of 59345 LinkedIn

Steeds meer drijvende gekkigheid

Serie: Druk, drukker, drukst, deel 2: Het water. De openbare ruimte in Nederland staat steeds meer onder druk. Binnenlands Bestuur peilt in een serie de spanning die dat met zich meebrengt: in de lucht, onder de bodem, op het water en op het land.

Nederland waterland. Rivieren, meren en plassen herbergen niet alleen noodzakelijke vaarroutes voor vrachtschepen of een mooi decor voor zwemmers en de pleziervaart. Water blijkt ook een steeds aantrekkelijker bouwlocatie. Zelfs voor drijvende boerderijen of zonneakkers.


Serie: Druk, drukker, drukst 
Deel 2: Het water

De openbare ruimte in Nederland staat steeds meer onder druk. Binnenlands Bestuur peilt in een serie de spanning die dat met zich meebrengt: in de lucht, onder de bodem, op het water en op het land.


Klimaatbestendig wonen op het water

 

Aan de oever van een voormalige zandwinningsplas bij Woerden dobberen sinds kort twaalf witte, strak vormgegeven waterwoningen. Watervilla’s, aldus de verkopende makelaar. De laatste exemplaren worden eind dit jaar opgeleverd. De Woerdense waterwoningen zijn tien jaar geleden bedacht, als overgang tussen de 1.200 nieuwbouwwoningen van de wijk Waterrijk Woerden en de Cattenbroekplas, zo laat projectleider Frank Frijlink van de gemeente Woerden weten. ‘In de plas zit ruim vijf miljoen kuub water. Dan is het handig om er een stukje van te gebruiken om op te wonen.’

Meervoudig grondgebruik is de reden dat steeds meer gemeenten hun oog laten vallen op water als bouwlocatie, meent Olaf Janssen. Janssen is directeur van Balance d’eau, dat de waterwoningen in Woerden heeft ontwikkeld en gebouwd. Gemeenten moeten bij nieuwbouwwijken watergangen of -plassen aanleggen voor waterberging.

‘De bergingscapaciteit blijft intact. Dat is de crux waarom gemeenten en ook projectontwikkelaars geïnteresseerd zijn in projecten met drijvende woningen’, aldus Janssen. ‘In Woerden zijn we nu klaar, in Delft hebben we woningen gebouwd, in Zeewolde gaan we nu starten en in Nijmegen hopen we volgend jaar te beginnen. We ontwikkelen daar nu met de gemeente een project met ongeveer 25 woningen.’ Met 160 inschrijvingen heeft Janssen over belangstelling niet te klagen. Met de animo ziet Janssen ook de omvang van de projecten groeien. ‘Eerst een paar woningen, toen waren het er twaalf, dadelijk worden het er 25, we zijn nu ook bezig met projecten met 60 woningen. Woerden gaat nu studeren of drijvend bouwen een optie is om de veenweidegebieden om te toveren in water waar de hele infrastructuur aankoppelt op drijvende woningen.’

Wat het waterwonen bespoedigt, volgens Janssen, is dat Balance d’eau kan bouwen op water zonder toevaartroutes. Zijn bedrijf assembleert de woningen namelijk op locatie. ‘Bovendien hebben wij nu een bouwsysteem ontwikkeld waarmee je heel ondiep kunt bouwen, met 50, 60 centimeter diepgang. Dan kun je woningen bouwen in een sloot van 120 centimeter diep. De kosten voor beschoeiing en allerlei andere nevenkosten vallen dan reuze mee.’

Weinig rek
Waterwoningen hebben de wind meer in de zeilen dan woonboten. Nederland telt pakweg 12.000 woonboten, maar daar zit volgens de Landelijke Woonboot Organisatie weinig rek meer in. Het is lastig om een ligplaats te bemachtigen. Landelijke regels zijn er niet, gemeenten en waterschappen kunnen allemaal hun eigen eisen stellen. Het aantal waterwoningen is niet centraal geregistreerd, maar inmiddels zijn onder andere in Amsterdam, Rotterdam, Maasbommel, Dordrecht, Almere, Ohé en Laak, Groningen en Friesland waterwoningen te vinden, en er staan projecten op stapel in onder andere Deventer, Spakenburg en Nijmegen.

Daarmee lijkt na een decennium de wens van de minister van VROM uit te komen. Jacqueline Cramer schreef op 12 september 2008 in een brief aan de Tweede Kamer dat ze een ‘klimaatbestendiger inrichting van Nederland’ nastreefde. ‘Waterwonen kan hieraan een belangrijke bijdrage leveren, omdat deze woonvorm gecombineerd kan worden met de noodzaak om meer ruimte voor water te creëren. (...) Ik wil het waterwonen aanmoedigen. Ik wil bovendien het waterwonen een nadrukkelijker plek geven in de grote toekomstige bouwopgaven.’

