of 62812 LinkedIn

Maak werk van klimaatbeleid

Maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie zadelen gemeenten op met extra kosten. De baten ervan laten zich vaak moeilijk kwantificeren. Dat leidt binnen gemeenten snel tot afschaling of uitstel van klimaatmaatregelen. Volgens Arnold Wielinga en Mathijs van Vliet, ambassadeurs klimaatadaptatie voor branchevereniging Koninklijke NLingenieurs, kunnen gemeenten de coronacrisis aanwenden voor een oplossing.
© Shutterstock
Reageer

Maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie zadelen gemeenten op met extra kosten. De baten ervan laten zich vaak moeilijk kwantificeren. Dat leidt binnen gemeenten snel tot afschaling of uitstel van klimaatmaatregelen. Volgens Arnold Wielinga en Mathijs van Vliet, ambassadeurs klimaatadaptatie voor branchevereniging Koninklijke NLingenieurs, kunnen gemeenten de coronacrisis aanwenden voor een oplossing.

Essay door Arnold Wielinga en Mathijs van Vliet*

In het ‘Deltaplan ruimtelijke adaptatie’ brengen stresstesten in beeld waar het in een gemeente te nat, te droog en te heet kan worden. Vervolgens komt de vraag op hoe erg dat is. Een overstroming in een park is een minder nijpend probleem dan het onderlopen van een spoortunnel, waar de brandweer of een ambulance te allen tijde doorheen moet kunnen. Om het probleem scherper in beeld te krijgen, starten gemeenten dan een risicodialoog met alle relevante betrokkenen.

Zo kan het bewustzijn over de kwetsbaarheid van het gebied of de stad worden vergroot. Met elkaar kun je nagaan welke maatregelen die kwetsbaarheid verkleinen. De risicodialoog moet resulteren in afspraken over wie wat doet en betaalt. Op basis van de stresstest en de risicodialoog kan een gemeente vervolgens een concrete uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opstellen.

Zo zou het althans in het ideale geval moeten gaan. Maar de praktijk in veel gemeenten is weerbarstig. Klimaatadaptatie blijkt een ingewikkelde opgave. Toch zijn maatregelen hard nodig willen we in de nabije toekomst niet veel vaker met natte voeten of stedelijke hitte te maken krijgen.

Kostendiscussie
In het algemeen zijn we het met elkaar eens dat het klimaat verandert. We merken het aan de extreme hoosbuien afgewisseld door kurkdroge periodes. De steeds hogere temperaturen en aanhoudende hittegolven. Maar het urgentiebesef is in veel gemeenten nog niet zo groot als het zou moeten zijn, omdat calamiteiten zich nog niet in alle delen van Nederland hebben voorgedaan. Dat maakt het lastig te bepalen welke maatregelen nodig zijn. Hoeveel risico ben je als gemeente bereid te nemen?

Dergelijke gesprekken verzanden snel in een kostendiscussie. Het is bekend wat klimaatmaatregelen kosten, maar niet precies welke schade ermee wordt voorkomen. Kortweg: zekere kosten, onzekere baten. In budgetdiscussies heeft klimaatadaptatie het daarom vaak moeilijk, zelfs als de meekoppelkansen worden meegerekend. Want als de straat tóch open moet, dan kunnen andere werkzaamheden in één moeite door en goedkoper worden uitgevoerd.

De ervaring in verschillende gemeenten leert inmiddels dat de meerkosten van een klimaatadaptieve aanpak uiteenlopen van 10 tot 30 procent. Dat komt voor een flink deel doordat wordt gekozen voor relatief dure oplossingen, zoals ondergrondse waterbuffers. Of doordat het thema klimaatadaptatie pas later in het proces wordt toegevoegd en niet vanaf het begin van de planvorming is meegenomen. Wij weten bovendien als geen ander dat er bij vernieuwende oplossingen altijd een ‘innovatiehobbel’ moet worden genomen voordat ze resultaat opleveren in termen van effectiviteit en efficiëntie.

Een benadering waarbij alleen wordt gekeken naar de vermeden schade leidt tot een eenzijdig beeld. In de kostendiscussie gaat het vaak alleen om het voorkomen van wateroverlast. Terwijl klimaatadaptatie ook talloze baten heeft. Meer groen en meer waterbuffers beperken de hittestress en vergroten de biodiversiteit in een gemeente. Ook verbeteren dergelijke voorzieningen de luchtkwaliteit en maken ze de stad aantrekkelijker om in te leven, in te werken of om als toerist te bezoeken.

