of 60715 LinkedIn

Focus op zon in de RES geeft lastige uitdagingen

De focus voor nieuwe opwek in RES’sen lijkt vooral op zonnestroom te liggen. Maar gebouwen proberen te verwarmen met voornamelijk zonnestroom kan leiden tot lastige nieuwe uitdagingen. Het is belangrijk dat betrokken partijen zich daar goed bewust van zijn. ‘Onderneem stappen om dit te voorkomen’, adviseert Maarten Staats.

Afbeelding

 

De trajecten om tot Regionale Energie Strategieën (RES’en) te komen, zijn ingewikkelde processen met veel stakeholders, belangen en afwegingen om te maken. Maar er is voortgang. In vrijwel alle regio’s is op dit moment al een concept-RES beschikbaar. De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) heeft recent een analyse gemaakt van deze concepten. Hieruit komt naar voren dat het gezamenlijke conceptaanbod voor de opwek van duurzame energie flink hoger ligt dan de gevraagde 35 TWh. Dit onderstreept de positieve intenties van alle aangesloten partijen.

Zonnepanelen halen windmolens in

En er is nog een interessante ontwikkeling: de huidige gerealiseerde opwek van windmolens is hoger dan die van zonnepanelen. Ook zit er meer duurzame stroom van wind in de pijplijn (te zien aan de reeds toegekende SDE+ subsidie) dan bij zon. Maar het ‘extra aanbod’ van de regio’s om boven de 35 TWh te komen, bestaat juist voor bijna 90 procent uit zonnepanelen (zie figuur 1). Dit is een keerpunt ten opzichte van de huidige duurzame opwek en de al toegekende projecten. Als al deze trajecten tot uitvoer komen, halen zonnepanelen in binnen tien jaar wind op land in als het gaat om jaarlijkse opwek van duurzame stroom.


Afbeelding

Figuur 1: Onderverdeling van wind en zon binnen de concept-RES’en. Bron: NVDE analyse concept Regionale Energiestrategieën

 

Draagvlak is een issue

Dit keerpunt is geen verrassing. In het verleden is wind op land op verschillende plekken een hoofdpijndossier geworden door weerstand van omwonenden. Waarschijnlijk is de enorme focus op zon in plaats van wind gedeeltelijk ingegeven uit (al dan niet terechte) overwegingen van publieke opinie en draagvlak richting wind op land. Dat is op zichzelf geen probleem. Het is gewoon ook onderdeel van de keuze. Maar als deze trend zo doorzet richting 2030 en daarna, heeft dat ook implicaties voor andere ontwikkelingen binnen de energietransitie. Het is belangrijk om daar goed bij stil te staan.

Mismatch tussen opwek zon en aardgasvrije gebouwen als afnemers

De duurzame opwek die wordt besproken in de RES’en dient namelijk om de energievraag te kunnen verduurzamen. Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving vraagt veel duurzame warmte en duurzame stroom. Als onderdeel van de RES zijn partijen hier ook mee bezig in de Regionale Structuur Warmte (RSW).

De gebouwde omgeving kan een interessante afnemer zijn van de duurzame stroom uit wind en zon. Want warmteoplossingen vragen een toename aan stroom, zowel all-electric oplossingen met warmtepompen als collectieve oplossingen met bijvoorbeeld aquathermie. Maar voor stroom van zon is dit problematischer dan voor wind op land. Want zonnestroom levert relatief weinig op in de winter als er juist veel warmtevraag is en relatief veel in de zomer wanneer er weinig warmtevraag is (zie figuur 2). Deze mismatch tussen vraag en aanbod speelt in veel mindere mate voor windstroom, die juist in de winter meer oplevert dan in de zomer.

 


Figuur 2: Relatieve aardgasvraag woningen en productie van stroom uit zonnepanelen en windmolens. Bronnen: Energietransitiemodel en Energieopwek.nl

 

Tekort in de winter, overschot in de zomer

Er bestaat dus een kans dat we straks een grote productie van duurzame stroom in de zomer hebben, die maar beperkt gebruikt kan worden in de gebouwde omgeving. Deze mismatch tussen opwek en gebruik speelt overigens niet alleen bij de warmtevraag, maar ook bij bijvoorbeeld mobiliteit en industrie. De vraag in deze sectoren is relatief stabiel gedurende het jaar. Het één-op-één matchen van de vraag uit deze sectoren en het aanbod van zonnestroom zal dus leiden tot een tekort in de winter en overschot in de zomer.

