of 59318 LinkedIn

Nieuwe dijken: soft en flex

‘Steeds zwaardere dijken zijn wat mij betreft passé’, zegt Marjolein van Wijngaarden. ‘We hebben er geen geld meer voor, er is een steeds groter gebrek aan ruimte en we stuiten op weerstand van omwonenden die hun uitzicht gehinderd zien

Geen dure en opzichtige dijkverzwaring meer. Natuurlijke vooroevers keren het water groener en mooier. Een besef dat inmiddels ook doordringt tot steeds meer water­beheerders en politici, constateert Marjolein van Wijngaarden, directeur van Ecoshape.

‘Steeds zwaardere dijken zijn wat mij betreft passé’, zegt Marjolein van Wijngaarden. ‘We hebben er geen geld meer voor, er is een steeds groter gebrek aan ruimte en we stuiten op weerstand van omwonenden die hun uitzicht gehinderd zien. Na vijf jaar onderzoek en proeven gaan steeds meer handen op elkaar om de natuur en natuurlijke processen te betrekken bij de bescherming tegen overstroming.’

Sinds een paar maanden is Van Wijngaarden directeur van de stichting Ecoshape, een groot consortium waarin een twintigtal wetenschappelijke instituten en universiteiten samenwerkt met bedrijven als baggeraars en adviesbureaus. Zelf werkt ze ook voor Arcadis, een van de partners van Ecoshape.

Van Wijngaarden stond in 2007 al aan de wieg van Ecoshape. Samen met Huib de Vriend, de éminence grise van ‘Bouwen met Natuur’, zoals het toepassen van natuurlijke processen wordt genoemd. ‘We begeleiden bijvoorbeeld proeven met vooroevers. Deze stroken land die voor een dijk liggen, vormen een natuurlijke overgang tussen water en dijk en hebben een aantoonbaar golfremmend effect. Vaak kunnen hierdoor de traditionele eisen aan de sterkte van de dijk worden aangepast. Hij hoeft minder hoog en minder zwaar te zijn.’

Dankzij vooroevers ontstaan bovendien minder harde overgangen
tussen land en water. Dat is beter voor de natuur. Er ontstaan immers paaiplaatsen voor vissen, fourageerplekken voor watervogels en rustplaatsen voor trekvogels. Van Wijngaarden: ‘En, niet te vergeten, omwonenden vinden het mooi. Zo’n vooroever heeft eigenlijk een omgekeerd not-in-my-backyard-effect.’

Haiyan
Ze zal nooit zeggen dat de tyfoon Haiyan in de Filippijnen minder desastreuze effecten had gehad met vooroevers. ‘Tegen dit soort natuurgeweld is geen constructie opgewassen. Zachte oplossingen als man­grove-bossen die regelmatig overstromen, bieden wel soelaas in de doorgaans arme delta’s in Zuidoost-Azië’, denkt ze. ‘Allereerst kun je nooit een dam voor de hele kust leggen. En als het technisch al mogelijk zou zijn, hebben ze er het geld niet voor. Daar is bouwen met natuur dus direct haalbaar.’

Dat betekent niet dat de natuur alle klappen kan opvangen. ‘Bouwen met natuur komt zeker in een superveilig en rijk land als Nederland niet in plaats van dijken. Natuurlijke processen kunnen wel net even die extra demping van golfslag geven, meer weerstand bieden aan piping [het ondermijnen van de dijk doordat kwelstromen onder de dijk zand meenemen/red] en meer stabiliteit van het dijklichaam bewerkstelligen. Bovendien ziet het er groener en mooier uit.’

Een bekend voorbeeld zijn oesterriffen. Op een onderlaag van oude oesterschelpen nestelen zich kleine levende oestertjes, die uitgroeien tot een levende oesterbank. Doordat er zand neerslaat in de luwte tussen het rif en de kust, helpt het oesterrif getijdenplaten in stand houden en kustafslag tegengaan.

Daar komt bij dat bouwen met natuur niet zelden ook andere doelen dient dan louter kust- en oever­verdediging. Het oesterrif vormt een leefomgeving voor andere diersoorten en het kan een lokale bron worden voor oestervisserij. De ondiepte in de zee tussen rif en kust kan toerisme bevorderen. Het idee trok de aandacht in Azië. ‘Het leuke is dat het oesterrif in Nederland door Ecoshape-partners is getest en onmiddellijk daarna door adviesbureau RoyalHaskoning-DHV samen met Wageningen Universiteit en Researchcentrum (IMARES) in Bangladesh op kleine schaal is uitgeprobeerd.’

