of 59318 LinkedIn

Dertig omgevingsdiensten in de maak

Boudewijn Warbroek 2 reacties
Provincies en gemeenten zijn in gesprek over de oprichting van ongeveer 30 omgevingsdiensten. Dat zijn er vijf meer dan het kabinet had gehoopt.

Uit een inventarisatie door Binnenlands Bestuur blijkt dat overal in het land druk wordt gewerkt aan de vorming van de omstreden regionale uitvoeringsdiensten. Volgens informatie die de twaalf provincies desgevraagd hebben verstrekt, wordt gekoerst op maximaal 32 organisaties. De provincies zijn in opdracht van het kabinet belast met de regie. Per provincie zijn er grote verschillen. Terwijl in sommige provincies ogenschijnlijk gemakkelijk bestuurlijke afspraken worden gemaakt, kost het elders de grootst mogelijke moeite om overeenstemming te bereiken.

 

De omgevingsdiensten worden met ingang van 2012 belast met de uitvoering van Vrom-taken van Rijk, provincies en gemeenten. Het gaat om delen van de vergunningverlening, de handhaving en het toezicht. Door kennis te bundelen moet de kwaliteit omhoog. Waterschappen mogen ook aan de omgevingsdiensten deelnemen, maar hebben er niet altijd trek in. Bestuurlijke strubbelingen zijn vaak terug te voeren op verzet van gemeenten die vrezen dat de komst van de regionale diensten hun positie uitholt. Ambtenaren moeten worden gedetacheerd, terwijl gemeenten menen op eigen kracht voldoende kwaliteit te kunnen leveren.

 

Een ander discussiepunt is de vraag hoe bestaande milieudiensten, met een veel breder takenpakket, in de nieuwe situatie kunnen worden ingepast. Dit heeft Zuid-Holland er bijvoorbeeld toe gebracht om uit te spreken dat in deze provincie ‘maximaal vijf’ uitvoeringsorganisaties zullen komen. Zuid-Holland telt op het ogenblik vijf milieudiensten.

 

In Noord-Holland ligt de zaak bestuurlijk zo gevoelig dat de provincie geen informatie wil verstrekken over de huidige stand van zaken. Verantwoordelijk gedeputeerde Bart Heller (Milieu, GroenLinks) gaf begin deze maand tijdens een conferentie in Amsterdam echter een lezing waarin hij al wel de grote lijn schetste. Noord-Holland denkt aan de oprichting van een beperkt aantal organisaties met daaronder fi lialen die ‘bottom-up’ worden aangestuurd, aldus Heller. Op deze manier zou Noord-Holland tot minimaal zes werkeenheden komen.

 

LEVENSVATBAAR

 

De provincie Flevoland (zes gemeenten) betwijfelt of zij zelfstandig een levensvatbare omgevingsdienst kan vormen. ‘Mogelijk zal samenwerking of samenvoeging met andere veiligheidsregio’s nodig zijn’, laat een woordvoerster weten. Bekeken wordt of aansluiting bij de Noord-Hollandse regio Gooi- en Vechtstreek (negen gemeenten) mogelijk is. In Noord-Brabant onderzoekt de gemeente Tilburg of zij samen met omliggende gemeenten een levensvatbare omgevingsdienst kan oprichten.

 

Volgens gedeputeerde Onno Hoes (Milieu, VVD) heeft de provincie over dit initiatief ‘geen principiële discussie’ willen voeren. ‘We wachten de resultaten van een in gang gezet onderzoek af.’ Het kabinet wil dat de werkgebieden van de omgevingsdiensten zoveel mogelijk overeenkomen met die van de 25 veiligheidsregio’s. Wie hiervan wil afwijken, moet vóór 1 december een verzoek indienen bij minister Cramer (Vrom, PvdA). Zes van de twaalf provincies lijken naadloos te gaan voldoen aan de wens van het kabinet. Dan gaat het om Friesland, Groningen, Drenthe, Utrecht, Zeeland en Limburg.

 

OMVANGRIJK

 

Gelderland heeft inmiddels aangegeven te willen vasthouden aan de samenwerkingsverbanden in het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent dat Gelderland zeven uitvoeringsdiensten wil, in plaats van drie. Anders worden de werkgebieden volgens milieugedeputeerde Annelies van der Kolk (Christen- Unie) te omvangrijk.

