of 59318 LinkedIn

‘Poep en plas is het nieuwe goud’

‘Straks staan hier vergistingsinstallaties en struvietreactoren, waarmee we energierijk biogas produceren en daarna waardevol kunstmest terugwinnen uit het rioolslib’, wijst dijkgraaf Tanja Klip-Martin op het immense terrein in het uiterste noordwesten van Amersfoort. De installatie gaat jaarlijks 900 ton struvietkunstmest produceren en maakt zo veel energie dat in de eigen energiebehoefte wordt voorzien. ‘Dan houden we nog over om huishoudens energie te leveren’, zegt Klip.

De nieuwe waterzuiveringsinstallatie kan zichzelf bedruipen. Uit de afvalstoffen wordt kunstmest geleverd aan de landbouw. Dijkgraaf Tanja Klip-Martin introduceert ‘het ‘groenblauwe verdienmodel’. ‘Burgers zullen minder snel stijgende nota’s krijgen.’

Waterschap Vallei en Veluwe gaat de grote rioolwaterzuiveringsinstallatie in Amersfoort dit jaar ombouwen tot een gecombineerde energie- en grondstoffenfabriek. In deze grootschalige installatie, waar het afvalwater van 300.000 mensen wordt schoongemaakt, worden vanaf 2015 zowel energie als grondstoffen teruggewonnen. Nu nog draaien de grote beluchtingsinstallaties hun rondjes met behulp van veel fossiele energie. Jaarlijks worden er tonnen slib vol fosfaat afgevoerd.

‘Straks staan hier vergistingsinstallaties en struvietreactoren, waarmee we energierijk biogas produceren en daarna waardevol kunstmest terugwinnen uit het rioolslib’, wijst dijkgraaf Tanja Klip-Martin op het immense terrein in het uiterste noordwesten van Amersfoort. De installatie gaat jaarlijks 900 ton struvietkunstmest produceren en maakt zo veel energie dat in de eigen energiebehoefte wordt voorzien. ‘Dan houden we nog over om huishoudens energie te leveren’, zegt Klip.

Tegelijkertijd gebeurt op de installatie in Apeldoorn hetzelfde. Daar produceert het waterschap nu al energie voor 1.300 huishoudens en levert het bovendien warm tap­water voor 1.000 huishoudens in de wijk Zuidbroek die naast de waterzuiveringsinstallatie ligt. ‘De energiebron daar is niet alleen het rioolslib, maar ook kippenbloed van een slachterij en cola, appelmoes en ander over-de-datum-spul van supermarkten’, aldus Klip. Er komt in Apeldoorn volgend jaar ook een nieuwe kunstmest­fabriek die net als in Amersfoort 900 ton struviet per jaar gaat leveren.

‘Energiefabriek’ is een concept dat in 2008 werd bedacht door Waterschap Aa en Maas. Door zoveel mogelijk slib te vergisten tot biogas zou de rioolwaterzuiveringsinstallatie in zijn eigen behoefte moeten voorzien en zo zelfs een netto energieleverancier kunnen worden (zie kader pagina 25). Het voormalige waterschap Veluwe was de eerste die de energiefabriek in Apeldoorn realiseerde.

Fos-vaatje
In 2010 kwam daar de grondstoffenfabriek bij, waarbij vooral de fosfaatterugwinning tot de verbeelding sprak. In het oppervlaktewater is fosfaat ongewenste meststof, onder meer door het ongebreidelde gebruik op weilanden en akkers. Waarom niet fosfaat uit het afvalwater vissen en als meststof benutten voor de landbouw, dachten de afvalwatertechnologen. Ook gemeentelijke sportvelden kunnen profiteren van de tweedehands kunstmest en op die manier de lokale kringloop van stoffen beter sluiten. Waternet realiseerde recent een grote struvietfabriek, beeldend ‘Fos-vaatje’ gedoopt.

Fosfaat is bovendien een steeds schaarser wordende meststof waarover deskundigen het eens zijn dat het mineraal eerder is uitgeput dan olie of gas. Een mens plast dagelijks ruim een liter urine, waarin ongeveer tweeënhalve gram fosfaat. Het komt erop neer dat iedere Nederlander middels zijn dagelijkse plasjes jaarlijks dus ongeveer één kilogram pure struviet produceert. Kunstmestfabrikanten als ICL Fertilisers in het Amsterdamse havengebied willen het spul graag hebben.