Paradepaardje
Na vijf jaar onderzoek is er veel kennis opgedaan, zegt Van Wijngaarden. ‘We weten meer van het gedrag van wilgen in griendbossen langs rivieren en hoe ze door wind en stroming aangejaagde golven opvangen. Dankzij het paradepaardje van bouwen met natuur, de Zandmotor bij Monster die we samen met de provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat ontwikkelden, weten we beter hoe het zand van deze enorme eenmalige zandsuppletie zich langs de kust verspreidt. Zo wordt de kust tientallen jaren onderhouden zonder telkens weer in te hoeven grijpen en ecosystemen te verstoren.’

Vanzelfsprekend resteren er nog veel vragen. Een minstens zo tot de verbeelding sprekend plan is de Markerwadden, een reeks van platen en moerassen in het noordoostelijk deel van het Markermeer. Het plan moet natuur creëren, de troebelheid van het water verminderen en de visstand verbeteren waardoor trekvogels beter kunnen fourageren.

Spectaculair is dat een deel van de platen, slikken en moerassen wordt gebouwd met slib uit het Markermeer, onder meer uit baggerwerk in vaargeulen en uit nieuw te graven geulen.

Tegelijkertijd is er nog maar weinig bekend over dit ‘bouwen met modder’. Het is onzeker of die papperige bodem wel voldoende inklinkt en de beoogde moerasvegetatie zal ontstaan. Met een subsidie van vier miljoen euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wordt er meer fundamenteel onderzoek verricht naar bouwen met natuur, zoals het gebruik van slib als bouwmateriaal van kunstmatige eilanden.

Tegelijkertijd gaat het Markerwaddenproject in 2015 al gewoon beginnen om met slib te bouwen. ‘We gaan al doende leren. Want ondanks alle onderzoek zal bouwen met de natuur zich vooral in de praktijk moeten bewijzen’, betoogt Van Wijngaarden. Eerst een klein wilgendijkje, oesterrifje of oermoerasje, en dan in het groot. ‘Onzekerheden blijven er altijd bestaan.’

Goedkoper
Een niet onbelangrijk argument is dat de nieuwe zachte oplossingen minder duur lijken dan de oude harde civieltechnische structuren. ‘Om dit potentiële voordeel optimaal te benutten, moet bouwen met natuur vanaf de eerste fasen van besluitvorming meelopen als een volwaardig alternatief, bijvoorbeeld voor onderhoud en renovatie van dijken en water­keringen. Ook toegevoegde waarden als natuur, recreatie of betere mogelijkheden voor visserij, moeten in beschouwing worden genomen’, stelt Van Wijngaarden.

‘In Nederland zien we de eerste geslaagde voorbeelden al in de projecten ontstaan. Denk aan de groene golfremmende dijk langs de ontwikkeling van de Noordwaard, waar de rivier meer ruimte krijgt, of de zachte oplossing die recent is gekozen voor de Hondsbossche- en Pettemer Zeewering. Daar wordt een duin voor de zeewering gebouwd. Toch blijkt het elke keer moeilijk om bestuurders te overtuigen van de meerwaarde van zachte oplossingen.’

Bouwen met natuur vergt dan ook een staaltje van modern polderen:  netwerken en coalities smeden met waterbeheerders, natuurorganisaties, recreatie-organisaties en andere belangengroepen. Het gaat ook om wet- en regelgeving en bestuurskundige zaken.
‘Waterschappen en Rijkswaterstaat moeten als beheerders voor dit soort bestuurlijke samenwerkingsaspecten buiten de traditionele kaders stappen. Dat betekent dat de innovatieve oplossingen in de projecten een plaats krijgen en daar ook mede door worden gefinancierd. Ze kunnen zo worden ontworpen dat het projectbelang en de veiligheid niet in gevaar komt en er ervaring en leerprocessen mee wordt opgedaan voor de toekomst’.

