of 59281 LinkedIn

25 regionale omgevingsdiensten in 2012

Boudewijn Warbroek Reageer
Gemeenten brengen uitsluitend ‘complexe’ milieutaken onder bij nieuwe uitvoeringsorganisaties. Provincies gaan veel verder en staan ook bevoegdheden af.

In 2012 telt Nederland ongeveer 25 regionale omgevingsdiensten die zijn belast met vergunningverlening, handhaving en toezicht. Gemeenten brengen hun ‘complexe’ milieutaken hierbij onder. De provincies hevelen al hun milieu- en overige Vrom-taken over naar de nieuwe uitvoeringsorganisaties. Doordat provincies bevoegdheden overdragen aan gemeenten, krijgen honderden ambtenaren straks een nieuwe werkgever. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Inter Provinciaal Overleg (IPO) zeggen verheugd te zijn over de nu gemaakte afspraken, waarmee de ministerraad vorige week heeft ingestemd.

 

Het verzet bij grote gemeenten is vooralsnog echter niet gebroken. Milieuwethouder Wilbert Willems van Breda (GroenLinks) is bezig zijn collega’s in 100.000-plusgemeenten te mobiliseren tegen de plannen. Volgens Willems willen Vrom, IPO en VNG te veel taken bij de nieuwe diensten onderbrengen. Willems: ‘In de nu openbaar gemaakte stukken is het allemaal globaal en abstract omschreven. Maar er is ook een lijst waaruit blijkt dat een grote hoeveelheid toezichtstaken naar de omgevingsdiensten zou moeten. Voor een gemeente als Breda betekent dit dat tientallen toezichtsambtenaren moeten worden overgeplaatst naar een nieuwe uitvoeringsorganisatie. Ik maak me daar grote zorgen over.’

 

Bovenlokaal

 

De VNG heeft het onderhandelingsresultaat, omschreven als een packagedeal, met een positief advies aan haar leden voorgelegd. VNG-voorzitter Jorritsma meent dat in de voorgestelde opzet sprake is van ‘een optimaal systeem’ om vergunningverlening, handhaving en toezicht te organiseren.

 

‘Gemeenten kunnen hun rol op het gebied van de vergunningverlening ten volle blijven vervullen’, zegt Jorritsma. ‘De VNG wil graag dat de vergunningverlening in de toekomst volledig in handen komt van gemeenten en dit is een stap op de goede weg.’ De gemeentekoepel heeft ermee ingestemd dat de inrichting van de omgevingsdiensten wettelijk wordt vastgelegd. ‘Daar hebben we geen problemen mee; het gaat immers alleen om bovenlokale taken die naar de nieuwe organisaties gaan’, meent Jorritsma.

 

Ook de provincies zijn content, zegt IPO-coördinator Reinette Kiès: ‘Op de vraag of wij tevreden met het gesloten akkoord, kan ik volmondig ja zeggen. De kwaliteit van het werk is straks gegarandeerd en kwaliteitsverbetering is altijd onze insteek geweest. Er komt landelijk één werkwijze, waardoor meer zekerheid ontstaat over de dienstverlening en over de inhoudelijke kwaliteit. Kennis en kunde kunnen echt worden verbeterd. Verder komt het tempo er goed in dankzij de gemaakte afspraken.’

 

Hoewel Vrom veel meer taken bij de omgevingsdiensten had willen onderbrengen, is ook minister Cramer (PvdA) volgens een woordvoerder ‘heel tevreden’ met het resultaat: ‘De kwaliteit verbetert en de bevoegdheden zijn duidelijk.’

 

Uniform

 

Gemeenten kunnen er vrijwillig voor kiezen om extra taken bij de omgevingsdiensten onder te brengen. Dan kan het ook gaan om toezicht op bouwen ruimtelijke regelgeving. Verder hoopt minister Cramer dat waterschappen zich aansluiten bij de regionale organisaties. Het is voorts de bedoeling dat de meeste milieuovertredingen in de toekomst worden afgedaan via een bestuurlijke boete of bestuurlijke strafbeschikking. Het Openbaar Ministerie en de politie kunnen zich dan concentreren op middelzware en zware milieucriminaliteit.