‘Omzetpunt Amersfoort’ gaat de gecombineerde energie- en kunstmestfabriek heten. Geen lekker bekkend begrip, maar Tanja Klip zegt dat er vies en vuil water wordt omgezet in energie en grondstoffen. Amersfoort en Apeldoorn staan niet op zichzelf. Alle waterschappen in Nederland zijn bezig met een flinke transformatie. Niet langer rioolwater met behulp van veel energie en chemicaliën ontdoen van organische vervuiling en vermestende mineralen van huishoudens en bedrijven om het daarna te lozen op het oppervlaktewater. Nee, eruit halen wat er in zit. ‘Plas en poep is het nieuwe goud’, zegt Klip enthousiast.

Het is niet alleen om het nobele doel van het milieu te dienen. De waterschappen zijn ook voortvarend aan de slag om de efficiëntie van hun processen te verhogen. Ze investeren miljoenen in snel terugverdiende maatregelen. Of zoals Klip het verwoordt: ‘We gaan als openbare bestuurders bijdragen om het blauwe vermogen van Nederland beter te beheren en door innovaties een nog kansrijkere sector te creëren. Dat gaat over de hele waterketen, van de wc-pot tot en met de kraan, en van de boezem van de vaart tot en met de rivierdijk.’

Eerder al beproefde Vallei en Veluwe met succes een ander type bacterie die geen vlokkig en volumineus slib vormt maar korrels die snel bezinken. Deze zogeheten Nereda-techniek scheelt ruimte, opslag en ontwatering en levert in het slib grondstoffen op waarmee onder meer foams en coatings kunnen worden gemaakt. ‘We bestuderen ook methoden om bioplastic uit rioolwater te winnen.’

Snel ingevoerd
Tanja Klip is nu een jaar dijkgraaf van Vallei en Veluwe. Ze is snel ingevoerd in waterschapszaken, maar de thema’s waren de voormalige gedeputeerde van de provincie Drenthe al niet onbekend. Namens de VVD had ze gedurende acht jaar onder meer milieu, energie en duurzaamheid in haar portefeuille. Ze maakte zich sterk voor de ruimtelijke ordening van de ondergrond – Drenthe was de eerste provincie met een structuurvisie voor de ondergrond. ‘Ik vind dat nieuwe ontwikkelingen als schaliegas en warmtekoude-opslag alleen kunnen worden toegepast als er draagvlak voor is bij de bevolking.’ Een actuele notie gezien de onvrede in het Noorden over de gang van zaken bij de aardbevingen als gevolg van de aardgaswinning. Klip coördineerde recent verschillende onderzoeken in opdracht van partijgenoot minister Henk Kamp van Economische Zaken.

Op termijn wil Vallei en Veluwe al haar zestien installaties energie­neutraal hebben. ‘Dat betekent niet dat ze allemaal een slibvergister of struvietinstallatie krijgen. De kleintjes kunnen hun slib beter naar de grotere brengen.’ Want, benadrukt ze, de miljoeneninvesteringen moeten zich wel terugverdienen en het geld moet terugvloeien naar de burger. Tot lagere heffingen leidt dat niet, ‘gezien alle opgaven in de riool- en afvalwaterbehandeling’. Ook de vereiste veiligheid, zuivering en de klimaatverandering brengen kosten met zich mee. Klip: ‘Burgers zullen wel minder snel stijgende nota’s ontvangen.’

De noodzakelijke investeringen heeft Tanja Klip paraat. ‘Amersfoort kost 11 miljoen euro, waarvan 5 miljoen aan vervangingsinvesteringen. De resterende 6 miljoen verdienen we in zeven jaar terug, mede dankzij een subsidie van de Europese Unie. De struvietinstallatie in Apeldoorn vergt 7 miljoen die we ook in zeven jaar terugverdienen.’

