of 59162 LinkedIn

Let op: Inzet vrijwilligers minder stabiel dan feiten doen vermoeden

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) kwamen onlangs naar buiten met feiten over de ontwikkeling van het vrijwilligerswerk in Nederland. Beide instituten kwamen met het geruststellende bericht dat de inzet van vrijwilligers al 25 jaar een stabiele factor vormt in de samenleving. Een geruststellend idee, en we gaan rustig over tot de orde van de dag. Maar is dat terecht? Als de behoefte aan vrijwilligerswerk groter wordt neemt het vrijwilligerspotentieel eigenlijk af. Als we daar nu niet op anticiperen dan is er een groot risico op meer eenzaamheid, uiteindelijk resulterend in hogere zorgkosten.

Het aantal vrijwilligers is volgens onderzoek van het CBS en het SCP al 25 jaar stabiel. De vraag naar vrijwilligers in het sociale domein groeit echter, door gelijktijdige extramuralisering en sterke vergrijzing. Zo blijkt uit het SCP-onderzoek ‘Langer zelfstandig’, dat het percentage 80-plussers dat in een verzorgings- of verpleeghuis woont, is afgenomen van 20% in 1980 tot 14% in 2010. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het ouderen heel goed lukt om langer thuis te blijven wonen, mits hun gezondheid nog redelijk is, er sprake is van betekenisvolle sociale contacten en men het gevoel van regie behoudt.

 

Tot zover de zonzijde van de extramuralisering en vrijwilligerswerk. De schaduwzijde is dat het langer thuis blijven wonen wordt bemoeilijkt omdat het betekenisvolle sociale contact lijkt af te nemen. Zo is de eenzaamheid onder mensen die Wmo-voorzieningen ontvangen toegenomen van 17% in 2015 naar 22% in 2016 (SCP, Overall rapportage Sociaal Domein december 2017).  Om deze ontwikkeling om te buigen, zijn mantelzorgers en vrijwilligers een onmisbare schakel.

 

Nu het vrijwilligerspotentieel gelijk blijft, en tegelijkertijd de vraag naar vrijwilligers toeneemt, neemt dus de druk op vrijwilligers en mantelzorgers toe. De druk op mantelzorgers blijft onverminderd hoog (SCP, Voor elkaar?).  Het broodnodige sociale contact is daardoor steeds moeilijker te bieden. En dat is funest. Zeker omdat blijkt dat sociale activiteiten een positieve invloed hebben op de gezondheid van mensen (Movisie, ‘De indirecte gezondheidswinst van sociale activiteiten’ juni 2015). Moeten we dit dan ook niet omkeren? Minder ruimte voor sociale activiteiten leidt tot een extra beroep op gezondheidszorg.

 

Vanuit onze praktijkervaring bij de begeleiding van de samenwerking van gemeenten, welzijns- en zorgaanbieders, woningcorporaties en zorgkantoren, kunnen we vier punten aanreiken die helpen bij het aanpakken van het geschetste knelpunt:

 

-   Huisvestingsinitiatieven voor kwetsbare groepen kunnen alleen met succes tot stand komen in samenspraak met wijkbewoners. Draagvlak voorkomt niet alleen veel weerstand bij wijkbewoners maar draagt er vooral aan bij dat de wijk een warm welkom geeft aan de nieuwe buurtbewoners. Zo ontstaat een stevige voedingsbodem om naar elkaar om te zien. Daarmee kan de toenemende behoefte aan vrijwilligers op een natuurlijke wijze worden ondervangen.
- Door het stimuleren van coöperatieve woonvormen van inwoners, waarvoor vooral gemeenten en corporaties aan de lat staan, kan bovenstaand effect nog verder worden versterkt.
-

Bovendien, het klinkt zo logisch, is erkenning van het belangrijke werk van vrijwilligers cruciaal. Dit vraagt ook boter bij de vis; het bieden van morele én financiële ondersteuning.

-

Tot slot zie ik de meerwaarde als gemeente en zorgaanbieders met inwoners in gesprek gaan over de betekenis van de ‘participatiesamenleving’ voor hen en voor de door hen gewenste ondersteuning. Dit voedt het besef dat de samenleving op slot zit, zonder aandacht voor elkaar. Stel elkaar de vraag: Wat mogen we van elkaar verwachten? Waarom willen we elkaar helpen? En vooral: hoe leuk is het om van betekenis voor elkaar te zijn?