Ondervang de koudevraag

Wat wél goed matcht met de opwek van zonnestroom is koudevraag van gebouwen. Bijvoorbeeld de energievraag van airco’s. De koudevraag is immers voornamelijk aanwezig in de zomer, wanneer de zonnepanelen ook veel opwekken. Maar het is belangrijk om nieuwe koudevraag zoveel mogelijk te ondervangen met energiebesparing of oplossingen die weinig energie gebruiken, zoals met zonwering, meer groen in de buurt of witte daken. Want als we veel koudevraag gaan invullen met bijvoorbeeld airco’s zorgt dat er vooral voor dat er ook meer duurzame energie nodig is.

Zon vraagt meer investeringen

De mismatch tussen opwek van zonnestroom en energievraag heeft een belangrijke implicatie: er zullen meer investeringen in het energiesysteem gedaan moeten worden. Om deze mismatch op te lossen is veel opslag nodig om de zonnestroom overdag op te slaan voor gebruik s ’nachts, maar ook seizoensopslag voor gebruik van zomerse energie in de winter.

Ook zijn er vergeleken met windenergie meer investeringen in geld, personeel en tijd nodig om al die zonne-energie goed aan te kunnen sluiten. Zon vraagt vergeleken met wind ongeveer drie keer zoveel aansluitvermogen van het elektriciteitsnet voor één eenheid duurzame stroom. En dat kan nog best wel eens een knelpunt worden, want ook de gebouwde omgeving, mobiliteit en industrie zullen enorme investeringen nodig hebben in energie-infrastructuur. Zo voorziet bijvoorbeeld Liander in hun Ontwerp Investeringsplannen Elektriciteit 2020 een flinke groei van elektriciteitsvraag voor deze sectoren, zeker in Noord- en Zuid-Holland.

Toepassing in de praktijk: RES-regio Noord-Veluwe

Met deze overwegingen in het achterhoofd is het niet eenvoudig om tot een goede afweging te komen tussen zon en wind. In de RES-regio Noord-Veluwe werken we met drie varianten, waarin de zoekgebieden en de verhoudingen tussen zon en wind in het gebied per variant verschillen.

Bij het analyseren van deze varianten hebben we een doorberekening met het Energie Transitie Model (ETM) gemaakt van aanbod en vraag van energie in het hele gebied, inclusief gebouwen, transport en industrie.

Hierbij zijn bewust ook inzichten en uitgangspunten uit bijvoorbeeld de Regionale Structuur Warmte van de regio opgenomen om de relatie te kunnen leggen tussen de RES en de warmtetransitie. Ook is netbeheerder Liander nauw betrokken geweest bij het doorrekenen van de varianten. Ten slotte heeft deze regio zoveel mogelijk zon en wind proberen te combineren op dezelfde locaties, zodat ze van dezelfde energie-infrastructuur gebruik kunnen maken.

Vier vervolgstappen om dit dilemma te slechten in de RES 1.0

De trend dat vooral extra ingezet gaat worden op zonnestroom vraagt dus om extra aandacht en bewustwording van procesbegeleiders, stakeholders en bestuurders. Met een aantal stappen, zoals bijvoorbeeld in RES-regio Noord-Veluwe is gedaan, kan dit goed meegenomen worden in het proces en tijdig worden bijgestuurd. Een aantal concrete acties die betrokken partijen nu kunnen zetten zijn:

