of 59123 LinkedIn

Vrijheid in varkensland

Vaarwel bestemmingsplan met beperkte toetsing en rigide regels. Welkom omgevingsplan met integrale toets en soepele regelgeving. Boekel wil het door megastallen ontsierde buitengebied een impuls geven. Of werkt het meer varkensstank in de hand?

Vaarwel bestemmingsplan met beperkte toetsing en rigide regels. Welkom omgevingsplan met integrale toets en soepele regelgeving. Boekel wil het door megastallen ontsierde buitengebied een impuls geven. Of werkt het meer varkensstank in de hand?

Boekelse primeur omgevingsplan buitengebied

‘Ik wens Brabant veel meer Boekels toe’, zegt de Brabantse gedeputeerde Erik van Merrienboer (ruimte, PvdA) tijdens de presentatie van het kersverse Omgevingsplan Buitengebied in de Boekelse raadszaal. Het is een mooie opsteker voor de Brabantse gemeente, want tot dan toe was nog niet duidelijk of de provincie akkoord zou gaan met het omgevingsplan dat op 22 februari unaniem werd goedgekeurd door de Boekelse gemeenteraad. ‘Er waren wel gemeenten die voor een lastig gebied een pilot Omgevingswet wilden draaien,’ vertelt Van Merrienboer aan zijn gehoor van een stuk of 25 ambtenaren en raadsleden, ‘maar er was geen gemeente die het hele gebied wilde inbrengen’. De provinciale bestuurder roemt ‘het lef dat jullie gehad hebben om met gezondheid aan de slag te gaan’.

Buitenbeentje Boekel (10.500 inwoners) heeft een reputatie van eigenzinnig dorp hoog te houden. In 2004 was het de eerste gemeente die de welstandseisen overboord gooide. ‘De revolutie begint in Boekel’, zegt wethouder Ted van de Loo met een mix van zelfspot en trots. ‘Het is een Gallisch dorpje, een eigenzinnige ideeën fabriek. Vertrouwen en loslaten is ons devies.’

Die Omgevingswet past Boekel als een oude jas, blijkt uit zijn woorden, want die wet ‘gaat over deregulering, makkelijker maken. Mensen in de positie brengen dat ze kunnen ondernemen.’ Met een rondrit door het buitengebied wil de wethouder laten zien hoe die houding er in de praktijk uitziet. Dus eerst even langs de Mouthoeve, dirigeert Van de Loo de buschauffeur, een voormalige boerderij op de grens van de Boekelse bebouwde kom. Toen de gemeente die opkocht, wist ze niet wat ze met de oude boerderij aan moest.

‘Nu heeft een ondernemer er een brasserie en een shop-in-shopconcept toegepast, met onder andere een notenbar en een kapper’, vertelt de wethouder terwijl de bus langs de gepimpte boerderij rijdt. ‘Met dit soort projecten geven we het buitengebied impulsen.’

Verloederde varkensstal
Na een paar minuten door weilanden en langs varkensstallen draait de bus het terrein op van Outbound, een bedrijf dat op maat gemaakte terreinvrachtwagens verkoopt en ramen en deuren daarvoor maakt. ‘Waar u nu staat, stond vijf jaar geleden een varkensstal, verloederd, met asbest erin’, vertelt planoloog Arthur Hermans, die afgelopen jaren de totstandkoming van het Boekels omgevingsplan heeft begeleid. Een ondernemende familie uit het dorp kocht de locatie om het bedrijf te vestigen.

Op hetzelfde moment was ook het buurbedrijf, dat kraanwagens verhuurt, toe aan vernieuwing. Hermans: ‘Wij hebben gezegd: als jullie samen een plan maken om dit gebied in te richten, dan werken wij daaraan mee.’

Waar veel gemeenten dit soort bedrijven liever op een bedrijventerrein laten landen, ziet Boekel juist mogelijkheden om er het buitengebied levend mee te houden. Het recent gebouwde bedrijfsgebouw van Outbound is geen stalen doos, de kenmerkende stijl voor bedrijventerreinen, maar refereert met zijn donkere steen, donker hout en schuine dak aan de stallen in dit gebied. Ook het kraanbedrijf heeft een stalachtig bedrijfsgebouw neergezet, dat opgaat in de omgeving. Niet omdat dat moest, maar omdat de bedrijven het zelf zo wilden.

