of 60715 LinkedIn

Wisselwerking met de markt is cruciaal

Steden zijn voor de energietransitie in belangrijke mate aangewezen op collectieve warmteprojecten. Een vlot lopende samenwerking tussen gemeente en marktpartijen is daarbij essentieel. Hoe krijg je die beter op gang? Floris van der Veen en Eline Kleiwegt schetsen de angels en klemmen van publiek-private samenwerking en bieden oplossingen. ‘Door risico’s slim te alloceren, kan de rendementseis naar beneden.’
Reageer

Steden zijn voor de energietransitie in belangrijke mate aangewezen op collectieve warmteprojecten. Een vlot lopende samenwerking tussen gemeente en marktpartijen is daarbij essentieel. Hoe krijg je die beter op gang? Floris van der Veen en Eline Kleiwegt schetsen de angels en klemmen van publiek-private samenwerking en bieden oplossingen. ‘Door risico’s slim te alloceren, kan de rendementseis naar beneden.’

Essay door Floris van der Veen en Eline Kleiwegt *


Het energieakkoord is gepubliceerd, de contouren voor de nieuwe Warmtewet zijn geschetst. In beide documenten staat een duidelijke boodschap: gemeenten gaan de regie nemen over het aardgasvrij maken van onze wijken. Gemeenten zijn nu druk bezig met regionale energiestrategieën en transitievisies Warmte. Het is een nuttige exercitie, maar wel een op papier. In de praktijk zullen collectieve warmteprojecten voor de meeste stedelijke gebieden een belangrijk onderdeel zijn van de oplossing. En die projecten blijken ingewikkeld. De afgelopen jaren zijn maar weinig grootschalige projecten van de grond gekomen. Een van de redenen is een gebrek aan effectieve samenwerking tussen de publieke en private partijen. Maar om straks die daadwerkelijk aardgasvrije gemeenten te realiseren, hebben we die samenwerking tussen publieke en private partijen wel degelijk hard nodig.

Aardgasvrije wijken realiseer je alleen als een oplossing voor alle betrokken stakeholders acceptabel en betaalbaar is. Het besluit tot ontwikkelen van een collectief warmteproject dient daarom de uitkomst te zijn van een gezamenlijk proces waarin diverse aardgasvrij alternatieven, waaronder een collectief warmtenet, tegen elkaar zijn afgewogen. De transitievisie warmte is daarvoor een nuttige exercitie om te beginnen. Maar realiseer je dat een echte afweging pas te maken is op basis van een concreet project en wat alle partijen daaraan moeten bijdragen. Betrek daarom gedurende het project de juiste stakeholders. Denk aan een warmtebedrijf, warmteproducent, netbeheerder maar zeker ook aan (vertegenwoordigers van) de afnemers. Voorkom tegelijkertijd dat het proces een groot overlegcircus wordt, die kunnen uitmonden in besluiteloze praatclubs. Niet alle partijen hoeven overal over mee te denken of beslissen. Zo hoeft een afnemer niet mee te beslissen over de technische uitwerking van het warmtenet, maar wil die wel een stem in de uitwerking van tarieven.

Investeringen
Een aardgasvrije en CO2-neutrale gemeente vraagt om investeringen in duurzame warmtebronnen, de aanleg van nieuwe infrastructuur en aanpassing in woningen (zoals het isoleren van vastgoed, elektrisch koken en afsluiten van de gasaansluiting). De businesscase is lang niet altijd rendabel en vaak zijn subsidies nodig. De investeringen om aardgasvrije wijken te realiseren zijn niet alleen voor een warmtebedrijf, maar ook van afnemers, en de gemeente. Tussen die investeringen is een wisselwerking: vergaande isolatie heeft effect op de businesscase van het warmtenet, een subsidie kan ervoor zorgen dat ook minder rendabele woningen kunnen worden aangesloten. Om deze en andere inzichten te verkrijgen is een transparante, gezamenlijke businesscase nodig. Wat er voor nodig is om een project financieel haalbaar te maken, wordt met deze businesscase inzichtelijk gemaakt. Daarnaast ontstaat inzicht in wat de belangrijkste factoren zijn die de haalbaarheid van het project bepalen. Als hier een goed beeld van is, kunnen concrete afspraken worden gemaakt over de bijdragen van verschillende stakeholders.

