of 60831 LinkedIn

Plaaggeesten rukken op

De excessivee overlast van de eikenprocessierups dit jaar is de voorbode van toenemende hinder door nieuwe en oude plaaggeesten. Gemeenten moeten jaarrond inzicht krijgen in de verspreiding van de beestjes en er actiever mee bezig gaan. Een dilemma lijkt dat de vergroening en vernatting van de stad ook de plaagdieren behaagt, zo waarschuwt ecoloog Arnold van Vliet van Wageningen University & Research.

De excessivee overlast van de eikenprocessierups dit jaar is de voorbode van toenemende hinder door nieuwe en oude plaaggeesten. Gemeenten moeten jaarrond inzicht krijgen in de verspreiding van de beestjes en er actiever mee bezig gaan. Een dilemma lijkt dat de vergroening en vernatting van de stad ook de plaagdieren behaagt, zo waarschuwt ecoloog Arnold van Vliet van Wageningen University & Research.

Gemeenten moeten aan de bak

Deze zomer drong het tot veel gemeenten door dat de eikenprocessierups ondanks intensieve bestrijding met bacteriepreparaten en wormpjes toch in april en mei tot massale uitbraken van de sterk irriterende brandhaartjes leidde. Uit een enquête van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) blijkt dat in driekwart van de Nederlandse gemeenten minstens een kwart van de bomen is aangetast door de rupsen die in hun karakteristieke colonne over de boombast bewegen. De explosieve overlast in vrijwel alle gemeenten kwam dit jaar onder meer door het fenomeen van de grondnesten. ‘Daar kan de rups soms mogelijk meerdere jaren in een popstadium verblijven. Op een gegeven moment gaat de pauzestand uit en komt het tot een grootschalige uitbraak’, zegt ecoloog Arnold van Vliet van de Wageningse universiteit.

Over de precieze oorzaak van de lange pauze tasten wetenschappers in het duister. Mogelijk zochten de rupsen na de hitte en droogte van 2018 verkoeling in de bodem. Voor veel mensen was het bestaan van grondnesten nieuw. ‘Toch communiceren we er al sinds 2010 over’, zegt Van Vliet, die de drukbezochte site ‘Nature Today’ bestiert.

Op de deur blijven kloppen, de boodschap herhalen, Van Vliet weet er alles van. Neem de teek. Je zou na jarenlange bewustwording over het gevaar van de teek zeggen dat de boodschap van de ziekte van Lyme is geland. Niet dus. Elk jaar komen er veel gevallen van de ziekte van Lyme bij, liefst 27.000 waren het er in 2017 volgens cijfers van RIVM. En mensen denken dat ze uit de bomen komen vallen. Niet dus. ‘Ze zitten vooral in de strooisellaag. En check jij je lijf na een wandeling of fietstocht door de bossen? Nee hè?’

Deze zomer kwam ook de reuzenteek in het nieuws. In Drenthe vond een vrouw het drie tot vijf keer grotere insect dan de bekende teek in de haren van haar paard. ‘Het dier dat meelift met trekvogels kan een virus overdragen dat vlektyfus veroorzaakt’, zegt Van Vliet. ‘Erger nog is dat het ook het Krim-Congovirus kan dragen, dat ebola- achtige aandoeningen kan veroorzaken en zelfs tot de dood kan leiden.’ Behalve de eikenprocessierups en de teek gaan volgens de Wageningse deskundige ook muggen steeds meer voor problemen zorgen.

Van Vliet nam jaren geleden het initiatief voor www.muggenradar.nl. Dat begint al met de gewone huissteekmug. Dat zoemende beestje dat menigeen in een klamme zomernacht uit de slaap houdt, kan in haar voorplantingsdrift en dorst naar eiwitten uit menselijk bloed, met de steek ook het westnijlvirus overdragen. Het virus komt nu nog niet voor in Nederland.

