of 60715 LinkedIn

De post-corona binnenstad: meer dan een ontmoetingsplek?

Deze blog schrijf ik in de koffiebar van de nieuwe bibliotheek in het centrum van Utrecht. De bieb, een plek die ik lange tijd heb gemeden. Want: muf gebouw, geen plek om lekker te werken en ook geen noodzaak, want ik kon naar een leuk kantoor. Sinds ‘de bieb’ begin dit jaar is verhuisd naar het voormalige Postkantoor aan de Neude en afwisseling in het thuiswerken soms fijn is, kom ik er echter weer graag. Hetzelfde geldt voor veel anderen; het gebouw is regelmatig afgeladen vol, alle studie- en werkplekken zijn bezet. Eigenlijk geldt dat nu weer voor het hele centrum van Utrecht, een enorm contrast met vier maanden geleden. Toen fietste ik met verbazing over de uitgestorven Oude Gracht.

De binnenstad heeft het moeilijk

Dat het nu in het Utrechtse stadshart weer druk is en in Amsterdam de toeristen weer in groten getalen over de Wallen struinen, is niet iets dat voor alle binnensteden en (grote) dorpskernen in Nederland geldt. Zeker in delen van het land die – zoals Floor Milikowski beeldend beschreef in Een klein land met verre uithoeken – om verschillende redenen minder goed zijn ‘aangesloten’ op de rest van de wereld. Daar worstelen pandeigenaren met hun leegstaande plinten.

 

Het is vaak beschreven, de binnenstad heeft het lastig. De oorzaken zijn al vaak beschreven. Om er een paar te noemen: krimp van de bevolking, de opkomst van online shoppen en suburbane centra, te weinig vernieuwingsdrang, gebrekkige ruimtelijke uitstraling, een tekort aan beleving, te weinig samenwerking. De klant blijft steeds vaker weg en een spiraal van leegstand en verloedering komt op gang. Corona heeft ons nog eens extra met de neus op de feiten gedrukt.  De klimaatcrisis, bevolkingskrimp en groeiende sociaal-economische verschillen tussen regio’s maken de urgentie om te veranderen alleen maar groter.

 

De binnenstad als lokaal baken
Alles wat aandacht krijgt, groeit. En de binnenstad is die aandacht waard, want de binnenstad blijft relevant. Een kloppend hart versterkt het lokale karakter, de eigen kwaliteiten van een stad of dorp. Een kloppend stadshart is de showcase van de hele gemeente. En zou het kunnen zijn dat de lokale identiteit nog belangrijker wordt in een wereld die minder snel globaliseert dan we gewend waren? Een sterke binnenstad kan gemeentes helpen de eigen kwaliteiten sterker voor het voetlicht te brengen. 

 

Maar dan is het wel van belang dat die binnenstad echt past bij de rest van de gemeente. Dat deze meer is dan een winkel- en uitgaanscentrum. En met functies die passen bij de panden, het huurniveau en de uitstraling ervan. De focus ligt daarbij vaak op retail en horeca. De traditionele dragers van de binnenstad. Dat is zonde, want inmiddels wordt steeds duidelijker dat consumenten selectiever worden in waar zij gaan winkelen. Succesvolle winkelplekken worden nog succesvoller en minder succesvolle plekken verliezen nog meer van hun aantrekkelijkheid. Veel stadscentra winnen het niet meer van online shops en een paar grote centra aan de randen van de stad.

