of 59082 LinkedIn

‘Uitstel is niet te verkopen’

De coronacrisis zet een dikke streep door participatie in de vorm van inspraakavonden. Is er een digitaal alternatief?

Nieuwbouwwijk De Groote Wielen moet de Bossche woningnood verlichten. In april en mei waren inspraakavonden gepland met ondernemers, belangenorganisaties en omwonenden. Daar zet de coronacrisis een dikke streep door. Is er een digitaal alternatief?

Participatie in coronatijd

De weilanden ten noordoosten van Den Bosch raakten de afgelopen vijftien jaar stilaan bebouwd. Gemiddeld verrezen er in nieuwbouwwijk De Groote Wielen zo’n tweehonderd woningen per jaar, vertelt gemeentelijk projectleider Cees van de Kreeke. ‘We kwamen uit de vorige crisis. Dan duurt het eerst weer een tijdje voordat je op tempo bent. Je loopt achter in de vergunningverlening. Je mist mensen, materiaal.’

Circa drieduizend huizen staan er nu tussen het dorp Rosmalen en de zuidoever van de Maas, op een steenworp van de A2. Aan het winkelcentrum van De Groote Wielen en de laatste zeshonderd woningen wordt nog gewerkt. Negenduizend inwoners telt de wijk inmiddels. Toch is het volgens Van de Kreeke lang niet genoeg om het woningtekort in de regio op te lossen. ‘De behoefte blijft groot. En De Groote Wielen is de enige plek voor grootschalige nieuwbouw binnen de gemeente Den Bosch. De raad vroeg zich af of we het project niet wilden versnellen. Konden we de tweede fase naar voren halen?’

Die tweede fase – een kleine tweeduizend woningen in de noordoosthoek van De Groote Wielen – was eigenlijk pas na de invoering van de Omgevingswet gepland. ‘Met stoom en kokend water proberen we dat project in de huidige systematiek voor elkaar te krijgen’, geeft Van de Kreeke aan. ‘Dus op basis van een bestemmingsplan, maar wel met de experimentele status van de verbrede reikwijdte die de Crisis en Herstelwet biedt. Het moet allemaal net kunnen, maar we zetten onszelf behoorlijk klem.’ Alles leek goed te gaan. Ook de in een ‘nota van uitgangspunten’ vastgelegde participatie kreeg vorm. ‘We hadden vier omgevingsdialogen gepland’, vertelt projectleider Claudia Swart van ingenieursadviesbureau Sweco dat de gemeente bij de ontwikkeling van De Groote Wielen adviseert. ‘Een bijeenkomst met marktpartijen die de wijk zullen realiseren, eentje met professionele belangenorganisaties en eentje met omwonenden.’

In de vierde en laatste bijeenkomst zouden al die partijen en de toekomstige bewoners samenkomen en aan het eind het glas heffen. Swart: ‘Een mooie afsluiter van de omgevingsdialoog.’ Toen zette de coronacrisis een dikke streep door het plan. Dergelijke bijeenkomsten zijn voorlopig niet meer mogelijk.

Vertraging
Hoe moest Den Bosch verder? ‘Je kunt natuurlijk de corona-ontwikkelingen afwachten en tijdelijk niets doen’, zegt Van de Kreeke. ‘Maar dat zal geheid tot verdere vertraging leiden en niemand weet voor hoe lang.’ De kans lijkt groot dat de werkwijze die de gemeente nu met een beroep op de Crisis- en Herstelwet hanteert, straks niet meer mogelijk is. Dan zou een deel van de planvorming opnieuw moeten gebeuren. Bovendien: ‘Er bestaat hier serieuze woningnood. Zo’n verhaal van uitstel is aan de Bosschenaren eigenlijk niet te verkopen.’

Swart is het met haar opdrachtgever eens. ‘Over de hele linie zie je dat gemeenten en andere overheden hun verantwoordelijkheid nemen. Juist in deze crisistijd willen zij actief doorgaan. En die woningnood is straks na de crisis echt niet ineens opgelost. Stoppen was ook voor ons geen optie.’

Maar wat dan wel? Vanuit de gemeente kreeg Sweco het verzoek de voor de omgevingsdialoog vastgelegde data te handhaven. Alleen moesten dat nu geen fysieke bijeenkomsten in een zaaltje worden, maar drie digitale, interactieve sessies. Over de invulling van de vierde bijeenkomst – die met alle bij de wijkontwikkeling betrokken partijen – wordt gezien het grote aantal te verwachten deelnemers later een besluit genomen.