Alleen: deze voordelen laten zich moeilijk in geld uitdrukken. Wat is de financiële waarde van leefbaarheid? Wat mag een beter imago een gemeente kosten? Vaak liggen de kosten en baten ook niet bij dezelfde partij. Neem als voorbeeld een centraal gelegen plein met een aaneenschakeling van cafés en restaurants. In een hete zomer is het er niet uit te houden. Vergroening van het plein, inclusief waterpartijen, kan een toestroom van bezoekers op gang brengen – ook bij hitte. Dat maakt een terrasbezoek een stuk aangenamer en zorgt ervoor dat het centrum ook buiten periodes van hitteof wateroverlast aantrekkelijker wordt.

De baten liggen voor een belangrijk deel bij de eigenaren van de cafés, restaurants en winkels. Het betekent ook winst voor de gemeente, maar die laat zich moeilijk in concrete euro’s kwantificeren. Ook voor burgers zijn de baten in de vorm van vermeden waterschade niet alleen in geld uit te drukken. Ja, dat lukt wellicht voor de kosten van een nieuwe, vervangende parketvloer. Maar dat lukt zeker niet voor de angst voor een volgende overstroming, waardoor mensen soms niet eens meer op vakantie durven te gaan.

Verder denken
Beleidsmakers en beslissers moeten dus verder leren denken dan alleen in euro’s. En zich dan ook niet blindstaren op, bijvoorbeeld, de methodiek van de maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA). De initiatiefnemers daarvan geven zelf al aan dat de methodiek beperkingen kent en dat het verstandig is om geen absolute waarde aan de MKBA-uitkomst toe te kennen.

Onberekenbare welvaartseffecten worden niet meegenomen. En effecten die lastig in geld uit te drukken zijn – zoals een toename van biodiversiteit – zijn in het MKBA-rapport ondergeschikt aan direct meetbare zaken, zoals constructiekosten. Het risico bestaat dat gemeenten op grond van een MKBA-studie kiezen voor een lager tempo van klimaatadaptatie, minder ambitieuze oplossingen en een navenant teruggeschroefde ambitie.

Gelukkig zijn er tools beschikbaar om bredere baten wél scherp in beeld te krijgen, zoals TEEB-stad. TEEB, oftewel The Economics of Ecosystems and Biodiversity, is een internationale studie, geïnitieerd door de Verenigde Naties, naar de economische betekenis van biodiversiteit en ecosysteemdiensten. Daarin worden ook zaken meegenomen als lagere zorg- en gezondheidskosten, minder arbeidsverlies, besparing energieverbruik, stijging van de waarde van woningen, meer recreatiemogelijkheden en sociale cohesie. Er werken al meerdere gemeenten mee.

En verder is het helemaal niet zo vreemd om uit te gaan van ‘onberekenbare’ kosten en baten. Gemeentebesturen leggen ook parken aan opdat mensen kunnen recreëren en de stad aantrekkelijker wordt. Een park aanleggen is duurder dan, bijvoorbeeld, een parkeerterrein in stand houden. Toch is er draagvlak voor, omdat burgers waarde toekennen aan leefbaarheid of ruimte voor recreatie en minder waarde aan platte stenen.

Op scherp
De gevolgen van de coronacrisis zetten het debat over de meerkosten van klimaatadaptatie verder op scherp. De extra kosten van de crisis worden voor de gezamenlijke gemeenten al geschat op anderhalf miljard euro. Tegelijk biedt de nasleep van corona gemeenten ook kansen. Er komt straks veel geld beschikbaar om de economie aan de praat te krijgen. In plaats van toegeven aan de reflex om dat geld alleen te gebruiken voor projecten gericht op de korte termijn, kunnen we dit geld juist benutten om klimaatadaptatie op stoom te krijgen én te houden. Al was het maar omdat onze samenleving door de coronacrisis op sommige vlakken structureel zal veranderen. We werken meer thuis en zijn erachter gekomen dat het vaak verrassend goed gaat. Daardoor ontstaat meer ruimte op wegen en parkeerplaatsen. Die kostbare ruimte, waar we nu vaak tevergeefs naar zoeken, kan worden benut om de stad te vergroenen en tegelijk klimaatbestendig te maken.