Of het door al die waterwoningen te druk wordt op het water, mogen de waterbeheerders beoordelen. Waterwoningen op rivieren of meren, waar Rijkswaterstaat beheerder is, zijn er relatief weinig. Meestal ligt het beheer in handen van gemeenten en waterschappen. Volgens woordvoerder Miranda van der Voort van de Unie van Waterschappen is er ruimte voor bouwen op het water, zolang de waterveiligheid en waterkwaliteit gewaarborgd zijn. Woningbouw op de veengronden in lage polders veroorzaakt immers ook problemen, zo motiveert ze die houding. ‘Als in lage polders gebouwd wordt op het water, is dat alleen maar gunstig.’

Wat betreft rijkswateren constateert Rijkswaterstaat (RWS) in het Beheer- en ontwikkelplan voor rijkswateren: ‘De intensiteit van gebruiksfuncties op het water neemt toe. De grotere gebruiksdruk komt voor een deel van niet-watergebonden gebruiksfuncties, zoals buitendijks wonen en energiewinning.’ Rijkswaterstaat deelt rivieren op in een stroomvoerend en een bergend deel. In het laatste zijn ‘alle types activiteiten toelaatbaar, mits zij voldoen aan de rivierkundige randvoorwaarden om de effecten op de afvoer of bergingscapaciteit van het rivierbed volledig te compenseren’, zo mailt de woordvoerder. In het stroomvoerende deel worden alleen riviergebonden activiteiten toegestaan, vooral voor rivierbeheer of de (beroeps)scheepvaart. Waterwoningen zijn daar alleen bij uitzondering mogelijk.

In havens is wel nog ruimte. Zo wordt in de Rotterdamse Nassauhaven gewerkt aan de bouw van achttien drijvende woningen. Rotterdam is al lang bezig om waterinitiatieven te kunnen afwegen, vertelt gemeentelijk planoloog Walter de Vries. Daarom heeft de gemeente de Verkenning Drijvend Bouwen (2011) geschreven, waarvan De Vries medeauteur is. ‘Er kwam van alles langs. Waar zeg je dan “ja” tegen en hoe kun je initiatieven vooruithelpen en ervoor zorgen dat collega’s niet telkens het wiel opnieuw hoeven uit te vinden?’

Lege waterbakken
Timing speelt ook een rol. ‘Eerst ging het bij havenontwikkelingen zo: de haven ging eruit, de stad trok erin. Bij de Rijnhaven moest bijvoorbeeld de binnenvaart vertrekken. Vervolgens gebeurde er een hele tijd niks’, vertelt de planoloog. Zo ook in een aantal andere bekkens. ‘We willen het in Merwe-Vierhavens anders doen, en veel beter kijken hoe we de scheepvaart nog kunnen blijven accommoderen om te voorkomen dat we straks tegen lege waterbakken aankijken. Soms is het te snel gegaan. Vanuit het idee: dan gaan we daar een leuke jachthaven of surfschool doen, maar die zijn nooit gekomen.’

Geen lege waterbak dus, als het aan Peter van Wingerden van projectontwikkelaar Beladon ligt. ‘Wij zijn ontwikkelaars van wat wij zelf “drijvende gekkigheid op het water” noemen’, zo beschrijft hij Beladon met een knipoog, ‘omdat wij denken dat daar de ruimte ligt om te groeien, zowel fysiek als economisch. De bevolking blijft de komende dertig jaar groeien.’ Daarvoor landbouwgebied en natuur opofferen, is niet slim, stelt hij. ‘Als je ruimte zoekt, waar ligt die dan wel? De meeste grote steden liggen aan het water, die ruimte ligt niet aan de landkant, maar aan de waterkant.’

Daarom bouwt zijn bedrijf nu aan een floating farm in de Merwehaven. De drijvende boerderij die met veertig koeien voor dagverse zuivelproducten gaat zorgen wordt, aldus de planning, eind dit jaar in gebruik genomen. De boerderij is zo veel mogelijk zelfvoorzienend en losgekoppeld van water, stroom, en riool van de wal. ‘We liggen hier in een gebied dat helemaal getransformeerd wordt, grote schepen kunnen hier steeds moeilijker komen en deze oude haventerreinen worden helemaal omgebouwd naar wonen, werken en recreëren. In onze visie hoort voedselproductie in de stad thuis, op een relevante schaal.’

