of 59903 LinkedIn

Een derde vrije woningen naar statushouders

Vluchtelingen met een verblijfsvergunning verdringen in zes van de tien gemeenten andere woningzoekenden, vooral starters en gewone woningzoekenden zonder urgentie. Dat blijkt uit een peiling van Binnenlands Bestuur en Companen, adviesbureau voor woningmarkt en leefomgeving.

Vluchtelingen met een verblijfsvergunning verdringen in zes van de tien gemeenten andere woningzoekenden, vooral starters en gewone woningzoekenden zonder urgentie. In sommige gemeenten wordt op dit moment de helft van alle beschikbare woningen toegewezen aan statushouders. Gemiddeld gaat het om 32 procent. 

Vragenlijst 

Dat blijkt uit een peiling van Binnenlands Bestuur en Companen, adviesbureau voor woningmarkt en leefomgeving. 43 Respondenten uit gemeenten – het merendeel wethouder - vulden anoniem een vragenlijst in over noodopvang voor vluchtelingen en het huisvesten van statushouders. De deelnemers komen vooral uit kleine en middelgrote gemeenten.


Afbeelding


Moeite met taakstelling

De ondervraagden zeggen moeite te hebben om te voldoen aan de taakstelling die het rijk hun gemeente oplegt. Slechts één op de zeven zegt voldoende woningen in de gemeente beschikbaar te hebben. Ruim de helft geeft aan dat het wel lukt, maar dat ze daar de nodige extra maatregelen voor moeten treffen.


Tijdelijke huisvesting

Dat blijkt ook uit het antwoord op de vraag of gemeenten zelf plannen ontwikkelen om extra woonruimte voor statushouders te realiseren: negen van de tien gemeenten zijn daarmee bezig. Daarnaast zijn er initiatieven van corporaties en – in mindere mate – van inwoners. Burgers hebben vooral plannen voor tijdelijke huisvesting; corporaties en gemeenten zoeken meer permanente oplossingen. Al die goede ideeën leidt nog niet meteen tot uitvoering van plannen: veel initiatieven zitten in de idee- of planfase. De gemeentelijke plannen zijn het meest vergevorderd: daarvan zit 15 procent in de uitvoeringsfase, aldus de respondenten.

 

Grote verschillen tussen gemeenten

Wat opvalt in de antwoorden is de variatie: terwijl bijna zestig procent spreekt van verdringing, stelt 33 procent dat daarvan geen sprake is. Ook vragen over maatschappelijke onrust over de huisvesting van statushouders of de komst van noodopvang, worden zeer gevarieerd beantwoord. Verschillen tussen gemeenten en regio’s zijn kennelijk groot. Die uitkomst ondersteunt de roep die doorklinkt in de antwoorden van de wethouders om meer regie bij de gemeenten te leggen. Zij willen lokaal maatwerk kunnen leveren, bijvoorbeeld door kleinschalige opvang te bieden.

 

Deze week in Binnenlands Bestuur nummer 10: Roep om meer gemeentelijke regie rond vluchtelingenhuisvesting

 

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jeroen op
En dit beleid van voortrekking werkt dus de weerstand tegen de opvang van asielzoekers op (en speelt bepaalde partijen/bewegingen in de kaart), als deze mensen gewoon achter in de wachtrij moeten aansluiten en dus ook 6 tot 8 jaar moeten wachten op hun huurhuis dan haal je al een hoop onvrede bij de bevolking weg.