of 60831 LinkedIn

Gemeenten kiezen te gemakkelijk voor woontorens

Grote steden gaan bij hun verdichtingsopgave vaak pragmatisch te werk, met te weinig aandacht voor de lokale leefbaarheid. Door een sterkere focus op de belangrijkste bestaande en toekomstige verkeersroutes kan dat worden ondervangen.

Grote steden gaan bij hun verdichtingsopgave vaak pragmatisch te werk, met te weinig aandacht voor de lokale leefbaarheid. Door een sterkere focus op de belangrijkste bestaande en toekomstige verkeersroutes kan dat worden ondervangen. 

Samengaan
Dat concludeert Sebastien Reinink in zijn masterthesis stedenbouw ‘Victory compact city’ aan de TU Delft. Reinink wilde onderzoeken hoe gemeenten stedelijke verdichting kunnen laten samengaan met doelstellingen op het gebied van onder meer duurzaamheid en sociale cohesie. Hij bekeek de aanpak van de G4, maar richtte zijn uitwerking vooral op het Haagse Central Innovation District, dat zich uitstrekt tussen de stations Den Haag CS, HS en Laan van NOI.  Al benadrukt Reinink dat zijn conclusies goed zijn te generaliseren.


Opportunistisch

In het algemeen ziet Reinink veel steden opportunistisch te werk gaan. Vrijkomende plekken worden benut door daar woontorens neer te zetten. Zo kun je meters maken in je nieuwbouwdoelstelling, maar sneeuwt de leefbaarheid makkelijk onder. Ook als er, conform het populaire adagium van architect Sjoerd Soeters, van wordt uitgegaan dat zes woonlagen de ideale schaal is. ‘Dan heb je zoveel vierkante meters bebouwingsoppervlak nodig dat je nauwelijks ruimte overhoudt voor groen’, zegt Reinink.

 

Pull-factor

Den Haag streeft in het Central Innovation District naar 18.500 nieuwe woningen en 500.000 vierkante meter extra kantoorruimte. Reinink tekende, mede op grond van de structuurvisie van de gemeente, een aantal clusters in met een sterke ‘pull-factor’ op de vervoersbewegingen, zoals de Turfmarkt, de binnenstad en de drie stations. Met behulp van een algoritme berekende Reinink de in de stad te verwachten verkeersstromen. 

 

Centraliteit

Zo kwam hij tot drukke routes met een hoge mate van centraliteit (veel verkeer) en aanzienlijk rustiger gebieden. Rond die eerste zou je de hoogbouw moeten concentreren, maar dan met een brede basis en een ranker bovendeel (‘trapsgewijs’) voor een menselijker beleving van de straat. Aan die hoofdroutes concentreer je voorzieningen als restaurants en winkels, hetgeen ook een impuls geeft aan de sociale ontmoetingen.  Aan routes met een lage centraliteit kan meer groen worden toegevoegd, en voorzieningen als een bakker of een buurthuis. Verdere verdichting en meer leefbaarheid gaan dan hand in hand. 


Controversieel
Een dergelijke aanpak vereist sterke gemeentelijke regie. Is dat overal haalbaar? ‘Het betreft  flinke transformaties van wijken. Dat is controversieel’, beaamt Reinink. ‘Ik denk ook niet dat je terug moet willen naar de grootschalige stadsvernieuwing van de jaren zeventig. Je zult bewoners en ondernemers er veel beter bij moeten betrekken.’

 

Transformatie
Of zijn aanpak uiteindelijk tot het beoogde verdichtingsvolume leidt? Reinink: ‘Ik denk dat je er bij de nu genoemde aantallen niet aan ontkomt om verdergaande transformatie van bestaande wijken uit te voeren. Buitenstedelijk bouwen lukt namelijk niet in Den Haag, omdat de stad simpelweg omsloten is door zee, natuurgebied of buurgemeenten.’

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Sibrand Gratama (Juridisch adviseur RO/Omgevingsrecht) op
Her en der verspreid woontorens bouwen op vrijkomende postzegels in laagbouwwijken gaat soms te gemakkelijk misschien.
Maar er zijn ook juist heel duurzame, vooruitstrevende, (natuur)inclusieve en meerlaagse hoogstedelijke verdichtingsprojecten. Vooral die nabij OV knooppunten. Ik noem Treehouse, Hofplein en omgeving en Rijnhaven in Rotterdam, Wonderwoods en Mark in Utrecht/Leidsche Rijn, CID in Den Haag en District E in Eindhoven. Maar ook steden als Zwolle, Amersfoort, Tilburg, Dordrecht streven met een integrale bril naar duurzame, gemengde en natuurinclusieve gebiedsontwikkelingen met deels hoogbouw. Door stedelijke verdichting te zien als een soort berglandschap met 'pieken' en 'dalen' creëer je heel goede condities voor nabijheid - voet en fiets - , dus optimale kansen voor diversiteit, hoogwaardige en groene openbare ruimte met elementen als fonteinen, e.d. En daarmee juist goede kansen voor ontmoeting, nabije zorg- en kennisinfra, werkgelegenheid, cultuur, horeca, etc. Alles met meer ruimte voor voetgangers, fietsers en deelmobiliteit en lagere parkeernormen, dus ook veiliger verkeer en verblijf.
Bovendien, last but not least heel goede condities voor klimaatadaptie (hittestress en waterregulatie) dankzij die gelaagdheid, afwisselende openbare ruimte en natuurinclusiviteit. Zowel bomen als ranke hoogbouw zorgen voor afwisselende schaduwwerking in de openbare ruimte.
Samenvattend, driedimensionaal kan je meer dan tweedimensionaal. En het is nog mooier ook met diverse uitzichten en zichtlijnen!
Door Sibrand Gratama (Juridisch adviseur RO/Omgevingsrecht) op
Her en der verspreid woontorens bouwen op vrijkomende postzegels in laagbouwwijken gaat soms te gemakkelijk misschien.
Maar er zijn ook juist heel duurzame, vooruitstrevende en (natuur)inclusieve en meerlaagse hoogstedelijke verdichtingsprojecten. Vooral die nabij OV knooppunten. Ik noem Treehouse, Hofplein en omgeving en Rijnhaven in Rotterdam, Wonderwoods en Mark in Utrecht/Leidsche Rijn, CID in Den Haag en District E in Eindhoven. Maar ook steden als Zwolle, Amersfoort, Tilburg, Dordrecht streven met een integrale bril naar duurzame gemengde en natuurinclusieve gebiedsontwikkelingen met deels hoogbouw. Door stedelijke verdichting te zien als een soort berglandschap met 'pieken' en 'dalen' creëer je heel goede condities voor nabijheid - voet en fiets - , dus optimale kansen voor diversiteit, hoogwaardige en groene openbare ruimte met elementen als fonteinen, e.d. En daarmee juist goede kansen voor ontmoeting, nabij zorg- en kennisinfra, werkgelegenheid, cultuur, horeca, etc. Bovendien last but not least heel goede condities voor klimaaadaptie (hittestress en waterregulatie) dankzij die gelaagdheid, afwisselende openbare ruimte en natuurinclusiviteit.
samenvattend, driedimensionaal kan je meer dan tweedimensionaal. En het is nog mooier ook met fraaiere uitzichten en zichtlijnen!

Vacatures

De nieuwste whitepapers

Van onze partners