 

Uit het akkoord blijkt verder dat wordt aangekoerst op een uniform registratiesysteem. Als alle omgevingsdiensten op dezelfde wijze administreren, kan onderling eenvoudiger informatie worden uitgewisseld. Dit vergemakkelijkt ook de communicatie met andere overheidsdiensten, zoals politiekorpsen, het functioneel parket en landelijke inspectiediensten. Het kabinet heeft 7,5 miljoen euro beschikbaar gesteld om een systeem te ontwikkelen.

 

De komst van omgevingsdiensten is vorig jaar bepleit door een adviescommissie onder leiding van PvdA’er Mans. Het toezicht en de handhaving zijn nu volgens Mans zo sterk versnipperd dat het ten koste gaat van de kwaliteit. Minister Cramer heeft later de vergunningverlening in de discussie betrokken.

 

Mans zegt in een reactie ‘heel tevreden’ te zijn met de nu genomen besluiten: ‘Door bundeling van toezicht en handhaving wordt de deskundigheid bevorderd. De fragmentatie wordt doorbroken. De afstemming tussen Openbaar Ministerie en bestuur is geregeld, en dit geldt ook voor de informatie- uitwisseling.’

 

Wie doet wat?

• De omgevingsdiensten gaan alle relevante provinciale taken uitvoeren. Provincies krijgen een rol als ‘regisseur’. Zij beschikken over doorzettingsmacht om gemeenten te dwingen taken over te dragen, bijvoorbeeld als niet wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria.
• Gemeenten dragen alleen milieutaken over aan de regionale dienst. Dan gaat het volgens het kabinet om ‘milieutoezicht op activiteiten met een bovenlokale dimensie’, als ook om ‘taken die zeer complex zijn’, zoals ‘het milieudeel van vergunningen voor complexe en risicovolle bedrijven’.
• Overige gemeentelijke vergunningen, alsmede het toezicht en de handhaving ten aanzien van bouwen, wonen en ruimtelijke ordening, blijven in gemeentelijke handen.
• De omgevingsdiensten krijgen ‘in beginsel’ de juridische vorm van een openbaar lichaam onder de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Afwijken kan als alle partijen ermee instemmen.

Liever niet het ‘o-woord’

Het woord ‘omgevingsdienst’ komt in de officiële stukken niet meer voor. Kabinet, gemeenten en provincies spreken nu consequent over ‘regionale uitvoeringsdiensten’ of ‘regionale uitvoeringsorganisaties’. Dit is vooral een gevolg van de gevoeligheid bij gemeenten, die zich fel tegen de komst van omgevingsdiensten hebben verzet. VNG-voorzitter Jorritsma is ook met de nieuwe woordkeuze niet gelukkig, zegt ze desgevraagd: ‘Het is mijn jargon niet. Eigenlijk hebben we het over een soort adviesclubs. Je zet een aantal ambtenaren bij elkaar voor wie je als individuele gemeente of provincie te weinig werk hebt, of die je te weinig kunt bieden. Dan gaat het ook om complexe expertise. We hebben het uitsluitend over ambtelijke uitvoering; hoe organiseer je die? We moeten het niet groter maken dan het is.’

 

Tijdpad invoering omgevingsdiensten

1 december 2009: Gemeenten en/of provincies die met hun omgevingsdienst willen afwijken van de grenzen van de politie- en veiligheidsregio’s, dienen vóór deze datum een ‘gemotiveerd’ voorstel in. Het Rijk bepaalt binnen een maand of dit verzoek wordt gehonoreerd.

Eind 2009: De kwaliteitscriteria waaraan vergunningverlening, handhaving en toezicht moeten voldoen, staan op papier. Een wetsvoorstel gaat naar de Raad van State.

1 januari 2010: Alle regio’s hebben een besluit genomen over de gewenste juridische vorm van hun omgevingsdienst. De rijksoverheid weet welke vergunning- en toezichtstaken zijzelf aan de omgevingsdiensten zal overdragen. Op 1 januari 2010 wordt ook de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) van kracht. Provincies blijven verantwoordelijk voor het milieudeel van de nieuwe omgevingsvergunning.

1 januari 2011: Alle vergunningverlening, handhaving en toezicht moeten voldoen aan de in 2009 ontwikkelde, inmiddels wettelijk vastgestelde kwaliteitscriteria.

1 januari 2012: De omgevingsdiensten zijn operationeel. Provincies dragen hun milieubevoegdheden voor de omgevingsvergunning over aan gemeenten, maar blijven zelf verantwoordelijk voor hun zogeheten ippc- en brzo-inrichtingen.

 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.