of 59250 LinkedIn

Samen het water te lijf

In de regio Vallei en Veluwe werken gemeenten samen om zich te wapenen tegen klimaateffecten. Samen stresstesten en een klimaateffectatlas maken en van elkaars fouten leren. ‘Eén van de uitdagingen is niet alleen praten met watermensen, maar ook met collega’s van groen, gezondheid en RO.’

In de regio Vallei en Veluwe werken gemeenten samen om zich te wapenen tegen klimaateffecten. Samen stresstesten en een klimaateffectatlas maken en van elkaars fouten leren. ‘Eén van de uitdagingen is niet alleen praten met watermensen, maar ook met collega’s van groen, gezondheid en RO.’

Vallei en Veluwe wordt klimaatrobuust

Hoe abstract ‘klimaatbewustzijn’ misschien ook klinkt, in Gelderland en Utrecht ondervinden gemeenten aan den lijve dat het lijntje tussen klimaat en gemeentelijke voorzieningen kort is. Door de temperatuurstijging kletteren er steeds hevigere buien neer. Het riool verslikt zich dan in massa’s regenwater. ‘Wij hebben een aantal lagergelegen gebieden’, wijst wethouder Hans van Daalen (water, ChristenUnie) van de gemeente Barneveld in zijn werkkamer de probleemgebieden aan op een grote kaart aan de muur. ‘In Zwartebroek, Kootwijkerbroek en Garderen hebben we vaker wateroverlast. En op bedrijventerrein Harselaar is veel verhard oppervlak waar het water slecht weg kan. We hebben daar een jaar of acht geleden de riolering aangepast, maar het is nu opnieuw nodig maatregelen te nemen, want we zien het erger worden.’

Het was dus nogal wiedes voor de wethou- waterder op 7 december jongstleden zijn handtekening te zetten onder het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie. Dat deed hij samen met bestuurders van 27 andere gemeenten, de provincies Utrecht en Gelderland en Waterschap Vallei en Veluwe. Met het manifest, een regionale uitwerking van de Nationale Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, beloven de lokale overheden gezamenlijk op te trekken in het klimaatrobuust maken van hun regio. Pas in 2050 hoeft Nederland klimaatrobuust te zijn, maar in 2020 moeten overheden al weten wat daarvoor moet gebeuren.

Rioleringskwesties
Samen met een deel van de gemeenten uit de waterschapsregio werkt Barneveld al sinds 2008 samen in het Platform Water Vallei en Eem. Dat boog zich aanvankelijk alleen over rioleringskwesties, maar een paar jaar geleden is daar klimaatverandering bijgekomen, vertelt Charles Rijsbosch, die vanuit de gemeente Amersfoort is uitgeleend aan het platform. Hij zit, net als wethouder Menno Tigelaar (stedelijk beheer, ChristenUnie) van Amersfoort, aan tafel in de Barneveldse wethouderskamer. Rijsbosch: ‘Klimaatverandering is op de agenda gezet vanuit de ervaring van de watermensen: we krijgen steeds meer klachten en overlast, wat moeten we met dat probleem?’

En passant is het werkterrein van het platform uitgebreid met de klimaatthema’s hitte en droogte en probeert het de verbinding te leggen met ruimtelijke ordening en gezondheid. Overigens hebben veel gemeenten afgelopen jaren al maatregelen getroffen om wateroverlast te verminderen. Het meest gebezigde toverwoord daarbij is ‘afkoppelen’ van de regenwaterafvoer van het afvalwaterriool. Het schone regenwater wordt dan naar het oppervlaktewater geleid of, nog liever, geïnfiltreerd in de grond.

Zo is de gemeente Oldebroek begonnen om Celavita en Plukon, twee grote bedrijven van samen 7 hectare, af te koppelen en het regenwater te infiltreren. Barneveld doet nu hetzelfde bij bedrijventerrein Harselaar, wat volgens Van Daalen de helft goedkoper is dan de riolering aanpassen. Hoewel afkoppelen in principe simpel is, kunnen gemeenten ook daar van elkaar leren door ervaringen uit te wisselen. Barneveld vergoedde langs trajecten waar een nieuwe riolering kwam een deel van de kosten als bewoners hun regenpijp afkoppelden en het regenwater in de tuin lieten lopen. Vanwege gebrekkig animo besloot de gemeente alle kosten en het werk voor haar rekening te nemen. ‘We hebben onlangs in Kootwijkerbroek bij een lange weg de riolering helemaal vervangen. Een medewerker van de gemeente is huis-aan-huis langsgegaan’, legt Van Daalen de aanpak uit. ‘Voorheen deed 10 tot 20 procent mee, nu meer dan 50 procent.’