Geen bangmakerij
En dan is er nog de tijgermug, die her en der in Nederland wordt gesignaleerd, nadat larven van het insect met planten als Lucky Bamboo maar ook in plasjes water in autobanden zijn meegekomen. ‘Het is geen bangmakerij dat de tijgermug zich in Nederland gaat vestigen. De tijgermug schuift honderd kilometer per jaar op naar het noorden. Niet alleen kan ook deze mug gevaarlijke ziekten als knokkelkoorts overbrengen. Anders dan de gewone mug is de tijgermug een zogeheten ‘dag-actieve steker’, agressief bovendien. Er zijn experimenten bekend waarbij een proefpersoon tachtig keer in een kwartier werd gestoken. Nou, dan zit je niet meer lekker in je tuin.’

Muggen hebben water nodig om hun eieren in af te zetten en dat is, ondanks de droogte, ruimschoots voor handen, zoals straatkolken, vijvertjes en wadi’s. Maar ook op bedrijfsterreinen en in de landbouw, zoals in gierkelders en bij druppelirrigatie. Daarnaast wemelt het bij mensen thuis van de broedplaatsen in de vorm van regentonnen, vijvers, bloemenvazen en gieters. Saillant in dit verband is dat veel gemeenten werken aan vernatting en vergroening van de stad.

Dat helpt juist om extremen zoals hittestress en wateroverlast als gevolg van de klimaatverandering het hoofd te bieden. ‘Groene daken, wadi’s, waterpleinen en bosschages zijn echter bij uitstek ook plekken waar muggen zich lekker voelen’, zegt Van Vliet. ‘De overheid moet zich er rekenschap van geven dat deze klimaatadaptieve maatregelen gevolgen kunnen hebben voor het draagvlak bij de bewoners. Lig je daar lekker te slapen onder je groene dak, word je lek gestoken door muggen.’

Broedplaatsen
De overheid zal iets moeten doen bij de toename van dit uiteenlopende scala van plaaggeesten. Gemeenten moeten vooral systematisch broedplaatsen van de plaagdieren in kaart brengen en monitoren, het hele jaar door. ‘Daarbij moeten ze zich een situatie voorstellen die gerust nog 10 procent erger is dan nu’, zegt Van Vliet. ‘Zet vallen uit met feromonen, geslachtshormonen die vlinders van de eikenprocessierups lokken. Dat geeft een indruk waar de dieren overwinteren en dus een indicatie waar je volgend jaar problemen kunt verwachten. Als je die data combineert met gebieden waar veel mensen wonen, dan kun je als gemeente een risicoanalyse maken.’

Toegegeven, deze aanpak van het in kaart brengen van broedplaatsen kost menskracht en geld, maar de bestrijding achteraf is eveneens een kostbare zaak, betoogt de ecoloog. ‘Doet een gemeente met een gespecialiseerde aannemer alles wat mogelijk is, zoals de beproefde aanpak met wormpjes en het biologische bacteriemiddel, maar vergeten ze naar grondnesten te kijken, dan slaan de rupsen evengoed toe en is de overheid ook nog eens geld kwijt om de rupsen weg te zuigen en de grondnesten te lokaliseren’, aldus Van Vliet.

Voor de inrichting van de stad is het zaak om waterreservoirs voor bijvoorbeeld groene daken zo veel mogelijk af te dekken. De overheid kan daarbij te rade gaan bij de expertise in mediterrane landen. ‘In Italië vormen de straatkolken een enorme broedplaats voor de tijgermug. Daar wordt de rups bestreden door een bacteriemengsel in de kolken te brengen.’

Maatregelen tegen de eikenprocessierups kunnen bestaan uit een meer diverse aanplant van bomen dan louter eiken in het openbaar groen. Meer biodiverse bermen helpen ook, aldus Van Vliet. ‘De rups heeft veel natuurlijke vijanden zoals gaasvlieg en sluipvlieg, vleermuis, koolmees, specht en spreeuw. Het is sowieso aan te bevelen het vaak uitgeholde ecologische bermbeheer in ere te herstellen.’

