of 59082 LinkedIn

Student blijkt sterk bindmiddel

Ruim duizend potentiële slooppanden worden in Amsterdam tijdelijk bewoond door studenten. Ze betalen geen huur, mits ze zich 10 uur per week inzetten voor hun buurt. Dankzij het project bloeiden no-go-area’s op tot culturele hotspot.

‘Drie. Twee. Een. Start!’ Vier jongetjes van een jaar of 10 spuiten met hun skelters een met linten afgezet circuit op. Trappelend van ongeduld wachten de volgenden hun beurt af. Even verderop springen meisjes een gat in de lucht op een enorme trampoline in de vorm van een kasteel. Turkse en Marokkaanse moeders staan achter stalletjes met zelfgebakken taarten en hapjes. Een paar studentes delen limonade uit aan een lange rij dorstige kinderen.

 

Het Reimersveld in het Amsterdamse stadsdeel Osdorp is op deze warme woensdagmiddag het speelterrein voor zo’n zestig kinderen uit het basisonderwijs. De activiteit is georganiseerd door medewerkers van woningcorporatie Ymere en studenten van het project Vooruit, onderdeel van de Stichting Studenten voor Samenleving. Aan het Reimersveld gaat Ymere koopwoningen bouwen, maar vanwege de crisis is dat voorlopig uitgesteld. De corporatie heeft er een grasveld aangelegd voor de kinderen uit de buurt. Al zo’n 4 jaar zijn de studenten van Vooruit hun buren. ‘We vonden het een goed idee om woningen in Amsterdam die bestemd zijn voor sloop of herstructurering door studenten te laten bewonen’, zegt Pieter de Jong, lid van de raad van bestuur van Ymere.

 

De studenten betalen alleen gas, elektra en servicekosten. Daar staat de verplichting tegenover dat zij 10 uur per week huiswerkbegeleiding geven, voorlezen aan de jongste groepen uit het basisonderwijs en andere activiteiten ontplooien voor de buurtbewoners. Intussen zijn nu ruim duizend woningen van de corporatie in Amsterdamse vernieuwingsgebieden bewoond door studenten.

 

Leefbaarheid

 

‘Je kunt die panden ook dichttimmeren, maar voor de leefbaarheid van de buurt is het veel beter om er zolang dat kan studenten in onder te brengen. Dat het tijdelijk is, vinden ze geen probleem’, aldus De Jong. ‘We zijn hier in de Reimerswaalbuurt begonnen. Eerst liep het nog wat stroef. Maar toen er eenmaal een groepje studenten woonde, ontstond er al snel een soort community en dat heeft een goede invloed op de sfeer in de wijk.’

 

Hetzelfde ziet De Jong nu ook gebeuren in Heesterveld in de Bijlmer. ‘Daar is een groep studenten van de Rietveld Academie komen wonen en dat begint zich nu te ontwikkelen tot een culturele hotspot. Ze doen projecten met de kinderen uit de buurt, beschilderen deuren, geven huiswerkbegeleiding en verzorgen ontbijtjes voordat die kinderen naar school gaan’, zegt De Jong.

 

‘Je probeert wat te doen aan het leefklimaat in de buurt en de kansen voor die kinderen te verbeteren. Het gaat misschien nog wel 5 jaar duren voor we weer echt in de wijk kunnen investeren. Je wilt niet dat zo’n wijk ondertussen verloedert. We hebben nu een flinke wachtlijst van studenten die graag in Heesterveld willen wonen, terwijl het 5 jaar geleden nog een no-go-area was.’ Liora Eldar is projectleider van

 

Vooruit. In haar werkkamer op de VU vertelt ze dat het initiatief voor de Stichting Studenten voor Samenleving afkomstig is van de ondernemer Karel Waagenaar. In 2006 bestond zijn bedrijf 25 jaar en wilde hij ‘iets terugdoen’ voor de samenleving. Het idee dat wijkbewoners zich inzetten voor buurtgenoten had hij meegenomen uit Israël. Waagenaar is bestuursvoorzitter van de stichting. Pieter de Jong, zijn collega’s van een paar andere Amsterdamse corporaties en de decanen van de faculteiten sociale wetenschappen van de VU en de UvA completeren het bestuur.