Dat terugverdienen zit in besparingen op de inkoop van energie en chemicaliën. ‘We gaan in Apeldoorn een deel van het biogas niet langer verbranden om er elektriciteit van te maken, maar zetten het om in vloeibaar biogas (lbg), dat kan dienen als transportbrandstof. We kunnen het als vloeistof ook gemakkelijker verkopen. En in Apeldoorn zetten we ook de warmte af. Hier in Amersfoort lijkt dat moeilijker, want je kunt warmte niet over grote afstand transporteren. Misschien kunnen we op het industrieterrein een bedrijf vinden dat er wat mee kan.’

Meststof
Het waterschap bespaart ook op het kostbare transport van volumineus slib. ‘En we verdienen aan de verkoop van struviet.’ Pas sinds begin dit jaar mag dat struviet overigens als een meststof over het land worden uitgereden. Tot die tijd zag de wetgever het als een afvalstof die volgens de Wet milieubeheer moest worden verwerkt. Voor andere wetstechnische beperkingen van nieuwe ontwikkelingen in de rioolwaterzuivering hoopt Klip op green deals met de wetgever.
‘Bijvoorbeeld voor het hergebruiken van teruggewonnen van wc-papier uit afvalwater, dat momenteel op verschillende plaatsen wordt beproefd.’

Tanja Klip vindt het beleidsterrein water ‘the place to be’. ‘Van de terugwinning van fosfaat tot en met slimmere dijken – de sector is ontzettend in beweging. Het SER-akkoord zegt dat waterschappen in 2020 voor 40 procent in de eigen energie moeten voorzien, wij zitten in 2015 al op 80 procent’, zegt Klip gedreven. Ze verwierf als gedeputeerde al de geuzennaam ‘de groene liberaal’, Klip heeft er geen bezwaar tegen als die naam ‘de groenblauwe liberaal’ wordt. ‘Er is een groeiende groep binnen de VVD die kansen ziet voor het groenblauwe verdienmodel. Langzaam maar zeker zal dat in de Tweede Kamerfractie binnendringen, Kijk, de milieumaatregelen moeten natuurlijk wel wat opleveren. Want anders hou je het niet vol.’


Waterschappen werken samen bij innovatieve fabrieken
Bij het waterschap Aa en Maas werd de term ‘energiefabriek’ in 2008 bedacht. Een energieneutrale of zelfs energieleverende waterzuivering op basis van de energie-inhoud van het afvalwater. Niet lang daarna kwam de grondstoffenfabriek daarbij. Hergebruik van waardevolle stoffen als fosfaat, nitraat, cellulose (uit wc-­papier) of alginaat, dat de basis kan worden voor bioplastics, foams of coatings. De ambities zijn groot, zo blijkt uit de Routekaart 2030, die de waterschappen hebben opgesteld.

Nieuw is ook dat nu alle 23 waterschappen meedoen aan de gecombineerde energiefabriek en grondstoffenfabriek. ‘Dat voorkomt dat we allemaal het wiel gaan uitvinden en achter elkaar aan gaan hollen’, licht directeur Renze van Houten van Aa en Maas toe. Waterschap Hunze en Aa’s experimenteert met de productie van elektriciteit uit urine (gele stroom), waterschap Amstel Gooi en Vecht/Waternet was snel met een grootschalige struvietreactor (1.000 ton per jaar) omdat het daardoor flink kon besparen op onderhoudskosten en storingen. ‘Voor andere waterschappen die in een andere periode van afschrijving of vervanging van (delen) van installatie zitten, ligt het moment van verduurzaming weer anders’, aldus Van Houten.

Soms gaat het ene initiatief ten koste van het ander. ‘Als je grondstoffen als cellulose wilt terugwinnen om er bijvoorbeeld weer wc-papier van te maken of poly­meren uit het afvalwater haalt voor bioplastic, gaat dat ten koste van de energie die je anders via vergisting van het slib kunt produceren’, legt Van Houten uit. Grondstoffen hebben meer waarde dan energie en dus voorrang, denkt Van Houten. ‘We gaan daar nog meer onderzoek naar doen, en de situatie kan van installatie tot installatie verschillen. Het hangt er immers ook van af of je afnemers van het hergebruikte materiaal kunt vinden.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Gerelateerde artikelen

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.