Bloemrijker
Dat zo’n aanpak kan werken, blijkt uit een recente proef in de gemeente Westerveld (Drenthe). Na twee jaar blijkt dat het stimuleren van sluipwespen, sluipvliegen en gaasvliegen ervoor zorgt dat 80 procent minder nesten ontstaan dan op een controle-locatie. Ook werd 90 procent van de nog aanwezige nesten aangevreten door de natuurlijke vijanden – op de controlelocatie slechts 3 procent.

De belangrijkste maatregel was de bermen bloemrijker te maken en nestkasten voor vogels op te hangen. Mussen en mezen droegen hun steentje bij. Spreeuwen en een koekoekskoppel stortten zich op de rupsen. Spechten aten poppen. Vleermuizen en wielewalen zijn gesignaleerd, aldus een onderzoek van Hellingman Onderzoek en Advies. Ook particuliere grondeigenaren, zoals natuurbeheerders en eigenaren van bedrijventerreinen, moeten op de hoogte zijn van de gevaren, vindt Van Vliet. Dat geldt natuurlijk ook voor burgers. ‘Dek regentonnen af, en kijk uit met gieters en sproeiers.’

Voorlopig lijkt het belangrijkste om de bestaande kennis zo veel mogelijk te delen. Daarvoor zijn onder meer kennisplatforms zoals voor de eikenprocessierups in het leven geroepen. Op de site staan nu 100 veel voorkomende vragen en antwoorden. Op 25 september is dit platform in opdracht van het ministerie van Landbouw en Natuur in Ede bij elkaar gekomen en is onder meer de problematiek van de grondnesten en de ‘pauzestand’ van de rups besproken. Doel is om de Leidraad Beheersing Eikenprocessierups aan te passen aan de nieuwste inzichten (zie ook www.processierups.nu).

Uitdaging
Bij de VNG beaamt woordvoerder Elly Klut dat gemeenten goede adviezen moeten geven aan inwoners. ‘We laten ons daarbij adviseren door experts. Keerzijden van nieuwe klimaatinzichten als de vergroening en vernatting van de stad zijn een uitdaging voor de experts’, aldus de VNG, die op haar website een apart lemma heeft voor de eikenprocessierups. Bij Stichting Rioned, de kennisorganisatie van de rioleringsbranche, waardeert directeur Hugo Gastkemper dat het nieuwe issue wordt geagendeerd.

‘Het speelt nog niet, maar het is ook om er alvast over na te denken.’ Dat er water in de straatkolken is, is logisch en noodzakelijk, vindt Gastkemper. ‘Anders wordt het een stinkende boel op straat. We hebben al wel gekeken naar informatie over muggen en riolen in Franse steden als Lyon, maar daar konden we niet veel vinden. Als er in Rome nuttige informatie is over hoe om te gaan met de tijgermug, dan gaan we daar zeker op af.’ Rioned heeft wel gehoord over eenvoudige oplossingen als goudvissen in je regenton stoppen. ‘Ze schijnen alle muggenlarven op te eten, en ook gemakkelijk de winter door te komen. Wellicht bestaan er meer van dergelijke alternatieven.’

Bij de Unie van Waterschappen is het onderwerp van de nieuwe en oude plaaggeesten nog niet besproken, meldt woordvoerder Jane Alblas. ‘Het is een biologisch onderwerp en ook een volksgezondheidsprobleem en dat valt niet binnen onze bevoegdheden.’


Plaagplant
De Japanse duizendknoop is een mooie bamboe-achtige plant met fraaie crème- witte of wit-roze bloemetjes. Maar ondergronds woekert de tot drie meter hoge struik met zijn wortels door funderingen, rioolbuizen, kademuren en bestratingen heen en bezorgt onder meer de gemeente Amsterdam veel schade.

De plant is door natuurorganisatie IUCN betiteld als een van de ergste invasieve soorten ter wereld. De gemeente houdt een kaart bij met minstens driehonderd plekken waar de struik groeit. Inwoners worden opgeroepen nieuwe plekken te melden en een foto mee te sturen. Mensen moeten de planten met wortel en tak uitgraven en bij het restafval zetten. 

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.