 

Kijk breder dan retail
Zou de coronacrisis niet hét moment zijn om de binnenstad breder te beschouwen dan alleen als winkelhart? In veel plaatsen is het simpelweg een te wankel economisch model geworden. Dat wil niet zeggen dat die centra verloren zijn. Maar dan moet je wel breder kijken dan beleving en retail. Waar is in die gemeente behoefte aan? Wat mist er nou echt? Waar is men sterk in? Waar is men trots op? Hoe zit de regio economisch in elkaar? En waar liggen daarin kansen voor de binnenstad, met haar specifieke kenmerken, zoals goedkope zichtlocaties, centrale ligging, verschillende soorten panden, publieke ruimtes? Dat kan tot verrassende conclusies leiden. Waarom zou je een binnenstad bijvoorbeeld niet kunnen omvormen tot dynamisch verblijfs-, productie- en verkoopcentrum? Zoals steden ooit ontstaan zijn? Of, nog gekker: tot een buurt met een sterkere woonfunctie? Met toegevoegd groen? Of, bij gebrek aan monumentale panden: een verzameling pocketparken midden in de gemeente? Als het doel is om het centrum weer bruisend te maken, moet je zoeken naar de beste combinatie van functies in de breedste zin van het woord. En er vooral mee gaan experimenteren.

 

De optimale functiemix
Het is tijd om ter behoud van een levendig centrum het aantal spelers uit te breiden en niet alleen te denken aan consumenten, retailers, horeca en bewoners als doelgroepen. Denk bijvoorbeeld ook aan  producerende bedrijven die kunnen profiteren van leegstaand vastgoed in de binnenstad. Of kijk naar het centrum als regionale marktplaats: producerende bedrijven uit de regio die hun waar weer aanbieden in de ‘grote stad’ in de buurt. Leidt de noodzaak om meer in lokale en kortere voedselketens te gaan produceren ten gevolge van bijvoorbeeld de stikstofcrisis niet ook tot nieuwe kansen voor de binnensteden? Zeker de binnensteden in gebieden die economisch en met infrastructuur minder sterk verbonden zijn met de Randstad? Zo versterken de stad en regio elkaar op een duurzame manier.

 

Van dynamiek komt dynamiek
En de startup van de student die hier opgroeide, kan die niet samen met andere starters goedkope productieruimte gaan huren en zo een productiehub beginnen in het centrum? Het maakt niet veel uit welke functies het precies zijn, als het maar past bij de aard van het betreffende centrum. Bij de aard van de leegstaande gebouwen. Bij de economische sterktes in de omringende regio. Juist de stapeling van functies maakt het centrum tot een centrum. De herbestemming van een of twee belangrijke gebouwen kan al tot nieuw dynamiek leiden. En dynamiek brengt meer dynamiek: er ontstaat bijvoorbeeld nieuwe animo voor ‘placemaking’, activering van de openbare ruimte. Die koffiebar komt dan vanzelf wel.

 

Wat nodig is
Van gemeentes vraagt dit de durf om los te laten en een nieuwe richting te kiezen voor de binnenstad. Durf op basis van een gedragen visie te sleutelen aan bestemmingsplannen die ruimte geven aan de functiemenging die stadscentra hun dynamiek geven. Door bijvoorbeeld een pand van een flexibele bestemming te voorzien. Of door specifieke regels op te nemen die ervoor zorgen dat kwetsbare functies worden beschermd. Zo geldt in het centrum van Amsterdam (kwetsbaar op een andere manier) al decennia de regel dat kantoorpanden groter dan 1.000 m2 niet mogen worden getransformeerd in woningen of grote winkels.  

 

Er zijn altijd kansen, alleen liggen ze vaak in een andere hoek dan je zou verwachten. Blijven kijken, met een brede nieuwsgierige blik, durven uitproberen en vooral veel verbeeldingskracht zijn essentieel om in die onbekende hoeken terecht te komen. Net zoals ik ook vanuit mijn nieuwsgierigheid een werkplek heb gevonden in een rustige uithoek van de Utrechtse bieb.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingOver Morgen

Kleine Koppel 26

3812 PH Amersfoort

+31 (0) 33 3036800

overmorgen.nl

Meer nieuws

Video

Wilt u eens in gesprek met Over Morgen?
Neemt u gerust contact met ons op.

Whitepapers

Bloggers