of 63000 LinkedIn

Brabant slecht barrière tussen fysieke en sociale domein

Het fysieke en het sociale domein vormen in veel gemeenten nog gescheiden werelden. De coronacrisis leert dat intensieve samenwerking op het gebied van de leefomgeving is vereist. De Brabantse omgevingsscan (BrOS) slaat een welkome brug.

Het fysieke en het sociale domein vormen in veel gemeenten nog gescheiden werelden. De coronacrisis leert dat intensieve samenwerking op het gebied van de leefomgeving is vereist. De Brabantse omgevingsscan (BrOS) slaat een welkome brug.

Plek 88

Ik zeg het op persoonlijke titel’, begint Robert Kint, ‘maar bij het ontwerp van de stad redeneren we doorgaans vooral vanuit de stenen. Of het er chic genoeg uitziet en hoe het bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. We kijken veel minder naar hoe het voelt wanneer je daar als mens in rondloopt: het samen praten, het elkaar ontmoeten. Gezondheid, sociale gezondheid, stond hier bij wijze van spreken op plek 88. De beleving van de leefomgeving door de burger moest echt een slag krijgen.’

 

Te weinig aandacht
Tilburg is in gemeenteland eerder regel dan uitzondering. In de nota ‘Gezondheid breed op de agenda’ van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt dat probleem in februari 2020 breed herkend. ‘Tot op heden is er weinig aandacht geweest voor de positieve invloed van de leefomgeving op gezondheidsbevordering en preventie’, valt daar te lezen. En al werken rijk, provincie en gemeenten rond een thema als luchtkwaliteit tegenwoordig steeds meer samen, ‘er is nog veel winst te behalen op andere gebieden, zoals ­geluidsbelasting, hittestress, allergieën en infectieziekten.’


Health Deal

In Brabant zag men dat eerder in. De provincie die in 2007 bovengemiddeld werd geraakt door de verspreiding van de Q-koorts als gevolg van intensieve veehouderij. In 2016 ondertekenden wethouders van de vijf grote Brabantse steden de Health Deal ‘Publieke gezondheid en ruimtelijke omgeving’. Nog tien organisaties deden mee, waaronder de GGD-en, de waterschappen, de provincie, het RIVM en universitair kenniscentrum Telos.

 

Hitte-ervaring

Het was de kans waarop de Brabantse GGD’en al een tijdje hadden gewacht, aldus kwartiermaker Omgevingswet Monique de Kok. Haar organisatie bezit tal van statistieken over hoe burgers denken over hun leefomgeving. Daar werd door gemeenten – als ze er al van wisten – nooit veel mee gedaan. Ten onrechte, vindt De Kok: ‘Je kunt als gemeente prachtige kaarten maken van de precieze maximumtemperatuur op elke straathoek. Maar wij als GGD bezitten de informatie over hoe burgers die hitte in de praktijk ervaren.’


Kans
De Brabantse Health Deal van 2016 viel zo’n beetje samen met een tweede kans die De Kok dankbaar greep: de Omgevingswet. ‘Daarin is participatie van burgers heel belangrijk. Het wonderlijke is dat de GGD op basis van haar wettelijke opdracht altijd al de taak had om gemeenten te adviseren bij de inrichting van de fysieke leefomgeving. Alleen, wij wisten als GGD vaak niet wanneer er bij een gemeente een nieuwbouwtraject van start ging. Toen de Omgevingswet naderde, dachten wij: dit is onze kans.’

 

Op de kaart

De Brabantse GGD-en wilden gemeenten laten zien hoe burgers zaken als geur, geluidshinder, luchtkwaliteit, hitte en groen beleven. De Kok: ‘Zo hoopten we gemeenten te verleiden om gezondheid serieuzer te nemen in het ontwerp van de fysieke leefomgeving. We wilden het als thema letterlijk en figuurlijk op de kaart zetten.’