Ook over de kosten moeten we anders gaan denken, vindt ze. ‘Beheer en onderhoud van groene oplossingen moeten over de gehele levensduur worden bekeken. Dan kan er uitkomen dat vijftig jaar maaien en bijplanten van wilgen voor een dijk goedkoper is dan ophogen.’

Handleiding
Het is het klassieke kortetermijn­denken versus handelen met het oog op een langere duur, zegt Van Wijngaarden. ‘Zijn waterbeheerders bereid om misschien iets meer te investeren, omdat het op de lange termijn simpelweg loont en dus per saldo per jaar goedkoper is?’ Om dit soort exercities meer bekendheid te geven, heeft Ecoshape een Handleiding Bouwen met Natuur opgesteld.

Na enige jaren incubatietijd komt de omslag in denken bij waterbeheerders maar ook in de politiek op gang, constateert Van Wijngaarden tevreden. ‘Ook bij de Prins Hendrikdijk op Texel is gekozen voor een zachte versterking met zand, in plaats van een hogere dijk. Rijkswaterstaat, provincie, waterschap en kustgemeenten werken in deze projecten prima samen.’

Heeft bouwen met natuur dezelfde potentie als de uit nood geboren Deltawerken die Nederland wereldfaam en exportproducten bezorgden? Gaan we straks onze kinderen en buitenlandse vrienden trots rondleiden op de Zandmotor, met een rondvaartboot op de Markerwadden of op een wandelpad in een golfremmend griendbos?

‘Jazeker’, zegt Van Wijngaarden. ‘Bij de Zandmotor gebeurt dat zelfs al. Ik denk wel dat je hier iets meer moet uitleggen dan bij het werkeiland Neeltje Jans. Maar we hebben nog tijd om daarover te communiceren en informatie te verschaffen.’


CV Marjolein van Wijngaarden
1990–1995 Wageningen Universiteit, Milieuhygiëne (integraal waterbeheer)
1995–2005 onderzoeker en beleidsmedewerker op het ministerie van Verkeer en Waterstaat
2005–2012 partner bij Adviesbureau Twynstra Gudde
vanaf 2008 zakelijk, respectievelijk algemeen directeur Stichting Ecoshape
vanaf 2012 directeur clientdevelopment Water Europa ingenieursbureau Arcadis

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.

Reactie op dit bericht

Door Piet van Noort (@pietjepier) (kustcriticus ) op
Daar zijn ze weer, zandmotor en zandhandel krijgen weer een veer in hun reet (sorry) ! De zandmotor van Delfland wordt al verkocht terwijl er geen garantie certificaat voor natuur en milieu door TU Delft is afgegeven. Het zand voor de Hondsbossche en Pettemer Zeewering, waar binnen drie jaar al 850.000 kuub aan is bijgespijkerd, is een natuurramp die doorspeelt tot op het Wad. Sinds 2014 vang ik geen garnalen meer langs het strand en dat is maar één schakel in onze voedselketen. Nu de derde zandmotor Prins Hendrik waarvan de zandaanhangers roepen dat er 20 ha nieuwe natuur wordt gecreëerd ! Dit is pure diefstal van een reeds beschermd stuk Wereld Erfgoed nl. onze Waddenzee. Maar waarom kunnen we geen nieuwe kust opspuiten, gaan we de Randstad verhuizen om de zeespiegelstijging te ontlopen? Het parade paardje Bouwen met de Natuur krijgt iets te veel doping uit bestuurlijke kringen die er blijkbaar belang bij ondervinden. Ook de Markerwadden is een truc van zandhandelaars om profijt te halen uit een stromingsprobleem, wan dat is al jaren de oorzaak van de natuurverstikking daar. Al dat geld kan veel beter voor primaire kustverdediging ingezet worden want de zeespiegel stijgt door. Onze Deltawerken, zeesluizen en harde keringen kunnen echt niet mee groeien met dit natuurprobleem voor ons land. Die nieuwe kust moet deze maand nog aanbesteed worden volgens ir. Beuhmer, collega van ir. Spaargaren en beide werkzaam aan de Oosterscheldekering ! 1953 werd gekleurd omdat er oplossingen in bureaulade van bestuurders lagen, dat is nu ook weer het geval. De oplossing ligt al jaren in de la van boekhouder Wim Kuijken !