of 59130 LinkedIn

Vergunning strandhuisjes onder vuur

‘We dreigen tussen twee botsende bestuurslagen te worden vermalen’, zegt Jeroen Struving, eigenaar van twintig strandhuisjes in Kijkduin. De rechter haalde een streep door de omgevingsvergunning, toen de huisjes er al stonden. De gemeente verstrekte weliswaar een nieuwe vergunning, maar daar is Zuid-Holland boos over.

‘We dreigen tussen twee botsende bestuurslagen te worden vermalen’, zegt Jeroen Struving, eigenaar van twintig strandhuisjes in Kijkduin. De rechter haalde een streep door de omgevingsvergunning, toen de huisjes er al stonden. De gemeente verstrekte weliswaar een nieuwe vergunning, maar daar is Zuid-Holland boos over.

Provincie verwijt gemeente gebrek aan afstemming

Het begon zo mooi. In 2014 verkregen Jeroen Struving en Patricia Heerekop van HaagseStrandhuisjes twee van de vier bouwkavels aan het Zuiderstrand in Kijkduin. De andere twee kavels gingen naar strandtenthouder John Roos. Per kavel was er ruimte voor tien huisjes. Beide ondernemers waren door de gemeente geselecteerd na een aanbestedingsprocedure. De gemeente Den Haag wilde zelf graag strandhuisjes op deze plek, omdat die ‘een nieuwe impuls voor het toerisme en de economie in de Haagse regio’ betekenen. Besloten werd tot een proef van vijf jaar.

Op een mooie nazomeravond vertelt Struving zijn verhaal, in het licht van de ondergaande zon en met het geruis van de zee op de achtergrond. Alle huisjes zijn bezet, veelal door jonge gezinnen. ‘Mijn vrouw en ik hebben beiden een fulltime baan en opgroeiende kinderen. Maar toen deze kans zich voordeed, hebben we twee weken vrij genomen en met hulp van deskundigen uit ons netwerk een plan ontwikkeld om onze droom te verwezenlijken. De gemeente stelde hoge eisen aan de duurzaamheid.

Daarom hebben we circulaire materialen gebruikt, bouwondernemingen met een milieuvriendelijk afvalbeleid ingehuurd en een windmolen in Drenthe gekocht voor de levering van stroom. We halen de was op met een elektrisch wagentje en gebruiken biologische wasmiddelen. Met crowdfunding hebben we 200.000 euro binnengehaald. Honderden enthousiastelingen hebben in ons project geïnvesteerd. We hebben ons plan ook voorgelegd aan het Wijkberaad Bohemen Waldeck Kijkduin, de Stichting Beach Resort Kijkduin en de toenmalige afdeling vergunningen van de provincie Zuid-Holland.’

Vergunningen
Eind 2015 hadden de ondernemers alle vereiste vergunningen binnen: een watervergunning van Hoogheemraadschap Delfland, een vergunning voor de Natuurbeschermingswet van de provincie Zuid-Holland en als laatste een omgevingsvergunning van de gemeente Den Haag. De eerste twee zijn voor onbepaalde tijd en de derde voor een periode van vijf jaar. Er leek geen vuiltje aan de lucht, zodat de voorbereidingen voor het eerste strandseizoen konden beginnen. Struving: ‘Pas in januari 2016 hoorden we dat Sailcenter 107 bezwaar had gemaakt tegen de omgevingsvergunning, omdat zijn leden last zouden hebben van de strandhuisjes. Wij hadden dit niet voorzien. De zeilvereniging ligt driehonderd meter bij ons vandaan. We besloten toch door te zetten. We hadden de infrastructuur al aangelegd. De huisjes waren af, alleen nog niet geplaatst.’

De twee kavels van John Roos liggen dichter bij de zeilvereniging dan de andere twee. Reden voor de strandtenthouder om de plaatsing van zijn huisjes uit te stellen in afwachting van de rechterlijke uitspraak. Die volgde in november 2015. De Rechtbank Den Haag vernietigde de omgevingsvergunning voor alle veertig strandhuisjes, omdat de structuurvisie van de gemeente niet voorzag in strandbebouwing met overnachtingsmogelijkheid. Een streep door de rekening van zowel de gemeente als de ondernemers. Hun hoger beroep tegen deze uitspraak loopt nog. Maar daar wilden ze niet op wachten. De gemeente voorzag met een strandnota alsnog in bebouwing met overnachtingsmogelijkheid en verleende daarom eind 2016 een nieuwe omgevingsvergunning, nu voor vier jaar. Niets leek een doorstart in 2017 in de weg te staan. Maar ook de nieuwe omgevingsvergunning stuitte op bezwaren. Dit keer niet alleen van de zeilvereniging en natuur- en milieuorganisaties, maar ook van de provincie. Die bleek tot andere inzichten te zijn gekomen.