Eye-opener

Doorslaggevend voor het ontstaan van de Brabantse Omgevingsscan  was de hackaton die in 2016 kort na de ondertekening van de Health Deal door de GGD’en werd georganiseerd. ‘Dat was voor mij een eye-opener’, zegt Wim Tijssen, adviseur bij het team implementatie Omgevingswet van de gemeente Tilburg. ‘ Onze leefbaarheidsmonitor was generiek van aard. Bij de GGD-en troffen we een schat aan informatie die we als gemeente ontbeerden. De verbinding leggen tussen de belevingscijfers en de feitelijke data – dat was voor ons een geweldige kans.’

 

Beleving

Zo werd het plan voor de Brabantse Omgevingsscan geboren, kortweg BrOS. De beleving van burgers wordt in het dashboard gedetailleerd in kaart gebracht en gerelateerd aan de ervaringen in vergelijkbare Brabantse gemeenten. Bij een thema als ‘groen’ blijkt dat de Oisterwijker daar duidelijk tevredener over is dan de inwoner van Hart van Brabant: hij fietst liever, ervaart meer rustige plekken en is ook beter te spreken over het aanbod van speelplaatsen.

Nieuwe inzichten
Ook afzonderlijke cijfers in de BrOS bieden nieuwe inzichten. Zo brengt een hittekaart in Eindhoven op buurt­niveau in beeld hoeveel kwetsbare ouderen er wonen en welk percentage 65-plussers er voldoende plekken voor verkoeling ervaart. Cijfers die meer aanknopingspunten voor gemeentelijk beleid bieden dan hittecijfers op basis van gemeten temperatuur.

 

Praatplaat

In Brabant begint de scheiding tussen het fysieke en sociale domein voorzichtig te vervloeien. De Vries: ‘In Goirle zijn we als GGD aan de slag bij het ontwikkelen van de omgevingsvisie. Daarvoor hebben we een soort praatplaat gemaakt die kan worden gebruikt voor interne bijeenkomsten van de gezamenlijke afdelingen ruimte en sociaal. Om samen alle thema’s eens door te akkeren en je af te vragen: wat betekent dat nou voor onze omgevingsvisie in relatie tot gezondheid? Dat soort voorbeelden hebben we ook van andere Brabantse gemeenten. Al mag het altijd meer, ­natuurlijk.’


Story map

En in Tilburg? ‘Ook bij ons worden data over de fysieke leefomgeving steeds ­belangrijker’, reageert Robert Kint. ‘Om thema’s zoals gezondheid in relatie tot de openbare ruimte beter zichtbaar en bespreekbaar te maken, zijn we gestart met het maken van een story map. Ik moet wel toegeven: dat zijn nu nog vooral vanuit de fysieke pijler ingestoken gegevens. We zijn nu bezig om de belevingscijfers van de BrOS daar aan toe te voegen.’

 

Remmende voorsprong

‘We hebben een beetje last gehad van de wet van de remmende voorsprong’, vult collega Wim Tijssen aan. ‘Onze omgevingsvisie was er landelijk als een van de eerste al in 2015. Nu is het zaak om bij de eerstvolgende herziening van de omgevingsvisie de BrOS wel in te zetten. Mijn hoofd eronder verwedden durf ik niet, maar ik kan me niet voorstellen dat er nog een project in Tilburg van de grond komt zonder dat het aspect gezondheid daarbij expliciet wordt meegewogen.’


Zie ook www.brabantscan.nl/bros. De gehele versie van dit artikel is deze week te lezen in BB05 (inlog)  

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Jos Brouwer (Senior beleidsmedewerker) op
Dit artikel gaat over de Brabantse Omgevingsscan (van de GGD). Van de 14 thema's gaat er slechts één over (meer) bewegen (lopen en fietsen), waarbij dit thema in die scan ook nog slechts heel mager is uitgewerkt. En dit terwijl de invloed hiervan op de gezondheid veel groter is dan de andere 13 thema's (waaronder uiteraard lucht, geluid en groen). Investeringen in meer bewegen hebben ook een vele hoger maatschappelijk rendement dan bij de andere thema's. Zo laat de Verkenning effecten van investeren in lopen zien (van Molster en Decisio) zien dat investeringen hierin een ongekend maatschappelijk rendement hebben: gemiddeld een factor 10 of meer. Bij investeringen in groen mag je blij zijn met een factor 2 en bij investeringen in lucht en geluid kom je vaak niet verder dan een factor 4 of 5. Het kosteneffectief verbeteren van de gezondheid lijkt kortom ver weg als uitgangspunt en doel van deze scan, wat je toch zou mogen verwachten. Want ook in gezondheidsland zijn de middelen schaars.
investeringen hierin veel meer bijdragen , met 14 thema’s, waaronder ook het thema ‘lopen en fietsen’)
Door Toine Goossens op
Dit lijkt een goede insteek. We dienen bij het inrichten van de fysieke ruimte echter wel rekening te houden met de wetenschappelijke onderbouwing van GGD cijfers.