Projectleider Swart zag de video-calls wel zitten, al stelde ze ook een paar uitdagingen vast. Hoe bereik je de juiste deelnemers? En: hoe hou je de interactie en spontane dynamiek van een zaaltje overeind in een steriel computergesprek? De bijeenkomsten met marktpartijen en belangenorganisaties laten zich volgens haar via de webtool Zoom vrij makkelijk regelen. ‘Er zijn al lijstjes met deelnemers voorhanden. Per video-vergadering kunnen zich maximaal vijftien à twintig mensen aansluiten.’

Lastiger lijkt de sessie met omwonenden. De deelnemers zijn diverser van samenstelling, er kunnen botsende belangen optreden. ‘Het gevaar is dat iedereen de eigen stokpaardjes gaat berijden en je niet veel ophaalt’, zegt Van de Kreeke. ‘Of dat twee deelnemers hoofdzakelijk aan het woord zijn en de achttien andere slechts luisteren. Vooral wat schuchter aangelegde mensen zullen niet snel aan hun inbreng toekomen. Terwijl die inhoudelijk net zo relevant kan zijn.’

Maptionnaire
Dat probleem voorzagen ze bij Sweco ook. Vandaar, zegt Claudia Swart, dat alle omwonenden die straks aan de video- call deelnemen eerst een maptionnaire, een email-enquête over de nieuwbouw, zullen invullen. ‘Je moet bij digitale participatie meer energie steken in de voorbereiding. Daar al veel informatie ophalen bij alle betrokken partijen. Zo heb je als moderator van de bijeenkomst de belangrijkste standpunten in beeld. Als de deelnemers er vervolgens tijdens de bijeenkomst niet zelf over beginnen, kan de moderator daarop terugkomen.’

Om de bijeenkomst inhoudelijk beter te sturen, kun je volgens Swart met een word cloud werken. Daar kunnen alle deelnemers, ook degene die niet aan het woord zijn, de begrippen intypen die voor hen bij de ontwikkeling van De Groote Wielen het meest relevant zijn. De meest ingetypte woorden verschijnen het grootst en op een centrale plek in de ‘wolk’, waarna de moderator die eruit kan pikken.

Zo voorkom je dat een discussie door een paar sprekers wordt gekaapt. Om meer structuur in de sessies met omwonenden te krijgen, wil ze met slots van een uur gaan werken en met maximaal twintig deelnemers per sessie. ‘Melden zich meer dan twintig mensen aan, dan organiseer je meerdere bijeenkomsten.’

Zullen de emoties vanachter al die computers hoog oplopen? Van de Kreeke denkt dat het wel mee zal vallen. ‘We zitten nu in de fase van: kom maar op met je ideeën. Dit is de eerste ronde van participatie die we doen. In de tweede ronde wordt het anders. Dan verwachten wij een reactie op de door ons uitgewerkte plannen. Dan wordt het concreter. Dan ben je als omwonende voor of tegen het plan.’

Swart: ‘Uiteindelijk gaat het maar om het afronden van een woonwijk in een weiland. Heel wat minder omstreden bijvoorbeeld dan een binnenstedelijke ontwikkeling. Als je met sloop voor nieuwbouw bezig bent, krijg je ook met het sociale aspect te maken. En met de overlast die je er als omwonende bij krijgt.’ Van de Kreeke: ‘We moeten tijdens de sessies met z’n allen vooral proberen het enthousiasme voor een nieuwe woonwijk te etaleren.’

Controversieel
In De Groote Wielen wonen vooral jonge gezinnen, digitaal vaardig. Het is volgens Swart zaak om goed in de gaten te houden of ook de minderheid van ouderen in de wijk voldoende is vertegenwoordigd. Zo niet, dan moet daar via offline vormen van communicatie extra werk van worden gemaakt. Van alle video- bijeenkomsten worden verslagen gemaakt die via de wijkwebsite met alle geinteresseerden worden gedeeld.

Zo lijkt de digitale participatie een handige tool die dankzij de coronacrisis ineens een vlucht kan nemen. Al is het de vraag of video- vergaderingen ook toepasbaar zijn bij meer controversiële onderwerpen, zoals de aanleg van een windmolenpark. ‘Het kan bij het langer aanhouden van de coronacrisis wel’, zegt gemeentelijk projectleider Van de Kreeke na enige aarzeling. ‘Je moet nu eenmaal roeien met de riemen die je hebt. Maar het is dan wel van belang dat het tweerichtingsverkeer is. Je moet als gemeente in zo’n bijeenkomst duidelijk de door de raad gestelde randvoorwaarden naar voren brengen.’