 

‘In probleemwijken staan veel appartementen leeg’, zegt Eldar. ‘Als je daar studenten zou kunnen laten wonen die wat voor de buurt doen, is iedereen erbij gebaat: de buurt, de studenten en ook de corporaties. We zijn daarover gaan praten met de VU. Die vonden het een goed idee, maar de corporaties waren sceptisch. Het eerste jaar heeft Waagenaar de huur en de servicekosten betaald. Maar al na een paar maanden was het duidelijk dat het een succesverhaal ging worden.’

 

Voorleesclubje

 

Vooruit begon met zestien studenten in twee wijken. Nu wonen er zestig studenten in zes Amsterdamse wijken. Elke student heeft zo’n vijftien cliënten en besteedt 10 uur per week aan buurtactiviteiten, met als vaste onderdelen huiswerkbegeleiding, Nederlandse taalles en een voorleesclubje. Per wijk is er een student-coördinator aan wie de studenten wekelijks rapporteren. Eens in de 14 dagen komen problemen en plannen ter sprake op een teamvergadering.

 

‘Ik integreer hier in Osdorp net zo hard als mijn Turkse en Marokkaanse medebewoners’, zegt Baukje Reitsma, afkomstig uit het Friese Kollum. De tweedejaarsstudente culturele antropologie aan de VU is nu bijna 2 jaar actief voor Vooruit, het laatste jaar als coördinator. Ze geeft aan dat ze het nog zeker een jaar blijft doen. ‘Voor de stabiliteit van het team is dat ook beter. Alles bij elkaar kost het je veel meer dan 10 uur per week, maar het is heel leuk om te doen.’

 

Op de eerste etage van het wijkcentrum - vlakbij het vierkamerappartement dat Reitsma samen met een collega van Vooruit bewoont - kun je een speld horen vallen tijdens de huiswerkbegeleiding van groep 6 en 7. Reitsma: ‘De ouders zijn daar heel blij mee.’

 

Ze vertelt over de andere activiteiten. ‘We geven ook taalles aan allochtone vrouwen die een vervolgopleiding willen doen. Sinds kort hebben we een nieuw jongerencentrum en er is ook een mannencentrum gestart. Daar geven we ook conversatieles, maar we leren vooral brieven schrijven, bijvoorbeeld aan de belastingdienst. En dan hebben we ook nog een rijdend café, een soort bakfiets die we uit kunnen klappen.’

 

‘We wonen en werken in de wijk en zijn een soort aanspreekpunt. Het is allemaal heel laagdrempelig en dat draagt ook bij aan het succes’, zegt Adinda Boeren. Ze was een paar jaar coördinator in de Reimerswaalbuurt, is inmiddels afgestudeerd en nu als hoofdcoördinator en rechterhand van Liora Eldar in dienst van de stichting. ‘Maar ik woon nog wel in de buurt’, voegt ze er lachend aan toe.

 

Om beter beslagen ten ijs te komen, is er eens per 2 maanden een themaavond voor alle zestig studenten. ‘We hebben al eens een psycholoog uitgenodigd om te vertellen hoe je met moeilijke kinderen omgaat’, licht Eldar toe. ‘En we geven ook EHBOcursussen aan studenten.’

 

In de vakanties zijn er speciale activiteiten. ‘Afgelopen winter hebben we met de kinderen geschaatst en zijn we naar een museum geweest. Daar komen die kinderen nooit. We proberen hun wereld wat te verbreden en daar ook hun ouders bij te betrekken.’

 

Op de vraag hoe de stichting haar activiteiten bekostigt, antwoordt Eldar dat het ministerie van VROM en de gemeente Amsterdam de eerste 2 jaar subsidie gaven. ‘De laatste 2 jaar moeten we het zonder doen. We hebben wel wat reserves gecreeerd, maar we zijn nu druk bezig geld te vinden. We hebben onszelf beloofd dat de stichting ten minste 5 jaar blijft bestaan.’