  • Zorg ervoor dat gemeenten en andere stakeholders moeten zich bewust zijn van de verschillende impact die zon en wind hebben op de kosten, het net en de balancering van aanbod en vraag. Betrokken partijen moeten zich realiseren dat zon en wind niet zomaar uitwisselbaar zijn.
  • Denk goed na over een geschikte mix tussen zonnestroom en windmolens in de regio. Bepaal bijvoorbeeld het gezamenlijke jaarlijkse opwekprofiel (zoals in figuur 2). Een vervolgstap is om opwek en vraag in zijn geheel door te rekenen om te kijken hoe deze zich tot elkaar verhouden. Dit kan bijvoorbeeld met het Energie Transitie Model.
  • Combineer waar mogelijk zonnestroom en windstroom in hetzelfde gebied. Zon en wind vullen elkaar redelijk goed aan en kunnen van dezelfde infrastructuur gebruik maken. Zonnestroom en windstroom altijd in aparte gebieden ontwikkelen is geen goed idee.
  • De Regionale Structuur Warmte biedt als onderdeel van de RES inzicht in de toekomstige vraag naar warmte, afgestemd op de Transitievisies Warmte. Blijf structureel het gesprek voeren tussen het RSW traject en het grootschalige energie-opwek traject. Zorg dat iedereen begrijpt dat opwek en vraag communicerende vaten zijn en dat daar rekening mee gehouden moet worden.
  • Participatie wordt richting RES 1.0 een belangrijk thema in de RES-regio’s. Als daarbij een keuze wordt voorgelegd tussen scenario’s met meer of minder zon of wind, zoals we in enkele regio’s zien, zorg er dan voor dat de betrokken partijen deze keuze goed onderbouwd kunnen maken. Geef bijvoorbeeld een visuele impressie van het aantal zonnepanelen dat nodig is in plaats van één windmolen, het aantal zonnepanelen dat nodig is om ook in de winter voldoende op te wekken of de ruimte en investeringen die extra nodig zijn in bijv. energieopslag en netaansluiting.
  • Wordt er toch gekozen voor voornamelijk extra zonnepanelen binnen de RES? Kijk dan goed op welke manier met investeringen in infrastructuur en opslag om kan worden gegaan. Mogelijke opties zijn bijvoorbeeld het slim afstemmen van vraag en aanbod, het lokaal opslaan of omzetten van stroom of het aftoppen van stroomproductie op de zonnigste zomerdagen.

Wil je meer weten of advies over jouw opgave? Neem dan contact op met Maarten Staats (maarten.staats@overmorgen.nl) of bel 06 82 44 71 00.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Maarten Staats op
Beste Johan,
Waar de zonnepanelen precies geplaatst gaan worden, is onderdeel van de RES-trajecten. Wel is het duidelijk dat alle regio's maximaal inzetten op zon op dak waar mogelijk. Ze willen zoveel mogelijk van het potentieel van zon op dak kunnen benutten. Maar er gaat onvermijdelijk een deel van de panelen op land geplaatst moeten worden. Binnen de RES-trajecten wordt hier met veel stakeholders over nagedacht hoe dit slim en met voldoende draagvlak ingepast kan worden. Hoeveel landbouwareaal nodig is, kan op dit moment echt nog niet gezegd worden, dat hangt sterk af van hoeveel zonnepanelen we op land willen plaatsen, en welk deel hiervan op landbouwgrond geplaatst gaat worden.
Door Johan Boonen op
Beste Maarten

Heb je enig idee waar die zonnepanelen 'allemaal' geplaatst zullen worden. Daken van woningen, loodsen en fabrieken bieden onvoldoende uitkomst. En dus zul je moeten uitwijken naar bermen en landbouwgrond. Ik hoor cijfers dat uiteindelijk meer dan tien procent van het landbouwareaal nodig is. Klopt dat cijfer enigszins en gaat dat niet tot nieuw maatschappelijk verzet leiden?
Door Maarten Staats op
Beste Leon,
Dank voor je reactie! Het kijken naar de regio's is ingegeven omdat de uitdaging voor het aansluiten ook regionaal speelt. De potentie van wind op zee wordt zeker wel benut, sterker nog, daar gaan we richting 2030 de meeste duurzame stroom uit halen. Alleen is al die stroom van zee op land krijgen in 2030 en daarna al een uitdaging, en dan vervolgens ook nog in alle uithoeken van Nederland krijgen nog een veel grotere uitdaging. Daarom is het belangrijk dat we goed kijken naar wat we lokaal kunnen opwekken en hoe we dat ook zoveel mogelijk lokaal kunnen afstemmen. Maar dit zal zeker in samenhang zijn met de opwek van wind op zee, opwek in buurlanden en andere vormen van duurzame energie.
Door Leon op
Ik vroeg me af, is dit misschien een logisch gevolg van het regionaal kijken? Blijft de potentie van wind op zee hierdoor onbenut?

Contactgegevens

AfbeeldingOver Morgen

Kleine Koppel 26

3812 PH Amersfoort

+31 (0) 33 3036800

overmorgen.nl

Meer nieuws

Video

Wilt u eens in gesprek met Over Morgen?
Neemt u gerust contact met ons op.

Whitepapers

Bloggers