Natuurlijk zijn de bijbehorende kosten een valide argument om al dan niet maatregelen te nemen. Die moeten dan ook zeker worden meegenomen in de risicodialogen. Maar kies als gemeente voor een integrale aanpak die recht doet aan alle kosten en baten – ook als die moeilijk te kwantificeren zijn. Het is essentieel om in gesprek te gaan met alle belanghebbenden over de impact van klimaatverandering en over de keuzes die daarbij moeten of kunnen worden gemaakt. Want wat is aanvaardbaar? Eens in de vijf jaar een nieuwe parketvloer vanwege een overstroming, of eens in de tien jaar? En wat is er vervolgens haalbaar en betaalbaar? Welke ambitie is dan nog realistisch?

Ook moeten inwoners en ondernemers tijdig bij het proces worden betrokken, liefst van begin af aan. Maak ze mede verantwoordelijk. Het heeft weinig zin om als gemeente en betrokken partijen met elkaar een open dialoog aan te gaan en een lijst met gewenste maatregelen op te stellen om vervolgens, als puntje bij paaltje komt, te moeten concluderen dat het geld voor al die maatregelen er helaas niet is. Stel dat je met elkaar bedenkt hoe een winkelcentrum klimaatbestendig kan worden gemaakt en aan het eind van de dialoog ligt er een miljoenenplan. Wanneer pas op dát moment een deel van de rekening bij de winkeliers wordt gelegd, loopt het niet goed af. Ga aan de voorkant met elkaar in gesprek en onderzoek samen wat de financiële speelruimte is – dan voer je de juiste dialoog.

Gezamenlijk
Daarbij: klimaatadaptatie is een gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is noodzakelijk dat inwoners en ondernemers niet alleen over winkelcentra meepraten, maar ook in hun eigen straat meedoen: in een stad is gemiddeld immers de helft tot tweederde van de grond in handen van particulieren. Als een gemeente in een wijk toekomstige wateroverlast door de aanleg van meer groen bestrijdt, mag van de aanwonende burgers worden verwacht dat ze op hun eigen perceel zelf aanvullende maatregelen nemen. Bijvoorbeeld door de tuintegels voor meer groen in te ruilen.

Het is zaak die gedeelde verantwoordelijkheid vanaf het begin in de risicodialoog te erkennen. Het kan logisch zijn dat belanghebbenden meebetalen om hun wensen gehonoreerd te krijgen. Het principe van ‘gedeeld eigenaarschap’ moet niet alleen doorklinken in de dialoog, maar ook in de verantwoordelijkheid voor wat er daarna komt: het uitvoeren van de maatregelen, inclusief ieders redelijke bijdrage daaraan. Een mooi voorbeeld van een dergelijke aanpak is het Clausplein in Eindhoven, waar ondernemers hun aandeel hebben geleverd in de financiering van de herinrichting, omdat ze inzagen dat dat ook in hun voordeel was.

Ook op kleinere schaal is veel mogelijk. Neem de geveltuintjes: anderhalve tegel eruit en planten erin. Het helpt tegen hittestress en regenwater zakt makkelijker de grond in. Dit klinkt als een druppel op een gloeiende plaat, maar reken je het op stadsniveau uit, dan zorgt het voor vele voetbalvelden aan groen. Of winkeliers die schaduwdoeken ophangen, zodat de gemeente dit niet hoeft te doen.

Een risicodialoog biedt bij uitstek de plek en de kans om gezamenlijk op zoek te gaan naar verrassende, slimme, ongebruikelijke oplossingen. Het hoeft niet altijd duur of ingewikkeld te zijn. Het kan van straat tot straat verschillen wat er moet en wat er kan. Maar het jaarlijks maaien van een bloeiende groenstrook kan goedkoper zijn dan het onkruidvrij houden van betontegels, zeker als je dat zonder bestrijdingsmiddelen wilt doen. Grijp de coronacrisis dus aan voor een brede blik op klimaatadaptatie. Al is maar om te voorkomen dat over alle groene initiatieven straks de bezuinigingskaasschaaf gaat. Juist na corona moet de leefbaarheid van stad en land vooropstaan.

* Arnold Wielinga, brancheambassadeur klimaatadaptatie Koninklijke NLingenieurs en senior consultant water & klimaatadaptatie Royal Haskoning DHV

Mathijs van Vliet, brancheambassadeur klimaatadaptatie Koninklijke NLingenieurs, adviseur water, klimaat en duurzaamheid Movares.

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.