Poreuze voegen
In Amersfoort had de gemeente een groot parkeerterrein aangelegd met een waterdoorlatende verharding van klinkers met poreuze voegen, met daaronder een waterdoorlatende kiezellaag. Toen de gemeente een paar maanden na oplevering ging inspecteren, stond het parkeerterrein vol water. ‘Wat bleek? We hadden een onvoldoende veegregime op dat parkeerterrein. Er was nog veel bouwzand en dat had de voegen verstopt’, vertelt Rijsbosch. ‘Daarna zijn we intensief gaan vegen en nu functioneert het helemaal naar behoeven.’

Een ander voordeel van samenwerken is dat gemeenten samen de verplichte stresstesten kunnen laten uitvoeren die duidelijk aangeven waar de pijnpunten liggen voor klimaatadaptatie. ‘We hebben regionaal een globale stresstest gedaan’, vertelt Rijsbosch. Daaruit kwam een aantal ‘kritische gebieden’ tevoorschijn op het gebied van waterveiligheid, droogte en hitte. ‘Nu moeten we preciezer gaan kijken, met preciezere stresstesten, meer gericht op buurten en wijken.’ Daarnaast laten alle 27 gemeenten samen een klimaateffectatlas maken, die wateroverlast, waterveiligheid, hitte en droogte fijnmazig in beeld brengt. Een klankbordgroep ziet erop toe dat de atlas een werkbaar instrument biedt voor de ambtenaren, maar ook om te communiceren met raadsleden en inwoners. Rijsbosch: ‘Dat we, als we een straat aanpakken, kunnen inzoomen en het gesprek met de inwoners kunnen aangaan.’

Intussen reist Rijsbosch de gemeenten af als een soort ambassadeur klimaatadaptatie. ‘Eén van de uitdagingen is om niet alleen te praten met watermensen, maar ook met collega’s van groen, gezondheid en ruimtelijke ontwikkeling.’ Die laatsten kunnen bij het ontwerp van pleinen en straten rekening houden met extreme weersomstandigheden.

Financieel plaatje
Van Daalen: ‘Het is ook een financieel plaatje: als een bedrijventerrein wordt uitgegeven, levert elke meter die je kunt verkopen geld op.’ Een plas water die belangrijk is om het water van een bedrijventerrein op te vangen levert geen geld op. ‘Dus vanuit het ontwikkelingsbedrijf staan ze vaak niet te springen bij de gedachte dat er een waterbuffer moet worden geregeld.’

Toch biedt het ook juist kansen. Zoals in Amersfoort, waar natuurgebied Schammer is aangelegd in combinatie met bedrijventerrein Bloeidaal. Daarbij is de afwatering van het bedrijventerrein naar het natuurgebied aangelegd. Voor zulke oplossingen moet klimaatadaptatie vroeg in het ontwikkelingsproces worden geschoven. Om betrokken collega’s daarvan te overtuigen, organiseert het platform klimaatateliers. Daar nemen ambtenaren uit alle geledingen een herinrichtingsopgave onder de loep, met de vraag: als je vanuit klimaat naar die herinrichting kijkt, hoe zou je dat dan doen?

In Veenendaal onderzocht het klimaatatelier een versteend winkelcentrum. Door een fietspad te verplaatsen en daken te vergroenen, ontstaat meer ruimte voor vergroening en wateropvang, zo luidde de conclusie. ‘Daar wordt nu verder over gesproken’, aldus Rijsbosch. De aanpak van droogte staat, vergeleken met die van wateroverlast, nog in de kinderschoenen. Amersfoort heeft voor de bescherming van haar bomen een bomenleidraad vastgelegd. ‘Soms zijn bomen met onvoldoende groeipotentie neergezet. We zeggen nu: zorg dat je de goede boom neerzet, zorg dat-ie voldoende ruimte heeft om te groeien en zorg ook voor diversiteit’, legt wethouder Tigelaar uit. ‘Zodat je bij ziekte niet de hele rij langs een straat hoeft te kappen.’

