of 59082 LinkedIn

Heeft de gemengde wijk nog toekomst?

We wonen het liefst tussen gelijkgestemden, leert onderzoek. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting onderzoekt hoe het verder moet met de gemengde wijk.

We wonen het liefst tussen gelijkgestemden, is bekend uit onderzoek. Toch houden overheden en corporaties vast aan het ideaal van gemengde wijken. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting onderzoekt hoe het verder moet met de gemengde wijk. Radboud Engbersen, programmaregisseur Wonen Sociaal, aan het woord.

Is de gemengde wijk nog nodig?

‘Er zijn nog steeds wijken in Nederland waar veel lagere inkomens bij elkaar zitten. Dat heeft een negatief effect op de toekomstkansen van kinderen in die wijken. Zo blijft kansarmoede van generatie op generatie bestaan. Het leefklimaat in zulke wijken is moeilijk op te knappen, als er zoveel mensen wonen met problemen op het gebied van gezondheid, werk en inkomen. Dus ja, werken aan gemengde wijken is nog nodig.’

 

Maar uit onderzoek blijkt dat we het liefst tussen ‘ons soort mensen’ wonen.

‘Je wilt tot op zekere hoogte omringd zijn door mensen met een leefstijl die bij je past. Dat geeft een veilig gevoel. Vooral middengroepen zijn bang dat hun kinderen ‘sociaal besmet’ worden door lagere groepen. Maar uit een voorstudie over dit thema blijkt dat je in een heel diverse wijk toch in een buurt kunt wonen waar je je thuis voelt.’

 

De homogene straat in een heterogene wijk?

‘Ja, een goed voorbeeld daarvan is het Wallisblok in de probleemwijk Spangen. Daar was een klushuizenproject waar mensen middels particulier opdrachtgeverschap een huis konden opknappen. Daar zijn architecten, consultants en handige mensen neergestreken. Gelijkgestemden in een mindere buurt, dat kan dus blijkbaar wel.’

 

Waarom houden overheden en corporaties het ideaal van de gemengde wijk hoog?

‘Ten eerste omdat ze daarmee problemen kunnen verdunnen. En ten tweede omdat je toch wel enig effect ziet. Het was naïef om te denken dat middengroepen lagere sociale groepen vooruit helpen. Maar er zijn wel lichte contacten en subtiele effecten. Zo was er in een achterstandswijk een groep ouders uit de middenklasse die hun kinderen toch graag naar de buurtschool wilden laten gaan. Dat hebben ze massaal gedaan en zo de school ‘verwit’. Op het schoolplein zie je dan gesprekjes tussen moeders uit beide groepen. Daar zit toch een emanciperend effect in.’

 

Hoe ziet de gemengde wijk van de toekomst eruit?

‘Dat zou een eilandenrijk van enclaves kunnen zijn. Mensen met verschillende leefstijlen in kleine clusters bij elkaar in een gemengde wijk. Expats, creatieve zelfstandigen, studenten, verpleegsters en wijkagenten en mensen aan de onderkant van de woningmarkt. Je moet ook nadenken over de plek van ouderen, met de vergrijzing in aantocht. En over de vraag hoe je de opkomende allochtone middenklasse kunt behouden in hun wijk. Iedereen op een slimme manier een plek geven.’

 

De vraag is: Hoe doe je dat?

‘Daar willen we mee gaan experimenteren. Nu is het beleid in elk geval te grofmazig, met dertig procent sociale huur. Je moet subtieler kijken hoe groepen kunnen samenleven. Eén boodschap is in elk geval: Oriënteer je niet op de wijk, maar op de cirkel rond het huis. Daar is al veel over nagedacht. Die ideeën willen we samenbrengen in ons kennisatelier op 11 november.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door JvV (adviseur) op
Er is een flink verschil tussen gelijkgestemden en gelijke inkomens. beleidsmakers zouden geholpen zijn met experimenten waarbij wel gelijk gestemden, maar verschillende inkomens bijeen wonen. En natuurlijk moet je ook kijken naar wat dat 'gelijkgestemd' inhoudt. Zo blijkt al jaren dat jongeren graag in een wijk met jongere huishoudens wonen en ouderen in een wijk met meer ouderen. Gelijkgestemden zorgen trouwens ook voor minder wijkproblemen en meer sociale samenhang. Als het gaat om allochtone en autochtone Nederlanders kunnen deze ook beter gemengd wonen. Onderzoeken toonden al jaren geleden aan dat allochtonen zelf ook kiezen voor een niet-allochtone wijk.