Burgemeester Pierre Bos weet wel waarom: ‘Al deze betrokkenen zijn zéér gehecht aan Boekel. Die willen niet aangesproken worden op knoeiwerk.’ Omdat het bestemmingsplan moest worden aangepast, duurde het ruim drie jaar voordat het plan voor de twee bedrijven in kannen en kruiken was. Onder het nieuwe omgevingsplan Geurbeleid is slechts papier gaat zoiets binnen een paar maanden, verwacht men in Boekel. Dat de ‘ja, mits’-mentaliteit er al tussen de oren zit, blijkt uit de manier waarop men problemen benadert.

Zo lag Outbound deels binnen de geurcirkel van een aangrenzend varkensbedrijf, wat beide bedrijven kon belemmeren in hun ontwikkeling. Maar geen nood, Outbound haalt de verse lucht voor de bedrijfshal via een ondergrondse pijp buiten de geurcirkel van het varkensbedrijf. Geurbeleid is immers, zo stelt Hermans, slechts papier.

Oud klooster
Het is deze cocktail van praktisch, doelgericht aanpakken en niet te moeilijk doen die Boekel met het Omgevingsplan Buitengebied verwacht door te trekken. Maar het verwachtingspatroon dat met de bestemmingsplannenmethodiek is gegroeid, is niet van vandaag op morgen verdwenen. Dat blijkt als de bus halt houdt bij zorginstelling Huize Padua, in het gelijknamige buurtschap. Het buurtschap bevat een oud klooster met een aantal rijksmonumenten. ‘Andere locaties van deze instelling worden gesloten wat tot een grotere ruimtevraag hier leidt, in een kwalitatief gevoelig gebied’, legt Hermans uit.

‘Met de zorginstelling en de heemkundevereniging hebben we een gebiedsvisie gemaakt voor dit gebied, zonder restrictieve normen op te leggen.’ Dat viel niet mee. De zorg instelling was gewend dat plannen zekerheden over functies en aantallen bedden bevat. Die lossere aanpak van het omgevingsplan vraagt om een cultuuromslag, benadrukt Van de Loo. Het omgevingsplan regelt niet tot achter de komma wat er allemaal wel of niet mag in de toekomst, het zegt alleen dat bouwen mogelijk is binnen de kwalitatieve voorwaarden van de monumenten en natuurwaarden. Tegen de tijd dat de zorginstelling wil uitbreiden, kan ze een plan maken dat aangeeft hoe haar activiteiten zo goed mogelijk in het landschap passen.

Waar het eigenlijk omgaat, legt de wethouder uit, is afscheid nemen van kwantitatieve normen en overstappen op kwalitatieve. ‘De Omgevingswet is participatie: je gaat met burgers in gesprek om het plan in te vullen en je gaat weg van de normen. Dat is spannend, want mensen willen vasthouden aan goothoogtes en nokhoogtes.’ Maar door de grotere afwegingsruimte voor het lokale bestuur en door het gesprek aan te gaan, verwacht Van de Loo veel sneller door procedures te gaan. Dat biedt kansen om problemen met de veehouderijen aan te pakken.

Botsen
Over de hoge veedichtheid botsen de belangen het hardst in het Boekels buitengebied. Hoe zorg je voor een gezonde leefomgeving met zo veel stallen vol dieren? Volgens onderzoek van HAS Hogeschool uit 2015: ruim 85.000 varkens, 8.000 koeien en kalveren, en 360.000 kippen. Allemaal stoten ze stank, fijnstof en ammoniak uit. Dynamiek is noodzaak. En die komt er, is Van de Loos overtuiging, doordat het omgevingsplan bij ontwikkelingen veel minder procedurele rompslomp met zich meebrengt dan het bestemmingsplan.

Als vervuilende bedrijven verdwijnen en relatief schone bedrijven groeien, verbetert het leefmilieu per saldo. Dat komende jaren veel boeren met hun bedrijf stoppen, biedt ook kansen. Het omgevingsplan weegt expliciet gezondheid mee. De wethouder wijst erop dat Boekel een gezondheidseffectscreening (GES) heeft laten maken, die het Boekels buitengebied opdeelt naar gezondheidsscores van 0 (zeer goed) tot 8 (zeer onvoldoende). Van de Loo: ‘De gemeenteraad heeft aangegeven: we willen overal minimaal 3 halen.’ Toch bevat het omgevingsplan nog wel degelijk kwantitatieve normen. Zo zijn de fijnstofen geurnormen uit de gemeentelijke verordening verhuisd naar het omgevingsplan. ‘Elk bedrijf heeft een emissieplafond. Het mág met dieren uitbreiden, maar het plafond mag niet hoger worden.’ Bedrijven in een gebied met lage leefomgevingskwaliteit moeten bij uitbreiding hun plafond minstens 10 procent verlagen.