Verbijstering
Jeroen Struving is de verbijstering nog niet te boven. ‘De provincie was onze partner en keerde zich plotseling tegen ons. Ze was aanvankelijk zo enthousiast, dat ze onze medewerking vroeg bij het organiseren van activiteiten op de Zandmotor, een stuk opgespoten strand dat zorgt voor kustverbreding. Hiervoor bedachten wij een hardloopwedstrijd, de ZandmotorRun. Vorig jaar april werd die voor de eerste keer gehouden in samenwerking met de provincie. Een gedeputeerde loste het startschot en loofde de hoofdprijs uit: een overnachting in een van onze huisjes.’ In april van dit jaar werd de wedstrijd voor de tweede keer gehouden, maar toen mocht HaagseStrandhuisjes zich van de provincie niet meer als medeorganisator afficheren.

Struving: ‘We moesten ons terugtrekken, anders zou de provincie de stekker eruit halen. We wilden dat de wedstrijd doorging, dus hebben we toegegeven. Hoewel we de bedenkers zijn van het evenement, hebben we op een afstandje moeten toekijken.’

Gedeputeerde Adri Bom-Lemstra (CDA) ontkent dat de provincie aanvankelijk enthousiast was over de strandhuisjes. ‘Ik vind ze prachtig en het is een mooi concept, maar het gaat om de plek. We hebben altijd twijfels gehad over de impact op de ruimtelijke kwaliteit, maar vonden het niet nodig ervoor te gaan liggen toen de gemeente de eerste keer een tijdelijke omgevingsvergunning verleende. Ik dacht: laten we het in een gesprek met de gemeente nog eens aankaarten.’

In antwoord op Statenvragen schrijft Bom-Lemstra daarover: ‘Wij hebben destijds geen zienswijze ingediend tegen de eerder verleende omgevingsvergunning omdat ons – toenmalige – beleid niet voldoende juridische handvatten bevatte om een succesvolle procedure te starten tegen de omgevingsvergunningen voor de strandhuisjes.’

Kustpact
De vernietiging van de eerste omgevingsvergunning zette de voortzetting van het project op losse schroeven. Daar kwam bij dat de provincie haar kustbeleid inmiddels fors had ‘aangescherpt’. Ze heeft net als de gemeente het Kustpact ondertekend, waarin overheden en andere organisaties hebben afgesproken de kust beter te beschermen tegen ongewenste bebouwing. Zuid-Holland is nog een stap verder gegaan door in een Besluit Natuurnetwerk Nederland (NNN) vast te leggen langs welke delen van de Zuid-Hollandse kust nieuwe verblijfsrecreatie is verboden uit het oogpunt van natuurbescherming. Het Zuiderstrand valt daar ook onder, volgens Bom-Lemstra omdat het een rustig strand is. ‘Als het strand aansluit bij de bebouwde kom, is het logisch dat je er strandtenten en strandhuisjes hebt. Daar is in dit geval geen sprake van.’

Volgens Struving laat de praktijk een ander beeld zien: de huisjes staan bij een groot gratis parkeerterrein. Kijkduin trekt 3,5 miljoen bezoekers per jaar. Bovendien stelde de provincie bij het verstrekken van de natuurvergunning dat de strandhuisjes passen in de aard en schaal van het gebied.

Bom-Lemstra: ‘Het gaat er niet om dat er veel of weinig mensen zijn. Het gaat erom dat we overnachting niet vinden passen op een plek die rustig is qua bebouwing. De kust is van ons allemaal. Als je die volbouwt, weet je hoe het gaat. Dan krijg je een sluipende privatisering van het strand. Mensen die in de strandhuisjes slapen, zijn gesteld op hun privacy en pakken de omgeving erbij. Die sentimenten hebben er bij ons mede voor gezorgd dat we in december 2016 voorstellen hebben gedaan om de normen voor verblijfsrecreatie aan te scherpen. Bepaalde delen van het strand zijn daarvoor niet geschikt.’

Provinciale Staten hebben het nieuwe, aangescherpte beleid in januari van dit jaar vastgesteld. Lopende plannen zouden ongemoeid worden gelaten. Maar GS rekende de strandhuisjes daar niet onder, omdat de omgevingsvergunning was vernietigd. Daarom diende ze een bezwaarschrift in tegen de inmiddels verstrekte nieuwe omgevingsvergunning. Kern van haar bezwaar is dat de gemeente geen rekening heeft gehouden met het aangescherpte provinciale beleid. De provincie was echter één dag te laat met de indiening van dit bezwaarschrift, zodat het niet ontvankelijk is verklaard. Zes natuur- en milieuorganisaties en Sailcenter 107 dienden hun bezwaarschriften wel op tijd in, maar die zijn door de Adviescommissie bezwaarschriften van de gemeente ongegrond verklaard. Voor deze organisaties rest een nieuwe procedure bij de rechter om alsnog hun gelijk te halen.