De Rotterdamse drijvende boerderij ziet Van Wingerden vooral als opstapje. ‘Uiteindelijk moeten we de wereld hiermee helpen, andere steden die geen grond hebben, zoals Singapore. Dit is absoluut een proeftuin. We hebben hier drie keer in de week groepen die komen kijken. Vanmiddag komen er mensen uit Egypte, de minister van Singapore zat hier twee maanden geleden.’

Waar het in de havens, ondanks een drijvende boerderij, rustig wordt, wordt het in Rotterdam op de Nieuwe Maas drukker. ‘We constateren dat er bijna overal groei in zit’, zegt De Vries’ collega Pieter de Greef, planoloog bij het programma rivieroevers Rotterdam. ‘De watertaxi is qua gebruik enorm geëxplodeerd. Je ziet een groei van riviercruises, zeecruises, recreatievaart. We moeten gaan nadenken over de vraag: wat wil je waar? Dat willen we komende jaren doen. Dat beleid willen we ontwikkelen, samen met RWS, het havenbedrijf en anderen.’

De Greef: ‘We hebben met de Kop van Zuid de sprong over de rivier gemaakt. De stad groeit steeds meer naar de rivier toe en daarmee ligt de rivier steeds meer in het hart van de stad en is ze misschien wel de meest interessante openbare ruimte. Dat vergt een aantal nieuwe maatregelen. We moeten anders nadenken over overgangen tussen water en land, over verbindingen, en nadenken over welke verschillende functies je op de rivier wilt.’

Onvoldoende kennis
Voor grootschalige woningbouw op het water is het nog te vroeg, meent voormalig programmamanager Jaap Peters van Aqua Dock, een Rotterdamse proeftuin voor innovaties op het water. ‘Technisch gezien kan het. Alleen, met kosten, onderhoud en beheer is nog niet zo veel ervaring. Dat moet eerst ontwikkeld worden. Ook de stap naar grote schaal – woonwijken, maar ook infrastructuur en accommodaties als zwembaden en winkels – moet nog gezet worden. Daar is nog onvoldoende kennis over.’

Dat bleek ook in Woerden, waar eigenlijk geen twaalf, maar honderd waterwoningen zouden komen. ‘Het idee was: we maken grote platforms en daar zetten we woningen op. En een soort drijvende parkeerboot waar mensen hun auto’s op kwijt kunnen’, blikt projectleider Frank Frijlink terug. ‘Alleen bleek dat gaandeweg lastig; het zouden erg grote plateaus worden en je zou problemen krijgen om ze goed te bevestigen, in verband met golfslag. Het andere probleem was: willen ze in Woerden met 20 of 25 huizen op een drijvend platform wonen?’

Vooralsnog houdt Woerden het op de Cattenbroekplas bij deze twaalf woningen. ‘Maar het zou interessant kunnen zijn voor kleinere dorpen rond Woerden, waar niet gebouwd mag worden buiten de contour’, denkt Frijlink hardop. ‘Als je iets neerlegt wat ook in de bestemming water past, is het minder erg. Dan heb je dubbel grondgebruik.’


Water is kassa
‘Waar ruimte schaars is en de economische waarde van de omgeving hoog, is ook de waarde van het water hoog. En dat betekent iets voor het gebruik en de prijs van het water’, aldus de Watervisie van de gemeente Groningen van april 2017, die meldt dat de stad mikt op de verkoop van tachtig waterkavels. ‘Op alle locaties waar de bebouwing en de ruimte rondom het water een plus krijgen, willen (...) we gebruikers van de ruimte op het water een meer marktconforme prijs laten betalen.’ Met water dat er toch al ligt, kunnen gemeenten een extra woonmilieu creëren en tegelijkertijd de kas spekken door waterkavels te verkopen.


Drijvende zonneakkers
Op water kun je wonen, maar je kunt er ook zonnepanelen op laten drijven. Mooie bijkomstigheid is dat zonnepanelen op water 10 tot 25 procent meer elektriciteit opleveren dan op het land, omdat het water zonlicht reflecteert en voor koeling zorgt. Tal van initiatieven maken hier al gebruik van. Zo zijn er op het inlaatkanaal voor koelwater voor de elektriciteitscentrale in het Friese Burgum 144 zonnepanelen geplaatst, krijgt Zwolle twee drijvende zonneparken in zandwinningsplassen, wil Utrecht zonnepanelen realiseren op de Haarrijnse Plas, en onderzoekt Rijkswaterstaat of langs de Afsluitdijk drijvende zonnepanelen kunnen komen. Vorig jaar is het Nationaal Consortium Zon op Water opgericht. Daarin gaan dertig bedrijven, kennisinstellingen en overheden op zoek naar mogelijkheden voor zon op water.

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.