of 59123 LinkedIn

Waar een wil is, is het net als thuis

De toekomst van wooninitiatieven van ouders voor kinderen met een beperking staat onder druk. Ondanks de vaak goede wil, kost het gemeenten, zorgkantoor, corporaties en zorgaanbieders moeite om eigen initiatief te bevorderen. In april 2018 verschenen de rapporten ‘Net als thuis’ van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en ‘Waar een wil is’ van de Nationale Ombudsman. Beide rapporten laten zien hoe weerbarstig de praktijk is van het bevorderen van eigen initiatief.

Gemeenten staan soms wantrouwend tegenover ouderinitiatieven omdat ze, meestal onterecht, in verband worden gebracht met de fraudezaken die af en toe aan het licht komen bij zogenaamde ‘PGB-aanbieders’, aldus het SCP-rapport ‘Net als thuis (april 2018)’. Deels gevoed door dit wantrouwen, zijn sommige gemeenten steeds minder bereid om ‘wooninitiatieven-toeslag’ bij WMO-zorg te verstrekken, waardoor de continuïteit van een ouderinitiatief onder druk komt te staan. Andere gemeenten volgen de lijn van het ministerie van VWS, dat in maart 2017 aangaf dat deze toeslag mag worden besteed aan gemeenschappelijke ruimten, mits die onlosmakelijk verbonden blijven met het verlenen van zorg. Zorgkantoren stellen deze toeslag bij WLZ-zorg meestal wel beschikbaar.

 

De verschraalde budgetten in de zorg brengen de levensvatbaarheid van ouderinitiatieven ook in gevaar. Er worden lagere zorgindicaties afgegeven, PGB-tarieven worden verlaagd, terwijl de huren hoger worden en de inkomens van bewoners achterblijven, met als gevolg dat er minder geld beschikbaar is voor de exploitatie. Ouders zijn bereid om zelf geld en vooral veel tijd te steken in het wooninitiatief voor hun kinderen, maar kunnen dat niet zonder de medewerking van gemeente, zorgkantoor, woningcorporatie en zorginstelling.

 

Volgens het regeerakkoord moeten gemeenten kleinschalige en innovatieve wooninitiatieven stimuleren. Volgens het in april jongstleden verschenen rapport ‘Waar een wil is’ van de Nationale Ombudsman kunnen overheden dit doen door meer te denken in mogelijkheden, op een actieve manier duidelijkheid te bieden over wat wel en niet kan en het initiatief serieus te nemen.

 

Niet alleen de instituties, ook ouders zelf kunnen niet altijd meer garant staan voor de continuïteit van het wooninitiatief dat ze voor hun kind hadden opgericht. ‘Hoe moet het straks verder als ik er niet meer ben?’ vraagt men zich dan af.

 

Mijn eigen afdronk bij het lezen van beide rapporten is dat het er vooral op aankomt dat het ouderinitiatief zorgt voor een concreet plan, dat gefundeerd is op een gedeelde visie met een groep bewoners die bij elkaar past. Onderhoud goede contacten met gemeente, woningcorporatie, zorgkantoor en zorgaanbieders. Dat levert soms geld op maar vooral welwillendheid.

 

Ook de instituties moeten zorgen voor een sterke eigen visie en daar ook consequent gevolg aan geven. Goede voorbeelden zijn het beschikbaar stellen van een startbedrag voor het initiatief en een onafhankelijk cliëntadviseur voor groepen ouders. Gemeenten moeten net als de zorgkantoren welwillend omgaan met het verstrekken van wooninitiatieven-toeslag.

 

Zorg vooral dat je als partijen onderling elkaar goed leert kennen, leg een basis voor vertrouwen. Dat zal de ouders, bewoners en de samenleving maatschappelijk en financieel meerwaarde opleveren. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Contactgegevens

Boulevard Heuvelink 104

Afbeelding

6828 KT Arnhem

Postbus 1174

6801 BD Arnhem
026-3512532


www.companen.nl

info@companen.nl

Meer nieuws

Woonarmoede

Expertise

NIEUWSBRIEF Companen

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van woningmarkt en leefomgeving?

 

Meld u dan hier aan.

Bloggers