of 59244 LinkedIn

Ranomi zwemt op varkensvet

Het gebruik van duurzame energie is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van gemeenten. In een serie artikelen belicht Binnenlands Bestuur succesvolle lokale initiatieven.

Een zwembad verwarmen met varkenskadavers of overtollig snoeihout. In Eindhoven wordt gestaag gewerkt aan de energie-ambities. Het gasverbruik is door de innovaties gedecimeerd. 

Duurzaamheid

Het gebruik van duurzame energie is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor de portemonnee van gemeenten. In een serie artikelen belicht Binnenlands Bestuur succesvolle lokale initiatieven.

In de catacomben van het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion in Eindhoven is het flink warm. Er hangt een ‘heel lichte geur van varkens’, beaamt Marc Bax. Hij is hoofd technische zaken van Nationaal Zwemcentrum De Tongelreep dat in totaal vier baden beslaat en met een totale inhoud van twaalf miljoen kubieke meter water tot de grootste zwemcomplexen van Europa behoort.

De warmte voor al dat water wordt gemaakt door een forse scheeps­motor die op het varkensvet bioline draait. ‘Het zijn de allerlaatste restjes vet die bij destructiebedrijf Rendac in Son worden geperst uit varkenskadavers’, zegt Bax. Sinds de BSE-crisis mag het vet niet meer in veevoer worden gebruikt. ‘Nu is het een perfecte brandstof.’ De tank­wagens hoeven slechts enkele kilometers te rijden om het brandbare goedje in een grote ondergrondse tank te pompen.

De scheepsmotor produceert sinds 2008 liefst 17 miljoen kiloWattuur elektriciteit per jaar. ‘Drie miljoen is voor onszelf, de rest gaat als groene stroom terug naar het net en is goed voor 4.200 Eindhovense huishoudens’, zegt Arie Heesterbeek, hoofd van de sector Sport & bewegen van Eindhoven.

De warmte, een bijproduct van de motor, wordt helemaal benut voor verwarming van het zwemwater en de binnenlucht van de zwemzalen. Zelfs de warmte van de uitlaatgassen van de scheepsmotor wordt terug­gewonnen. De leidingen zijn vrijwel allemaal over de gehele lengte geïsoleerd met steenwol en soortgelijk materiaal. Al die warmte wordt zuinig ingezet. Wedstrijdzwemmers als Ranomi Kromowidjojo die hier veelvuldig trainen, prefereren 27,2 graden, recreatiezwemmers badderen in 31 graden.

Elders in Eindhoven-Noord heeft de gemeente in 2011 in het ir. Ottenbad een bio-energiecentrale geïnstalleerd. Die wordt gestookt op bio­massa, veelal houtsnippers. Het hout is zoveel mogelijk afkomstig uit het snoeiafval van de gemeentelijke plantsoenen en bosschages. ‘We willen duurzame gebouwen, duurzame energie, laag verbruik, slimme monitoring en bewustwording’, vat Heesterbeek de ambities samen.

Zowel in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion als in het Ottenbad staan nog wel traditionele verwarmingsketels als back-up. Het gasverbruik in beide zwembaden is door de innovaties gedecimeerd. Goed voor het milieu en eveneens goed voor de portemonnee van de wethouder Financiën. Ingrijpen in de energievoorziening loont want de sector Sport & bewegen slokt ruim de helft van de gemeentelijke energiekosten op.

Als over een aantal jaar beide biocentrales financieel zijn afgeschreven, gaat de gemeente nieuwe berekeningen maken. Nu nog draagt de inmiddels opgeheven MEP-subsidie bij aan de bioline-centrale en een provinciale subsidie aan de houtsnipper-centrale.

Rekensommetjes
‘Straks maken we rekensommetjes zonder die subsidies voor afgeschreven installaties’, zegt Heesterbeek. Het is goed mogelijk dat de installaties dan worden gestookt op andere duurzame energiebronnen die tegen die tijd wellicht goedkoper zijn. ‘We hebben bewust voor deze flexibiliteit gekozen’, aldus Heestermans.

En er is meer. De golfslagmachine in het pretzwembad start langzaam op en gaat langzaam uit. De besparing komt overeen met het energieverbruik van dertien huishoudens, zo bleek. Dergelijke frequentiesturing zit op alle grote gemeentelijke energie-installaties waardoor bijna een kwart van het elektriciteitsverbruik wordt bespaard.

Energiecoördinator Michel Gies tovert achter zijn pc de ene na de andere sheet tevoorschijn. Hij kan zien wat het kwartierverbruik is van de lichtmasten op veld twee van hockeyclub Eindhoven die op sportpark Woensel resideert. Waarom stoken ze de kleedkamers eigenlijk ´s nachts, zo vraagt Gies zich af als hij enkele staafdiagrammen ziet.

Eerdaags krijgen zes sportclubs een inlogcode waarmee zij hun eigen energieverbruik kunnen volgen. Volgens Gies is er nu al sprake van een competitie-element tussen de sportverenigingen om hun verbruik en daarmee ook hun directe kosten naar beneden te krijgen. De gemeente heeft geïnvesteerd in maar liefst 525 slimme energiemeters die dergelijke monitoring mogelijk maken.

‘Nog niet zo lang geleden moest een gemeenteambtenaar met een emmer sleutels alle meterstanden van sportkantines, lichtmasten, kleedkamers en zwembaden opnemen, nu kunnen sportclubs met één druk op de knop inzicht krijgen in hun energiegedrag van uur tot uur en van dag tot dag.’

Gies hoopt dat de zes clubs een eigen energiecoördinator aanstellen. Na de proef, maar nog voor de zomer, krijgen alle veertig sportclubs in Eindhoven die een eigen accommodatie hebben per internet toegang tot hun energieverbruik. De geestdrift en ambities voor de energie­besparing spat ervan af.

Een laatste snufje in het Pieter van den Hoogenband Zwemstadion betreft de filters die verontreinigingen uit het zwembadwater halen. Bax: ‘Die filters slibben langzaam dicht. We spoelen ze schoon door de stroomrichting om te draaien. Dat spoelwater hergebruiken we om de circa honderd toiletten hier door te spoelen. Doordat er chloor inzit, scheelt het ook weer wc-blokjes.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.