of 60715 LinkedIn

Toch maar geen huizen aan de Bachlaan

De woningbouwambitie van veel Nederlandse gemeenten is groot. Het leeuwendeel van de honderdduizenden nieuwe woningen moet van de provincies binnen de huidige contouren worden gebouwd. Maar dat is, blijkt in bosrijk De Bilt, ingewikkelder dan gedacht.

De woningbouwambitie van veel Nederlandse gemeenten is groot. Het leeuwendeel van de honderdduizenden nieuwe woningen moet van de provincies binnen de huidige contouren worden gebouwd. Maar dat is, blijkt in bosrijk De Bilt, ingewikkelder dan gedacht.

Woningbouwopgave verdeelt De Bilt

Achteraf hebben het college en de raad van De Bilt er misschien iets te lichtvaardig over gedacht. De Utrechtse gemeente heeft een flink woningtekort, maar ook veel onbebouwde plekken. Gezien de woningnood dacht de gemeente een dertiental gemeentelijke terreinen te benutten voor een deel van de woningbouwopgave. Zoals het cirkelvormige bosje aan de Bachlaan in villawijk Bilthoven-Noord. Een groene zone in een verder al groene, dunbevolkte wijk. Gemeentegrond bovendien, dus prima geschikt voor woningbouw.

Maar de wethouder kreeg te maken met een golf van protest van villabewoners die demonstratief het Bachbosje opeisten. En niet alleen daar, ook op andere plekken waar de Biltse ambtenaren woningen hadden ingetekend, kwam protest. Uiteindelijk koos de gemeenteraad voor een andere weg: voordat verdere ambitieuze plannen werden gepresenteerd, moest er eerst beter worden overlegd en samengewerkt met de omwonenden.

Smolenaers ziet in dat de communicatie over de plannen beter had gemoeten. Maar hij benadrukt ook dat hij met de gemaakte keuzes juist invulling gaf aan het beleid dat door de gemeenteraad was vastgesteld. ‘De druk op de huizenmarkt was hét verkiezingsthema in De Bilt. Onze bevolkingspiramide is een zandloper: veel jonge inwoners en heel veel ouderen. Voor de middengroepen, en met name jongvolwassenen, is het enorm moeilijk een woning te vinden. Middendure huur is er niet. Goed kopere koopwoningen zijn er nauwelijks, en voor een sociale huurwoning is een wachtlijst van twaalf jaar.

Het betekent dat leraren op de scholen in de gemeente, het personeel in zorgcentra of de werknemers in onze winkels hier geen woning kunnen vinden. In sommige van onze buurgemeenten, waar hetzelfde probleem speelt, leidt dat al tot een dagelijkse file van werknemers die de gemeente in- en uitrijden. Hier merken we dat de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor deze groepen kleiner wordt.’

Onconventioneel
De gemeenteraad gaf de vorige wethouder per motie al mee om desnoods ‘onconventionele middelen’ in te zetten. ‘Onderdeel daarvan was een inventarisatie van plekken die nu nog niet bebouwd zijn, maar waar dat wel mogelijk is. Ook eisen we inmiddels van projectontwikkelaars dat er in nieuwe projecten een groter onderdeel sociale- en middenhuur wordt gerealiseerd. Tot voor kort werden die eisen nauwelijks gesteld, wat vooral resulteerde in de bouw van eengezinswoningen. Nauwelijks sociale huur. Natuurlijk snap ik de weerstand tegen de plannen in Bilthoven- Noord en andere locaties binnen de bebouwde kom. Wat we niet goed voor het voetlicht hebben kunnen brengen was dat het om een indicatief programma ging. Er was nog discussie mogelijk over hoeveel en hoe hoog er kan worden gebouwd.’

Maar die realiteit ligt ver van de bewoners. Voor hen komt die problematiek pas dichtbij als ‘hun’ plantsoen wordt geofferd aan woningbouw. Wie naar de gemeentekaart van Bilthoven kijkt, valt nog iets anders op. Waarom zoekt de gemeente naar binnenstedelijke postzegels als het veel eenvoudiger is om een deel van het gebied tussen de kernen Groenekan en Maartensdijk, nu nog weiland langs een snelweg, te gebruiken voor woningen?

‘Die wens om in het open gebied te bouwen is er ook’, zegt Smolenaers. ‘Maar dan moeten we buiten de rode contouren bouwen. En moet de provincie meewerken.’ Sinds de rijksoverheid het ruimtelijk beleid zo’n tien jaar geleden decentraliseerde, werden gemeenten, maar vooral provincies, de hoeders van het ruimtegebruik. De tijd van de nationale ruimtelijke ordening en de rijksnota’s over bouwlocaties, zoals de Vierde Nota Ruimtelijk Ordening Extra (Vinex) waren voorgoed verleden tijd, dacht men. De invulling van de woningbouw kon beter regionaal worden gedaan.