Hoewel er veel initiatieven lopen, is klimaatadaptatie nog lang geen automatisme, waarschuwt Rijsbosch. Zo zijn de regels voor inrichting van de openbare ruimte, waardoor aannemers bijvoorbeeld weten welke straatstenen ze moeten kiezen, nog niet aangepast aan klimaatadaptatie. Rijsbosch: ‘In de manier waarop we onze projecten voorbereiden en aannemers aansturen en controleren, valt nog wel wat te doen.’


‘Je moet bestuurlijk lef hebben’
Waterschap Vallei en Veluwe heeft 12 miljoen euro gereserveerd om gemeenten die uitvoering geven aan de doelen van het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie ‘een steuntje in de rug te geven’, aldus dijkgraaf Tanja Klip-Martin van Water schap Vallei en Veluwe. Dat is van belang voor het waterschap, want als regenwater niet in het riool belandt, raakt de rioolwaterzuivering minder snel overbelast en hoeft die niet uitgebreid te worden. Bovendien kunnen uit geconcentreerde afvalwaterstromen veel makkelijker energie en grondstoffen (zoals fosfaat) worden gewonnen.

Het waterschap gaat over water. Het manifest gaat ook over bouwen, over groen, over ruimtelijke ordening. Breidt het waterschap zijn werkgebied uit?
 ‘Nee, we gaan niet opeens allerlei taken op ons nemen, maar we kijken wel met een eigentijdse bril naar onze activiteiten. We komen uit een tijd van: je gaat erover of niet. Daar zijn we van af gestapt omdat we opgave, projecten en geld met elkaar moeten verbinden. Gemeenten hebben door de decentralisatie van welzijns- en zorgtaken hun focus daar noodgedwongen op gericht. Kennis en kunde over water en ondergrond is niet meer overal aanwezig. Maar die kennis is er om de hoek, bij de waterschappen.’

Bent u niet bang dat gemeenten meedoen met het manifest omdat ze denken: vanaf nu regelt het waterschap dat voor ons.
‘Het ontslaat de gemeente niet van de verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening die ze zelf hebben. Met de stresstesten kun je zien waar de grootste overlast is en op basis daar van besluiten waar je aan de slag gaat.’

Wat moeten de RO-afdelingen bovenaan hun lijstje zetten om de omgeving klimaatrobuust te maken?
‘Drie dingen: ten eerste moeten we stoppen om landelijk en stedelijk gebied los van elkaar te zien. Veel problemen in het stedelijk gebied kun je in het landelijk gebied oplossen. We hebben net het programma ‘Ruimte voor de rivier’ achter de rug. Wij kijken nu naar ‘Ruimte voor het kanaal’. Je kunt een kanaal tussen twee stuwen buiten de oevers laten treden om water op te vangen. Dat zou je misschien weer naar de stad kunnen terugvoeren op het moment van watertekort.

Ten tweede moet je driedimensionaal kijken naar ruimtelijke inrichting: ook de ondergrond biedt ruimte om water te bufferen. In haar laatste advies zegt de Adviescommissie Water dat je grondwater kunt gebruiken om overtollig water te bufferen. En het derde punt is adaptatie en mitigatie.

Er zijn mogelijkheden om het opwekken van duurzame energie te koppelen aan water en het robuust maken van de stedelijke omgeving. Een voorbeeld? Als je groene daken combineert met zonnepanelen, zijn de zonnepanelen veel effectiever. Die presteren beter in een koele omgeving. We moeten veel meer naar dat soort slimme dingen kijken.’

Wat ziet u als de belangrijkste bestuurlijke hindernis om de regio klimaatrobuust in te richten?
‘Dat je niet alleen naar de quick wins kijkt. Je zult bestuurlijk lef moeten hebben om aan de gang te gaan met ingrepen waarvan je pas over een paar jaar het effect ziet.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.