of 63428 LinkedIn

Na 'Varkens in Nood'-arrest. Hoe nu verder?

Na 'Varkens in Nood'-arrest. Hoe nu verder? Verhouding tussen woningbouw en rechtsbescherming op scherp
NEPROM Reageer

In deze column gaat Nicolette in op een derde uitspraak die de verhouding tussen woningbouw en rechtsbescherming op scherp zet en hoe je kunt voorkomen dat er hieruit vertraging ontstaat.

In een eerder artikel van zes mei jl. ging ik in op de verhouding tussen woningbouw en rechtsbescherming. Dit naar aanleiding van de gevolgen van een arrest van het Europese Hof en een uitspraak van de Raad van State. In deze column ga ik in op een derde uitspraak, die ik in mijn vorige stuk al noemde. Vervolgens geef ik de wetgever een aantal aandachtspunten mee voor de verdere aanpak, om te voorkomen dat vertraging ontstaat en de benodigde woningen niet gerealiseerd kunnen worden.


De uitspraak
Een derde relevante uitspraak over dit onderwerp (i) houdt in, dat een niet-belanghebbende soms toch in beroep kan tegen een omgevingsbesluit bij de bestuursrechter. Wetgeving (art. 8.1 Awb) moet hierop aangepast worden. De uitspraak vergroot de toegangsmogelijkheden tot de rechter. De indiener van het beroepschrift moet wel eerder een zienwijze ingediend hebben; tegen het ontwerpbesluit. Hij mag vervolgens zowel het proces als de inhoud aan de orde stellen. Beperkend is, dat hij bij de rechter tegen het 'relativiteitsvereiste' aanloopt. Dat betekent, dat hij geen beroep kan doen op een rechtsregel die niet bedoeld is om hem te beschermen.

 

Welke oplossingsrichtingen zie ik?


Veelkoppig monster
Vertraging van processen en procedures in gebiedsontwikkeling is een moeilijk te bestrijden probleem. Het gaat namelijk niet alleen om de wettelijk geregelde termijn. Het gaat ook om de overige processen en aspecten als 'capaciteit en cultuur'. Dat geldt voor alle schakels in de keten. Goede medewerkers zijn lastig te krijgen en houden. En vaak is de vertraging terug te voeren op slechte dynamiek of begrijpelijke angst die is verworden tot een stukje chagrijn tussen een aantal betrokkenen. Psychosociale analyses over deze veelzijdige thematiek gaan de reikwijdte van dit artikel te buiten. Zij behoeft wel aandacht.


Participatie versus rechtsbescherming
Het is belangrijk dat de wetgever, de rechterlijke macht en bevoegde gezagen oog hebben voor de verhouding tussen de leerstukken 'participatie' en 'rechtsbescherming'. Participatie aan de voorkant is een groot goed en kan zeker helpen projecten te verbeteren. Aangezien rechtsbescherming altijd open blijft staan tegen besluiten, is het zaak specifiek participatiebeleid van bijvoorbeeld gemeenten uniform te houden en niet te laten stapelen; bovenop gerechtelijke procedures/rechtsbescherming. Bovendien zou een initiatiefnemer beloond moeten worden als hij aantoonbaar met een redelijk verhaal komt over de manier waarop hij met de input van anderen omgaat. Dat zou zich kunnen vertalen in een snellere procedure of de inhoudelijke beoordeling.


Relativiteitsvereiste
Belangrijk is de nadruk die de Raad van State in de hierboven genoemde uitspraak legt op het 'relativiteitsvereiste'. Opvallend genoeg is dit beginsel niet van toepassing in de bezwaarfase, als die van toepassing is. Daar zou je anders tegenaan kunnen kijken. Invoering van het beginsel in dat stadium laat een volledige heroverweging door het bestuursorgaan van het gefilterde besluit onverlet en bevordert transparantie van de besluitvorming. Daarnaast vergroot het beginsel de slagvaardigheid in bestuursrechtelijke procedures en voorkomt het oneigenlijk gebruik daarvan.


Belanghebbende en zijn entreebewijs tot de rechter
De Raad van State geeft de volgende aanknopingspunten voor het vervolg:

 

1) als een omgevingsrechtelijk besluit niet onder het verdrag van Aarhus valt, geldt het Nederlands recht. De Raad van State wil een eenduidig antwoord op de vraag om welke besluiten het gaat;

 

2) de zogenoemde 'onderdelenrechter' wordt tijdelijk niet toegepast; hoewel het Europese Hof daar eigenlijk geen uitspraak over heeft gedaan. Er waren in deze zaak immers überhaupt geen zienwijzen ingediend door de betrokken partijen. Alle onderdelen van het besluit kunnen dus aan de orde komen in beroep. Zijn er wel zienswijzen ingediend, kan de niet-belanghebbende in beroep zowel het proces als de inhoud aan de orde stellen. Het begrip 'zienswijzen' lijkt daarmee aan inflatie onderhevig. Je kunt die fase namelijk in veel gevallen overslaan. Bovendien is het relativiteitsvereiste bij de rechtbank sowieso van toepassing; op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht. Gelet op de nieuwe aanpak die de Omgevingswet voorstaat (participatie) lijkt mij een beperkende uitwerking van deze punten op zijn plaats;

 

3) de Raad van State begrijpt het arrest van het Europese Hof zo, dat waar het indienen van zienswijzen openstond voor iedereen, beroep open staat voor niet-belanghebbenden. Het Europese Hof spreekt hier echter van 'het betrokken publiek'. Die definitie leidt volgens mij tot een iets genuanceerdere invulling. Zou het indienen van zienwijzen niet opengesteld kunnen worden voor alleen deze categorie? Zoals ik het lees, is een belangrijk element van de zaak dat het Nederlands recht hier ruimere terminologie hanteert dan het verdrag van Aarhus.

 

Het vervolg
Diverse Ministeries werken ondertussen aan de beantwoording van Kamervragen die zijn gestelde over dit onderwerp door de VVD op 22 april jl. Ook schrijven zij aan het benodigde wetsvoorstel. Dat betreft eerst een ambtelijk concept dat openbaar wordt gemaakt ter inspraak. Beide stukken zullen meer duidelijkheid scheppen. Daar is het wachten op. Gelet op het grote belang verwacht ik niet dat dat al te lang gaat duren.

 

Nicolette Zandvliet (senior jurist NEPROM)

Dit artikel verscheen op 17 mei op Omgevingsweb.nl

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

AfbeeldingNEPROM

Westeinde 28

2275 AE Voorburg
Postbus 620

2270 AP Voorburg
T  070 386 62 64
E  info@neprom.nl
www.neprom.nl

Meer nieuws

Whitepapers