Volgens Swart zal video-conferencing nooit het hele participatieproces kunnen ondervangen. ‘Het blijft fijn als mensen elkaar echt zien en makkelijk van gedachten kunnen wisselen. Wel leren we nu in razend tempo hoe we die ouderwetse informatieavonden efficiënter kunnen laten verlopen. Door maptionnaires en andere enquêtes vooraf weet je hoe de opinies ongeveer liggen en kun je op zo’n avond de meningsvorming beter trechteren.’ Eén ding is zeker: de beruchte urenlange en alle kanten opwaaiende inspraakavond heeft dankzij de corona zijn langste tijd gehad.


Nieuwe vormen van digitale participatie

Burger op stoel wethouder
De gemeente Utrecht wilde bewoners betrekken bij haar transitievisie warmte. Daarom liet ze onderzoekers van de TU Delft en de VU Amsterdam een Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) uitvoeren. Daarbij mocht de Utrechtse burger op de stoel van de wethouder zitten. Deelnemers kregen vier scenario’s voorgeschoteld waarmee de gemeente 22.000 woningen van het gas zou kunnen halen, met bijbehorende consequenties. Ruim zeshonderd Utrechters deden mee. ‘Normaal worden burgerbijeenkomsten gedomineerd door ouderen, veelal hoogopgeleid en blank’ vertelt Niek Mouter die het proces begeleidde. ‘Zeg maar de gepensioneerd hoogleraar die het zijn medeburgers nog één keer komt uitleggen. Daardoor duren ze vaak lang.’ Invullen van het PWE kost twintig minuten. Deelnemers kregen anderhalve euro beloning. ‘Je zag een veel diverser publiek. Belangrijk is wel dat je je als wethouder aan het onderzoek committeert en helder uitlegt wat je ermee hebt gedaan.’

Snel helderheid met flitspeiling
Wat denkt een wijk van het opgestelde energieplan, hoe staat een dorp tegenover de voorgestelde omgevingsvisie? De flitspeiling van onderzoeksbureau Citisens brengt de meningen in kaart via een online vragenlijst van zo’n tien tot twaalf vragen. Via Facebook, advertenties op Nu.nl of een envelop in de brievenbus worden deelnemers geworven. Omdat Citisens op postcodeniveau het betrokkenheidsprofielen kent van de Nederlandse burger, weet men of de deelnemers representatief zijn. ‘Op onze manier bereik je ook unusual suspects’, zegt Nicolette Ouwerling van Citisens. Een flitspeiling kan desgewenst snel worden gerealiseerd. ‘Tussen de aanvraag van de gemeente en de presentatie van de uitkomsten zit vaak maar twee weken.’

Online verdieping met burgerpanels
‘Veel gemeenten hebben een burgerpanel, wij beheren er zo’n 25’, zegt Mireille Koomen van I&O Research. ‘Via een online enquête bevragen we de bewoners over actuele onderwerpen. Je kunt er voor een verdiepingsslag meer open vragen aan toe voegen. Ook kun je respondenten in een burgerpanel vragen deel te nemen aan een online community. Dat is een digitaal platform in de huisstijl van de gemeente, waarop een groep deelnemers onder leiding van een moderator enige dagen op zelf gekozen tijdstippen vragen beantwoordt en op elkaar reageert.’ Verder ziet Koomen bij een online focusgroep mogelijkheden voor Qandr: een tool waarmee je deelnemers via hun smartphone kunt laten reageren op afbeeldingen van (bijvoorbeeld) een nieuw wijkontwerp. ‘Iin een stippenwolk zie je dan op het hoofdscherm de meest genoemde antwoorden terug. Het werkt goed bij dilemma’s en stellingen, die een prettige structuur bieden voor de discussie.’

Kies de juiste mix
Met één digitale tool kom je er als gemeente vaak niet, benadrukt Rosa Goossens van Over Morgen. ‘Zoek naar de juiste middelenmix. Je kunt tools als Zoom, clickmeeting en de mentimeter inschakelen en via een chat tijdens een presentatie vragen ophalen. Of via een online platform meningen en vragen van burgers verzamelen en met hen informatie delen op een website. Maar hoe bereik je als gemeente ouderen of anderen die minder digitaal vaardig zijn? Zet ook wijkkrantje in of stuur bewoners een ansichtkaart met informatie. Of plaats een informatiezuil vlak voor een populaire supermarkt. Ook in deze coronatijd komen daar veel mensen langs.’


 

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.