Ook gedeputeerde Van Merrienboer is in zijn nopjes met het Boekels omgevingsplan, zo laat hij nogmaals weten bij de volgende halte, een veehouderij met 7.500 varkens die in vier maanden worden opgemest van 25 kilo naar 125 kilo. Van Merrienboer roemt het opnemen van een regeling over endotoxinen [bacterieresten die klachten aan de luchtwegen kunnen veroorzaken, red]. ‘Dat vind ik heel wat, dat ze die in een RO-instrument hebben opgenomen.’ Van de Loo is blij met de steun van de provincie, maar verwacht wel dat bezwaarmakers toetsing van het plan door de Raad van State zullen afdwingen.


‘We criminaliseren de samenleving’
‘Op een of andere manier zijn we in een samenleving terechtgekomen waarin we alles willen regelen. Daarmee criminaliseren we de samenleving’, aldus burgemeester Pierre Bos. Het zijn andermans woorden die hij hier citeert, verklapt hij, maar hij vindt wel dat ze veel waarheid bevatten. Omdat bestemmingsplannen alles tot ver achter de komma vastleggen, ben je als goedwillende burger al snel illegaal bezig. Toch was lang niet iedereen enthousiast over het Boekelse voornemen om een omgevingsplan te maken, volgens wethouder Ted van de Loo.

‘De architect, de adviseur, de Brabantse Milieufederatie, de heemkundevereniging... Ze zeiden allemaal: waarom maak je niet gewoon een bestemmingsplan en zie je over tien jaar weer verder?’ Niettemin ging Boekel op verzoek van het voormalige ministerie van I&M aan de slag. Ondanks de integrale aanpak is de ‘omgevingsdekking’ geen 100 procent: toetsing aan de plannen van het waterschap en de natuurbeschermingsplannen van de provincie blijft nodig. Overigens is het Omgevingsplan Buitengebied strikt juridisch een ‘bestemmingsplan met verruimde reikwijdte’ onder de vlag van de Crisis- en herstelwet.


‘Eerst zien, dan geloven’
Het is hun eigen plan, dus het is niet vreemd dat de Boekelse bestuurders blij zijn met het Omgevingsplan Buitengebied, en dat rijk en provincie in hun nopjes zijn met een proeftuin als Boekel, valt ook te begrijpen. Maar wat denken ze er in Boekel zelf van? ‘Ons vertrouwen in bestemmingsplannen en dergelijke is tot een dieptepunt gedaald. Op papier staat het er allemaal keurig, maar als puntje bij paaltje komt, sta je als burger met lege handen’, klaagt secretaris Jeanne Stoks van Stichting Mens Dier en Peel. ‘Plannen worden achteraf gewijzigd, vergunningen gelegaliseerd. Hoe kan het dat de stank toeneemt, terwijl het op papier alleen beter wordt?’

Toch kraakt ze het nieuwe omgevingsplan nog niet af. ‘De intentie is goed om meer te doen met gezondheid. Maar eerst zien, dan geloven’, zegt ze. ‘Het zal komende jaren moeten blijken of uitgevoerd wordt wat opgeschreven is.’ Schoks heeft er als bewoner van het Boekels buitengebied zelf mee te maken. ‘Als die mest wordt uitgereden, dan stinkt het als een oordeel. Wij wonen daar ook als burgers. Wij geven steeds aan dat de grens van wat kan bereikt is. Er zit zo verschrikkelijk veel vee’, verzucht ze vertwijfeld. ‘Maar over vermindering van dieren valt niet te praten. Dat is wat ons betreft het enige middel.’ Raadslid Jeanne van Eert van oppositiepartij Gemeenschapsbelang Venhorst-Boekel heeft minder twijfels. ‘Gezondheid heeft meer plek gekregen in de ruimtelijke kwaliteit. De aanpak is integraler, het is in samenhang verankerd. Je hebt nu meer sturing op ontwikkeling. Op basis van nieuwe inzichten kun je regels aanpassen. Je kunt ze strenger maken als dat nodig is of minder streng. Of het ook zo werkt in de praktijk? Dan moet je over twee jaar of zo nog eens terugkomen.’

Wel waarschuwt Van Eert dat de grotere verantwoordelijkheid van de gemeente het beleid gevoeliger maakt voor de politieke kleur van het gemeentebestuur. ‘De wetgever maakt zelf niet alles expliciet. De emissie moet minder, ja, maar de wetgever geeft geen duidelijke normen en dat maakt het voor alle betrokkenen lastig.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.