Betreurenswaardig
Gedeputeerde Bom-Lemstra richt haar pijlen op de gemeente. ‘Het is betreurenswaardig dat die de nieuwe omgevingsvergunning heeft verstrekt zonder eerst met ons te overleggen. Een paar dagen voordat dit gebeurde, was de wethouder nog hier. Toen heeft hij ons kustbeleid aan de orde gesteld en gevraagd of de strandhuisjes daaronder vielen. Dat heb ik beaamd. Ik verwachtte dat we daar nog een gesprek over zouden hebben en drie dagen later was de vergunning er opeens. Ik wist niet dat die er aankwam. Dat heeft me teleurgesteld.’

B en W van Den Haag ziet dit anders, getuige het antwoord op raadsvragen in januari vandit jaar: ‘Toen de nieuwe aanvragen om omgevingsvergunning bij de gemeente zijn binnengekomen, is de provincie daarvan op de hoogte gesteld. Gemeld is dat de gemeente binnen de reeds afgegeven vergunning van de provincie is gebleven. De verleende omgevingsvergunningen zijn ook bekend bij de medewerkers van de provincie die bij de eerdere procedures betrokken waren.’

Tijdens een vergadering van de provinciale Statencommissie Ruimte en Leefomgeving, eind augustus, hekelde Juliët van Oudenhoven (D66) de bestuurlijke ‘spaghetti’ rond dit dossier. Andere fracties vielen haar bij. Burgers hebben recht op een betrouwbare en transparante overheid. Ron Hillebrand (PvdA): ‘Er is een grens aan wat je burgers kunt aandoen.’

Bom-Lemstra, achteraf: ‘Ik vind het triest wat deze ondernemers te verduren krijgen, maar voel me niet verantwoordelijk. Als de gemeente onze richtlijnen had toegepast bij de beoordeling van de vergunningaanvraag, was er eerder duidelijkheid gekomen. Zij is verantwoordelijk voor de afstemming met het provinciale beleid. Het gaat om een zorgvuldige afweging van het individuele belang van twee ondernemers tegenover het algemeen belang. Als overheden hadden we dit collectief en in onderling vertrouwen moeten oplossen.’

Wethouder Boudewijn Revis (VVD) van Den Haag heeft ‘vanwege een overvolle agenda’ geen tijd voor een gesprek met Binnenlands Bestuur en laat het bij een verklaring via zijn woordvoerder: ‘De gedeputeerde zat met een lastig dilemma tussen oud en nieuw beleid van de provincie. Voor de gemeente is het helder: alle toestemmingen waren en zijn er. Goed dat Provinciale Staten dat nu heeft bevestigd, zodat de gedeputeerde duidelijkheid heeft.’

Vol gas
De vergunningenstrijd is Struving en Heerekop niet in de kouwe kleren gaan zitten. Struving: ‘Als kleine ondernemer zijn we extra kwetsbaar. De advocatenkosten lopen hoog op en al onze vrijetijd gaat erin zitten. We zijn via sociale media bedreigd door natuuractivisten, terwijl we zelf natuurliefhebbers zijn en alles op zo duurzaam mogelijke wijze proberen te doen. Dat is zuur. Mijn vrouw kan er door alle ellende niet meer van genieten en komt hier nauwelijks meer. Als we dit van tevoren hadden geweten, waren we er nooit aan begonnen. Maar nu we zo ver zijn, hebben we geen keus en gaan we vol gas vooruit.’


Gedeputeerde Bom-Lemstra vestigt hoop op Omgevingswet
‘Ik verwacht dat er na de invoering van de Omgevingswet meer ruimte is voor afwegingen in overleg met overheden, burgers en ondernemers. Het is de manier waarop ik nu al graag werk. Daarvoor heb ik geen wet nodig. Maar je kunt het natuurlijk nooit iedereen naar de zin maken. Er zullen altijd burgers teleurgesteld zijn.

‘Het wordt er in ieder geval makkelijker en hopelijk ook beter op. We hebben de vergunningverlening erg ingewikkeld gemaakt voor initiatiefnemers, zoals blijkt uit de casus van de strandhuisjes. Straks komt er één vergunning, maar achter het loket moeten dezelfde afwegingen worden gemaakt. De belangen zullen niet veranderen. Ruimtelijke kwaliteit, groenvoorziening, gezondheid en dergelijke zullen nog steeds tegen elkaar moeten worden afgewogen.

Ik verwacht wel dat de stofkam door de regelgeving wordt gehaald, een opschonings- en vereenvoudigingsoperatie. ‘De meeste zorgen maak ik me over de digitale ontsluiting van alle plannen. Het kan wel tien jaar duren voordat dit goed werkt. Werkprocessen gaan vaak handmatig en elke beleidsafdeling moet eraan bijdragen. Dat kun je niet één op één regelen.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.