of 63000 LinkedIn

Boerengenen op Landbouw eerder regel dan uitzondering

Dat concludeert onderzoeker Marij Leenders, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in Binnenlands Bestuur. Ze ging de invulling van de ministerspost na sinds de oprichting van het ministerie van Landbouw, Visserij en Handel in 1905.

Wordt de minister van Landbouw in het nieuwe kabinet iemand met een christelijke én vooral ook een agrarische achtergrond? Om na de Tweede Wereldoorlog minister van landbouw te worden, lijkt vooral de agrarische achtergrond een ‘must’.

Dat concludeert onderzoeker Marij Leenders, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in Binnenlands Bestuur. Ze ging de invulling van de ministerspost na sinds de oprichting van het ministerie van Landbouw, Visserij en Handel in 1905. In de eerste decennia waren de bewindspersonen vooral pioniers: zij zetten de eerste contouren uiteen voor landbouwwetgeving en beleid zonder directe betrokkenheid van de ook pas opgerichte landbouworganisaties. Tot halverwege de jaren veertig waren landbouwministers vooral dominees, juristen, economen of ingenieurs.


Benoemingscultuur
Dat veranderde na de Tweede Wereldoorlog, aldus Leenders. De plannen van de overheid voor grootschalige mechanisering en intensivering van de landbouw vroegen erom boeren daarin mee te nemen. Daarmee werd ook de achtergrond van de minister belangrijker. ‘Vanaf die tijd zien we dat − enkele uitzonderingen daargelaten − afkomst, studie of bestuurlijke ervaring bij landbouworganisaties, of liefst nog een combinatie van deze drie, een voorwaarde lijkt te zijn om tot minister van Landbouw te worden benoemd. Stilzwijgend lijkt na de Tweede Wereldoorlog een andere benoemingscultuur voor dit ministerie te zijn ontstaan. Vanaf halverwege de jaren veertig tot nu hebben van in totaal 18 ministers van Landbouw slechts 4 ministers en 1 staatsecretaris (de interim-ministers niet meegerekend) geen enkele relatie met de agrarische sector’, inventariseerde de onderzoekster. Alle andere landbouwministers hadden wel die connectie, met de boerenzonen Sicco Mansholt en Gerard Braks als meest aansprekende voorbeelden. Zij kenden de landbouwcultuur als hun broekzak.

Dezelfde taal
Mansholt (SDAP) was 12,5 jaar minister van Landbouw, gedurende een periode waarin hij grote hervormingen doorvoerde. Zijn missie was de productiviteit van de bedrijfstak te verbeteren en boeren bestaanszekerheid bieden, en tegelijk ook een einde te maken aan de erbarmelijke omstandigheden van veel keuterboeren. Om dat te bereiken onderhield hij nauwe contacten met de verzuilde boerenorganisaties. 
Braks
Een vergelijkbare achtergrond had CDA’er Gerard Braks. De Brabantse boerenzoon en landbouwkundige ingenieur bleef in de drie kabinetten-Lubbers (1982-1994) minister van Landbouw en Visserij. ‘Als geen ander sprak hij de taal van vooral de boeren van de zandgronden: hij had boerenovertuigingskracht’, aldus Leenders. Mede omdat hij dezelfde taal sprak, kreeg hij volgens haar veel voor elkaar zonder af te wijken van zijn koers, namelijk dat de landbouwsector medeverantwoordelijk was voor het milieu. Leenders memoreert dat Braks er als Kamerlid al op had gewezen dat ‘het ver ontwikkelde landbouwbedrijf hier en daar in conflict [was gekomen] met de eisen van natuur en milieu’. Tegen de boerenlobby in zette hij vervolgens als minister in de jaren tachtig maatregelen tot vermindering van mest door. Het is volgens haar interessant om te zien dat Braks de gegroeide gehechtheid doorbrak tussen landbouwsector en het ministerie. Leenders: ‘De eerste scheuren worden zichtbaar in het ‘Groene front’, zoals het fijngeweven web tussen landbouworganisaties, Kamerleden, het ministerie van Landbouw, de productschappen, de Rabobank en onderwijs, voorlichtings- en onderzoeksinstellingen wordt genoemd. Veelzeggend hierin is dat in 1989 ‘natuurbeheer’ aan de naam van het ministerie werd toegevoegd.’

Juristen
De ministers van Landbouw die geen connectie hebben met het vakgebied zijn vooral terug te vinden in de kabinetten-Kok I en II (1994-2002). Na de kabinetten-Lubbers liet Kok (PvdA) de hechte band varen die na de oorlog was ontstaan tussen de landbouwsector en het landbouwministerie: jurist en VVD’er Jozias van Aartsen werd minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Die zette plannen voor een grootschalige saneringsoperatie in de varkenshouderij in gang. Zijn opvolger, sociaalgeograaf Hayo Apotheker (D66), moest die plannen verder uitwerken, maar kreeg dat niet voor elkaar en trad binnen een jaar af. De klus werd afgemaakt door de politicoloog/jurist Laurens Jan Brinkhorst (D66). Hij kreeg waardering voor zijn beleid, maar was niet geliefd bij de boeren. ‘De paradox lijkt dat het moeilijk zaken doen is zonder het vertrouwen van de sector, maar dat afstand tot de sector nodig is om grote hervormingen door te voeren’, aldus Leenders.

Groene Front
Tijdens de kabinetten-Balkenende (2002-2010) werd de verbinding tussen de landbouwsector en het ministerie weer gezocht in de persoon van de minister van Landbouw. Boerenzoon Cornelis Pieter Veerman (CDA) was op alle fronten verbonden met de sector. Ook de ministers die hem opvolgden (Gerda Verburg, Maxime Verhagen, Henk Kamp en Carola Schouten) waren van christelijke huize en hadden, Verhagen uitgezonderd, een band met de agrarische sector. Toch heeft de verwevenheid tussen het ministerie van Landbouw en de agrarische sector volgens Leenders een andere vorm aangenomen. Zij concludeert dat het steeds minder lijkt of het ministerie zichzelf ziet als een onderdeel van het Groene Front, maar als een departement met bredere verantwoordelijkheid.

Lees het volledige artikel in Binnenlands Bestuur nr. 8 van deze week.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Zipje (gemeenteambtenaar) op
Het lijkt mij heel normaal dat de minister van landbouw een boeren-achtergrond heeft. Net zoals de minister van onderwijs een onderwijsachtergrond en de minister van volksgezondheid een volksgezondheid-achtergrond zou moeten hebben. Je ziet aan de coronacrisis wat er kan gebeuren als dat niet het geval is.
Door Carl Linnaeus op
@ E, Nabked: u vergeet de vele vogelgriep epidemieën (ook onder de heer Henk Bleker) en de Fipronil affaire (Henk Kamp/Carola Schouten)
Door drs. E. Nabled op
Aanvulling: ik bedoel dus deze 3 ministers zonder boeren achtergrond.
Door drs. E. Nabled op
Wat opvalt is dat de ministers - van Aartsen, Apotheker en \Brinkhorst - met veel inzet en machtsvertoon tijdens de grote diergezondheidscrises als varkenspest, mkz, gekke koeienziekte etc. vele miljoenen dieren hebben laten doden. Kennelijk erg weinig affiniteit en feeling met het agrarische bedrijf en landbouwhuisdieren; gewoon een bestuurlijk interessante klus, meer niet.

Vacatures

Van onze partners

De nieuwste whitepapers