Zo is er het onderzoek van de GGD Gelderland naar de uitstoot van stoffen door brommers op fietspaden.

Dat knudde onderzoek is nog steeds voor veel gemeenten aanleiding om snorscooters-/fietsen naar de rijbaan te verbannen. Royal Has Koning nam dat onderzoek als meest recent mee in haar advies aan de gemeente Utrecht. Adviseurs prikken niet door onwetenschappelijk abacadabra heen als dat niet in de opdracht past. Aan het GGD rapport werkten 9 mensen mee, waarvan de meesten niet wetenschappelijk geschoold en een die werkzaam was als relatietherapeut.

Het is schandelijk hoe GGD'en gezondheidsrisico's willen beperken op basis van larie onderzoek.

Ook het werken met 'ervaren last' is een volstrekt niet wetenschappelijke insteek. Utrecht stelde een conceptnota geluid op. Er stonden 2 kaarten in het concept. 1 kaart van de ervaren geluidsoverlast en 1 kaart van de gemeten geluidsbelasting. Er bestond vrijwel geen enkele overlap tussen deze kaarten.

Het meten van 'ervaren last' is niet objectief. Het verzet van vrijwel alle Nederlanders tegen ingrepen in hun leefomgeving laat dat zien. Meestal zet, uiteindelijk, de Raad van State een streep door dat NIMBY gedreven verzet. Het ervaren van last heeft een psychologische oorzaak, het is gebaseerd op gevoelens van onveiligheid en angst. Gevoelens die, zo laat Corona zien, zeer dominant gedrag zijn geworden. Laat de GGD’en onderzoeken hoe die gevoelens ontstaan en hoe deze aan te pakken zijn. Of horen die angstgevoelens niet bij gezondheid?

In geen enkele studie over luchtkwaliteit zijn prognoses opgenomen over het verbeteren van die kwaliteit als gevolg van elektrificering van mobiliteit. Nee GGD'en en gemeentes baseren zich op WHO cijfers die volstrekt verouderd zijn. De WHO cijfers zijn namelijk niet gebaseerd op recente studies, maar op lokale studies die per land, per werelddeel en voor de hele wereld worden samengevoegd. . Een cyclus die per stap vijf jaar doorlooptijd vergt.

Op het moment dat de WHO haar studies publiceert zijn de jongste onderzoeksgegevens minimaal 15 jaar oud. Belachelijk om die voor toekomstig beleid te gebruiken.

Zet daar het IPCC tegenover. Dat publiceert louter rapporten op basis van de meest recente wetenschappelijke inzichten. En geeft dan ook nog eens de onzekerheidsmarges aan, wat de WHO niet doet.

Het resultaat is dat er geld verspild wordt aan het verbeteren van de luchtkwaliteit terwijl dat geld besteed aan klimaatmaatregelen vele malen dringender is en ook nog eens tot de gewenste verbetering van de luchtkwaliteit leidt.

De gezondheidslobbyisten verdringen de aandacht van de burgers voor klimaatingrepen met hun 'vooroverlijdenscijfers'. Bekijk dat eens in een ander perspectief. In 1950 stierven Nederlanders op een gemiddelde leeftijd van 61,2 jaar. In 2019 was die leeftijd gestegen tot 78,5 jaar.

Een levensjarenwinst voor alle overledenen van meer dan 28%. Daar steken de cijfers van het vooroverlijden als gevolg van ....vult u zelf in........ zeer, zeer mager bij af.

Het gezondheidsfetisjisme verblindt het maken van de lange termijn keuzes voor de CO² reductie.

Vacatures

Van onze partners

De nieuwste whitepapers