 

Geen oppascentrale

 

Voorleesmiddag in een klein buurtcentrum in Amsterdam-Oost. Turkse en Marokkaanse kinderen in de leeftijd van 8 tot 10 jaar klitten rond hun juffen, pedagogiekstudenten die hier stage lopen en daar studiepunten mee verdienen. De meegekomen moeders kijken geamuseerd toe. In groepjes van tien verdwijnen de kinderen even later in drie klaslokaaltjes. In de keuken zijn de moeders in drukke gesprekken verwikkeld.

 

‘In het begin kwamen er wel kinderen alleen, maar die stuurden we terug naar huis om hun moeder te halen. We zijn geen oppascentrale’, laat Maria Trap weten. Trap is coördinator van het voorleesproject, een initiatief van de Academie van de Stad. De Academie is een ideële stichting die samen met stadsdelen, woningcorporaties, het hoger onderwijs en de beide universiteiten in Amsterdam projecten opzet met thema’s als leren en opgroeien, integreren en participeren, wonen en leven, economie en stedelijke ontwikkeling. Sinds de start in 2008 heeft de Academie 144 projecten tot stand gebracht, waaraan meer dan 2200 studenten hebben deelgenomen. ‘We hebben net voor de zevende keer het project Thee en Thema afgesloten. Dat is een enorm succes’, zegt projectcoördinator Dora Fabriek.

 

‘Vrouwen van verschillende nationaliteiten bespreken elke week allerlei thema’s, zoals vrije partnerkeuze, Wilders, onderwijs en opvoeding. Dat zijn echt pittige gesprekken.’ Oprichter en stuwende kracht achter de stichting is Wilfred Fischer, verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam. ‘Onze opdrachtgevers zijn de gemeente en de corporaties.

 

Van hen ontvangen we per project en per semester 5 duizend euro, ongeacht het aantal studenten dat eraan deelneemt. Doorgaans zijn dat er tussen de tien en honderd per project. Jaarlijks levert ons dat ongeveer 5 ton aan inkomsten op. Dat is heel beperkt, met de zes net afgestudeerden die we in dienst hebben. Maar we hebben er bewust voor gekozen niet afhankelijk te zijn van subsidies. We willen laten zien dat we als sociale ondernemer een duurzame bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij.’

 

Burgerbewustzijn

 

De Academie vraagt van de studentcoördinatoren die in de projectwijk beschikken over een corporatiewoning een commitment van minimaal anderhalf jaar. ‘Hun aantal is beperkt, want anders wordt het project minder effectief’, aldus Fischer. ‘Alleen door studenten een woning aan te bieden, kom je er ook niet. Er moet een organisatie omheen zitten en daar kunnen lokale bestuurders aan bijdragen.’

 

‘Veel sectoren houden zich alleen met hun eigen zaken bezig’, zegt Ymere-bestuurder Pieter de Jong. ‘Corporaties met woningen bouwen en onderhouden, universiteiten met studenten opleiden. Er is veel verkokering, terwijl je juist voor meerwaarde moet zorgen door verschillende partijen bij elkaar te brengen en de organisatiekracht moet hebben om dat op te pakken.’

 

Fischer vindt dat er in de samenleving, en vooral in de grote steden, een andere houding moet ontstaan. ‘Wanneer je studenten bij dit soort maatschappelijke projecten betrekt, ontwikkelen ze hun burgerbewustzijn. Dat maakt hen tot andere leiders. Gemeenten moeten studenten actief betrekken bij de uitdagingen waar zij voor staan. Daar worden de buurten beter van, de maatschappij als geheel wordt er beter van, maar ook het onderwijs en de studenten zelf.’

 

Sinds kort is de Academie zich ook in andere studentensteden aan het oriënteren, laat Fischer weten. ‘Het zou mooi zijn als het idee daar navolging zou vinden.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Nel (coördinator vrijwilligers) op
Super initiatief, Super ideeën, feitelijk gewoon super