 

Overijssel, dat twee veiligheidsregio’s telt, schaart zich achter de wens van het kabinet en zal de minister laten weten dat er in deze provincie maximaal twee omgevingsdiensten komen. Dit is tegen de wens van diverse gemeenten, die een voorkeur hebben uitgesproken voor kleinschaliger verbanden. Desondanks laat Overijssel nog onderzoeken of het mogelijk is om één centrale dienst op te richten die de gehele provincie als werkgebied heeft. In Utrecht wordt de vorming van zo’n provinciebrede dienst met ogenschijnlijk brede steun voorbereid. Alle 29 gemeenten en drie waterschappen hebben hiertoe vorige week een intentieovereenkomst ondertekend.

 

‘Zo zie je maar weer’, zegt milieugedeputeerde Wouter de Jong (ChristenUnie), ‘dat het gesteggel op koepelniveau niet altijd maatgevend is voor de praktijk. Natuurlijk huldigen sommige gemeenten het standpunt dat niet elke opschaling automatisch een verbetering is. Maar het is ook goed en terecht dat gemeenten kritisch blijven. Een beetje scherpte kunnen we in dit proces wel gebruiken.’

 

Utrecht heeft becijferd dat de Utrechtse omgevingsdienst 70 à 80 fte nodig heeft op basis van het minimumtakenpakket. De gevolgen voor bestaande ambtelijke organisaties vallen volgens De Jong mee. ‘We hebben een quickscan laten uitvoeren, en daaruit blijkt dat er geen onoverkomelijke problemen zijn te verwachten.’

 

Klik hier voor een overzicht van de omgevingsdiensten per provincie (pdf)

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jan van der Biesen (teammanager vergunningen, toezicht en handhaving, Peel en Maas) op
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zegt dat er geen dwang of noodzaak is voor samenwerking bij de uitvoering van VROM-taken. Bij onderhandelingen over de package-deal geeft men dit echter prijs en maakt zelfs afspraken over regionale uitvoeringsorganisaties conform de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Hoezo belangenbehartiging?

Na een zomerse ledenraadpleging met een korte reactietijd concludeert de VNG dat gemeenten instemmen met de package-deal. Bij de reactieronde over de kwaliteitscriteria/ maatlat doet VROM deze handelwijze nog eens dunnetjes over. Hoezo zorgvuldigheid?

In Limburg is deze packagedeal verder uitgewerkt. De provincie organiseert een matig bezochte bestuursconferentie waar men ‘besluit’ tot twee uitvoeringsdiensten conform de Wgr. Argumenten die gemeenten inbrengen, sneuvelen in het proces. VROM en IPO drukken hun eigen belangen en agenda’s door. Er is echter minder draagvlak en unanimiteit dan men doet vermoeden. Gemeenten morren.

De gemeente staat niet ter discussie als bevoegd gezag en als ‘eerste overheid’. De gemeente blijft dus het aanspreekpunt voor burgers, ondernemers en instellingen. Regie op lokaal niveau hoort hierbij. Met onze backoffice in een regionale uitvoeringsdienst staat deze regie op losse schroeven en voorzien we afstemmingsproblemen. Investeringen in integrale handhaving, ICT en de omgevingsvergunning lopen gevaar.

We stevenen af op een ‘reorganisatie bij wet’. De hele operatie heeft namelijk alles van een vooraf geregisseerd top-down proces met als gewenst eindresultaat het ingrijpen in de verantwoordelijkheid van gemeenten. Wij organiseren onze taken echter op basis van eigen beleid, verantwoordelijkheid voor lokale problemen, ambities en de wens om onze dienstverlening te verbeteren. Kwaliteit en professionaliteit kunnen namelijk ook binnen bestaande structuren bereikt worden, dat hebben we in het verleden voldoende bewezen. De weg naar uitvoeringsdiensten lijkt ingegeven door een gebrek aan kennis over wat bij gemeenten leeft.
Door Peter Smits op
Wat een flauwekul die omgevingsdiensten. Het gaat de burger op langere termijn alleen maar meer geld kosten! Hoeze gemeente de eerste overheid. Rijk en provincie bepalen wat goed is voor gemeente en burger. Helaas schatten zij dit weer slecht in.
Bovendien ik zie het al gebeuren. De voetbalclub in gemeente X vraagt een vergunning aan die boordeeld moet worden door technocraten in een omgevingsdienst die alleen maar de regeltjes toepassen en waarbij dus totaal geen flexibiliteit aanwezig is.