 

In deze periode van feestdagen willen we het licht schijnen op de vrijwilligers en mantelzorgers: laten we vieren dat er nog altijd mensen zijn die hun kostbare tijd als vrijwilliger in blijven zetten, maar laten we ons niet in slaap sussen. De claim op vrijwilligers is en blijft groot. Laten we ze blijven koesteren en vooral waarderen. Dit vraagt nog altijd serieus aandacht voor vrijwilligerswerk; en verdient daarom een vaste en concrete plek in onze wonen-zorg-welzijnaanpakken.

 

Afbeelding

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door jhr Van Avezathe en Zottegem (vrolijke burger) op
Ja dank je de koekoek! We moeten straks tot 68 jaar doorwerken. Totale nonsens natuurlijk, want wij betalen nu via de euro en de opkoopregeling de pensioenen van de meeste andere Europeanen die lekker op hun 61e onder de olijfbomen kunnen gaan zitten. Meneer Rutte als virtuele zakkenroller, zal ik maar zeggen?
Door Hans de Graaf (Gemeenteraadslid) op
Het feit dat we langer moeten werken zal invloed hebben op het aantal vrijwilligers. Ik weet gelukkig naast mijn drukke baan en mijn raadslidmaatschap nog wat ruimte te vinden voor vrijwilligerswerk maar voorheen wilde de vitale Vutter die er soms op zijn vijfenvijftigste al uit kon nog best wel iets doen voor de samenleving. Iemand die straks op zijn 67e jaar met pensioen gaat vindt het mooi geweest en gaat zelf nog van zijn goede jaren genieten.
Door loekoek (vm. jur.medew.gsd) op
En dan hebben we het hier nog niet eens over de aantallen vrijwilligers die nodig zijn in het gewoon sociaal leven zoals bijv. club- en buurthuiswerk en in de sportwereld. In mijn beleving moet ik helaas constateren dat de samenhang die we altijd gewend waren, verdwijnt. Activiteiten van clubs worden minder door gebrek aan kader en vrijwilligers en als het nog minder wordt kan zelfs de club enkel nog fuseren of het loodje leggen. Dat geldt vooral in de stad. En net als bij andere feiten die we niet zo prettig vinden, buigen we en zeggen dan maar dat het nu eenmaal zo is. N.B. ik heb een kleine 60 jaar (geheel onbetaald) vrijwilligerswerk verricht.
Door Martin Bleijenburg (senior adviseur/partner) op
Het is herkenbaar dat er een zware druk op vrijwilligers ligt. Daar gaan de onderzoeken van CBS en SCP trouwens niet op in. Zij stellen vast dat het aantal vrijwilligers niet is afgenomen. Mijn stelling is dat de behoefte aan vrijwilligers toeneemt. Daarmee onderschrijf ik uw stelling dat de druk op vrijwilligers toeneemt.
Door Gepensioneerd (Gepensioneerde) op
Ik vraag me af of de uitkomsten en analyses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) wel juist zijn. Het werken met vrijwilligers legt een zware druk op je organisatie. Immers, vrijwilligers zijn heel moeilijk te krijgen en een onzekerheid in de continuïteit van de organisatie. Stokt de aanwas van vrijwilligers en loopt de sterkte terug, dan kan je op een moment op een punt komen, dat de taakuitvoering niet meer te behappen is en de activiteiten noodgedwongen moeten worden beëindigd. En zoiets gaat ten koste van een stukje mooi verworven dienstverlening. De terugloop is te danken aan het feit dat mensen een betaalde baan vinden of als mantelzorger geen tijd meer weten te vinden. De overheid is m.i. te ver doorgeschoten in de participatiegedachte. Als een organisatie het uitsluitend moet hebben van vrijwilligers, dan is die organisatie enorm kwetsbaar.

Contactgegevens

Boulevard Heuvelink 104

Afbeelding

6828 KT Arnhem

Postbus 1174

6801 BD Arnhem
026-3512532


www.companen.nl

info@companen.nl

Meer nieuws

Woonarmoede

Expertise

NIEUWSBRIEF Companen

Wilt u op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van woningmarkt en leefomgeving?

 

Meld u dan hier aan.

Bloggers