‘Sindsdien komt er eigenlijk niets meer van de grond,’ zegt woningmarktonderzoeker en adviseur Geurt Keers. ‘Terugkijkend is er iets misgegaan in de afweging van belangen. Milieu- en landschapsbelang is gaan domineren, het belang van de woningzoekende speelde geen rol meer. De liberalen in de regering dachten waarschijnlijk dat de provincies veel meer zouden toestaan als het om woningbouw gaat, maar het tegenovergestelde blijkt het geval. De meeste provincies zijn roomser dan de paus, en houden angstvallig vast aan die rode contouren.’

Kritiek
De provincie Utrecht krijgt al jaren kritiek van gemeenten die geen ruimte krijgen voor nieuwbouw. Ook in ‘zandlopergemeenten’ als Oudewater, Wijk bij Duurstede, Montfoort en Bunnik is de vraag naar woningen groot, en de beschikbaarheid nihil. Ook daar is het vrijwel onmogelijk buiten de lijntjes te kleuren. In het vorig jaar gesloten coalitieakkoord houdt de provincie vast aan het streven om de forse woningbouwopgave van de provincie vooral binnenstedelijk, en langs OV-knooppunten, te realiseren. Maar eind vorig jaar beloofde de Utrechtse gedeputeerde Huib van Essen (ruimtelijke ontwikkeling, GroenLinks) dat kleinere woonkernen met weinig binnenstedelijke ruimte die toch willen uitbreiden, daarvoor de mogelijkheid krijgen.

Voor Keers gaat dat niet ver genoeg. ‘Er is veel meer nodig, want deze binnenstedelijke opgave is binnen honderd jaar nog niet gerealiseerd. De complexiteit van dit soort projecten is vaak veel groter dan men denkt. Tijdens de Vinex was de eis dat een derde van de woningbouwopgave binnenstedelijk zou worden opgevangen. Uiteindelijk is er slechts één gemeente die de Vinex- planning grotendeels heeft gehaald. Dat was Den Haag, die besloot om eerst in het open gebied te gaan bouwen, en zich niet te veel te focussen op die binnenstedelijke bouw. In de gemeenten die dat wel deden, is veel geld en tijd verspeeld met procedures en planaanpassingen.’

Keers is er zeker van dat de ambitieuze woningbouwcijfers, waarvan de provincies zeggen dat ze die voornamelijk tussen de bestaande bebouwing gaan realiseren, alleen op papier haalbaar zijn. ‘Het schermen met die getallen vertroebelt de discussie over waar woningen echt nodig zijn. Een goed voorbeeld is de nieuwe wijk Haven- Stad in Amsterdam, waar uiteindelijk 70.000 huizen moeten komen. Dat is geen kwestie van een paar jaar; het duurt decennia tot die huizen er staan. Ondertussen neemt de provincie die cijfers volledig mee in het bepalen van de woningbouwruimte. Als een gemeente als Heerhugowaard een plan heeft voor een kleinschalig woningbouwproject, wordt al gauw naar die cijfers verwezen: sorry, we bouwen al genoeg.’

Kleinere woningen
Het binnenstedelijk bouwen heeft een ander nadeel, zegt Keers. ‘Het gaat bijna zonder uitzondering om appartementen.’ Vorig jaar schreef Keers met emeritus- hoogleraar Friso de Zeeuw een rapport over de woonwensen van de Nederlander. Daaruit bleek dat de grootste vraag nog steeds uitgaat naar grondgebonden woningen. Maar de Biltse wethouder Smolenaers zet in op appartementen. ‘We hebben juist kleinere woningen nodig. Dat geldt zowel voor jongeren die in de gemeente willen blijven wonen, als voor ouderen voor wie een eengezinswoning te groot wordt.’ Smolenaers denkt de provincie ervan te kunnen overtuigen om meer bouw in uitleglocaties toe te staan. ‘We laten als gemeente zien dat we alle mogelijkheden aangrijpen om woningbouw mogelijk te maken. Nu vragen we van de provincie ons iets meer ruimte te geven.’

De plannen op de Bachlaan en andere binnenstedelijke locaties zijn van de baan. Maar de ambities voor binnenstedelijke woningbouw blijven onverminderd groot. De locaties zullen in overleg met bewoners en organisaties worden bepaald. ‘Ik ben niet blij met hoe het is gegaan. Toch is er iets goeds uit voortgekomen. De bewoners denken nu mee over oplossingen en tonen betrokkenheid bij gemeentelijk beleid. Het is voor iedereen een ‘crash course’ geweest: we moeten hier samen uitkomen.’ 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.