Een gedragen gebiedsgerichte aanpak kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat er snel na de aanleg van infrastructuur veel afname op een collectief warmtenet wordt aangesloten. Dit is cruciaal voor de financiële haalbaarheid. Ook inzet van subsidies en slimme financieringsarrangementen zijn onderdeel van de oplossing. Evenals een heldere allocatie van risico’s tussen de partijen, waardoor het risico-rendementsprofiel voor warmteleveranciers aantrekkelijker wordt.

Een gezamenlijke businesscase vraagt met name van de private partijen een inspanning om inzicht te geven in hun financiën. Het verleden heeft laten zien dat dit voor private partijen ingewikkeld lag, gelukkig is dit aan het veranderen. Zeker als sprake is van noodzakelijke subsidies, kun je als gemeente hieraan ook wel degelijk eisen stellen.

Warmtebedrijven worden gedreven door het rendement van een warmteproject. Zij zien de risico’s die met een project gepaard gaan, zoals de ontwikkeling van de warmtevraag, en willen dat daar voldoende tegenover staat. Vanuit publiek perspectief is een privaat rendement al snel te hoog. Een gemeente kijkt vooral naar kansen om gebieden van het aardgas af te krijgen. De private partijen vinden deze kansen daarentegen vaak te onzeker. Het gevolg is: eindeloze discussies tussen de partijen over de redelijkheid van rendementseisen.

Een ‘redelijk rendement’ is niet eenvoudig vast te stellen, want is afhankelijk van projectspecifieke risico’s. De gesprekken zouden daarom juist moeten gaan over hoe projectrisico’s te beperken en risico’s optimaal tussen partijen te alloceren. En daar ligt vaak meer speelruimte. Door risico’s slim te alloceren, kan de rendementseis naar beneden. Denk bijvoorbeeld aan het wegnemen van vergunningsrisico’s, of het afgeven van een afnamegaranties door afspraken te maken met grote warmtevragers. Een andere optie is om publiek-privaat warmtebedrijf op te zetten. Op deze manier worden alle risico’s van het project, maar ook de rendementen gedeeld.

Meters maken
De warmtetransitie is een heel groot project en zo dient het ook binnen de gemeente te worden aangestuurd. Daar is zeker beleid voor nodig, maar in de kern vindt realisatie alleen plaats als de transitie projectmatig wordt aangepakt. Binnen de gemeente is daarom een professionele projectorganisatie nodig, die zich richt op het aardgasvrij maken van een bepaald gebied. Een projectorganisatie waarin kennis van techniek, businesscase en financiering, organisatie, contractering, bewonersparticipatie en -communicatie moet zijn geborgd.

Zorg voor een gecommitteerd projectteam van beperkte omvang met continuïteit in de bezetting, zodat meters kunnen worden gemaakt. Maak daarnaast werkgroepen voor het uitwerken van verschillende lijnen van projectontwikkeling, in samenwerking met private partners en betrek ook de relevante gemeentelijke directies. Richt een regieteam in dat zeer compact is en kan regisseren op proces. Er is (helaas) geen heilige graal in het realiseren van aardgasvrije wijken. Een manier om hiermee om te gaan is om af te wachten tot deze komt, bijvoorbeeld tot de nieuwe warmtewet in werking treedt en er meer duidelijkheid is over rollen en businesscases. Maar het verleden heeft laten zien dat nieuwe wetgeving wel even op zich kan laten wachten, de definitieve vaststelling van de warmtewet 1.0 heeft bijna een decennium geduurd. En de omvang van de klimaatopgave vraagt om snelheid. Ga dus vooral van start! 

* Eline Kleiwegt is adviseur verduurzaming van de gebouwde omgeving bij Rebel.

* Floris van der Veen richt zich op financiële en organisatorische vraagstukken rondom de overgang naar een duurzame energievoorziening.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.