hittestress loopt daar vaak nog wat op achter.’

Waar hebben gemeenten behoefte aan?  
‘Dat het rijk beter snapt hoe ingewikkeld dit onderwerp voor kleinere gemeenten is. Het rijk biedt verschillende instrumenten voor cofinanciering via het Deltaprogramma. Maar bij het omleggen van een beek of de aanleg van een waterplein praat je snel over investeringen van tientallen miljoenen. Dat is voor kleinere gemeenten ook met financiële steun van het rijk onhaalbaar. Daarnaast zie ik dat het belangrijk is dat het bredere verhaal van de noodzaak van klimaatadaptatie wordt verteld. Dat verhaal moet gaan landen bij boeren, burgers en bedrijven. Ik denk dat het rijk daarin het voortouw moet nemen, zodat klimaatadaptatie niet gezien wordt als het speeltje van de wethouder.’

Zag u veel verschillen in klimaatbeleid tussen gemeenten?
‘Ja. Maar die werden veroorzaakt door de lokale omstandigheden, niet door verschillen in gedrevenheid van wethouders. In Zeeland spelen problemen met verzilting en zijn overstromingen nog een issue. Het oosten heeft vooral last van droogte. In het noorden speelt naast de inklinking van het veen toch ook de droogte op. Dat is daar een onderschat probleem: je kunt je zelfs afvragen of een deel van de scheuren in de huizen wel door gaswinning ontstaat of door bodemkrimp als gevolg van te weinig water. Op dat punt is er echt nog een kennistekort.’

Bent u gaandeweg positiever of negatiever over de klimaatadaptatie geworden? 
‘Positiever over de urgentie die bij alle gemeenten echt wordt gevoeld. Negatiever over wat er allemaal wel niet voor nodig is als je je verder in klimaatadaptatie verdiept. Het is echt alsof je een box van Pandora opent. Ja, misschien dat mijn rapport gemeenten daar een klein beetje bij kan helpen. Ik heb aanbevelingen richting de VNG gedaan en de VNG gaat ermee aan de slag.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.