of 63082 LinkedIn

Lanxmeer is al een kwart eeuw eco

Duurzaam Lanxmeer werd 25 jaar geleden ontwikkeld door de gemeente Culemborg, samen met een stichting. Nog altijd inspireert deze eerste ecologische wijk. Vanuit de hele wereld komen geïnteresseerden kijken. Wat kunnen andere gemeenten van Lanxmeer leren?

Duurzaam Lanxmeer werd 25 jaar geleden ontwikkeld door de gemeente Culemborg, samen met een stichting. Nog altijd inspireert deze eerste ecologische wijk. Vanuit de hele wereld komen geïnteresseerden kijken. Wat kunnen andere gemeenten van Lanxmeer leren?

Pionierende duurzame wijk

Tegenover station Culemborg ligt de wijk Lanxmeer. Je loopt naar binnen via een wilgenlaantje vol fluitende vogels, langs een ietwat verwilderde rietvlakte. Dit is een helofytenfilter, vertelt een bordje. Via de wortels van het riet wordt het afvalwater uit de wijk aan de natuur teruggeven, zonder tussenkomst van het riool. De laan leidt naar verschillende huizenblokken rondom hofjes met houtsnipperpaadjes, fruitbomen, picknicktafels en soms een houtoven of een oude waterpomp. Middenin woont Marleen Kaptein, initiatiefnemer van de wijk. Ze is inmiddels 77 jaar oud en vertelt nog graag over de samenwerking met de gemeente. ‘Grandioos’, zegt ze vanachter haar keukentafel.

De glazen deuren naar haar achtertuin kijken uit op een oude appelboomgaard boven op een waterwingebied van Vitens. Toen het voormalig waterbedrijf Gelderland hier dieper moest gaan pompen, kwamen er 25 jaar geleden dertig hectare van een beschermd gebied vrij, waar onder voorwaarden op kon worden gebouwd. Die voorwaarden bleken goed te matchen met de plannen die Kaptein destijds had voor een ecologische wijk. Die zou met een eigen waterhuishouding en energiesysteem weinig schade aanrichten. De huizen van houtskeletbouw op schuimbeton werden niet zwaarder dan de kleilaag die ervoor werd afgegraven.

Kaptein had haar projectvoorstel voor een integraal ontworpen wijk vanuit haar woonplaats Amsterdam uitgewerkt met verschillende deskundigen uit haar netwerk, waaronder landschapsarchitecten en energie-experts. De hiervoor speciaal opgerichte stichting E.V.A. (Ecologisch Centrum voor Educatie, Voorlichting en Advies) publiceerde en verspreidde de plannen met succes. Nog voor er een locatie was gevonden, hadden zich al tachtig bewoners gemeld. In 1995 klopte de gemeente Culemborg aan. Kon zo’n wijk niet bij hen in de stad worden gebouwd? ‘Een unieke kans’, zegt Kaptein. Ze is nog altijd enthousiast over de bereidheid van de gemeente om samen te werken met de stichting, zónder projectontwikkelaar. ‘Het is een zegen geweest dat de gemeente het lef had om dat zelf te doen.’

Pijlen
Achteraf bezien stonden destijds ook wel alle pijlen in de goede richting. Er kwam een bouwlocatie vrij en het concept van EVA paste precies binnen de doelstellingen van Culemborg. Ook op veel overheidsagenda’s verschenen al duurzaamheidsambities, maar vaak niet op de manier die Kaptein logisch leek. ‘Er werd bijvoorbeeld gezegd dat er weinig budget voor was, omdat de consument er niet voor zou willen betalen’, zegt ze. ‘Bij grote Vinex- wijken ging de regie al snel naar ontwikkelaars en betreurde de overheid vervolgens dat het milieubeleid de burger nog niet had bereikt.’

Het bracht Kaptein op het idee van een landelijk voorbeeldproject voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Daarmee wilde ze burgers en professionals laten zien dat de kwaliteit van de leefomgeving vanzelf omhoog gaat als je met duurzame systemen bouwt. Na een opleiding tot binnenhuisarchitect werkte ze voor de onderzoeksgroep Open Bouwen OntwikkelingsModel (OBOM) aan de TU Delft en als bestuurslid voor Mens en Architectuur en de Vereniging voor Integrale Biologische Architectuur (VIBA). Om de verschillende ideeën goed toe te passen, was het belangrijk om niet één ecologisch gebouw neer te zetten, maar een hele wijk met een integraal stedenbouwkundig plan. ‘Minimaal 250 woningen’, zegt Kaptein. ‘De grootste milieuwinst zit in de infrastructuur.’

Ook essentieel was de positief ingestoken samenwerking van verschillende partijen tijdens de ontwikkeling van de wijk. Kaptein was dat al gewend uit de theaterwereld, waarvoor ze de eerste twintig jaar van haar carrière toneelhoeden maakte. ‘Daar werkt iedereen – acteurs, dansers en decorontwerpers – aan één gezamenlijk ideaal.’ Het staat volgens Kaptein haaks op de competitie die gebruikelijk is in de bouwwereld, tussen en zelfs bínnen kantoren.

Leuke vormpjes
Qua integrale aanpak was de wijk Lanxmeer destijds inderdaad koploper, zegt Anne-Louise Vader. Ze is als projectleider bij de gemeente Culemborg nu zo’n vijf jaar betrokken bij de wijk. Daarvoor zag ze als landschapsarchitect dat bouwprojecten vaak begonnen met het storten van een flinke laag zand om nooit meer naar de ondergrond te hoeven kijken. Vader: ‘Daar werden dan wijken in leuke vormpjes op gebouwd, zoals een vierkant of een cirkel. Dat zie je in heel Nederland terug op de luchtfoto’s.’ Bij Lanxmeer werd juist wel gekeken naar de ondergrond en kwam bijvoorbeeld een oude rivierarm van de Lek weer terug.

Inmiddels is dat niet meer zo uitzonderlijk en is een integrale aanpak wijd verbreid, denkt Vader. Wat ze nu vooral bijzonder vindt aan het huidige Lanxmeer is de mate van invloed van bewoners. ‘Sceptici denken soms dat die betrokkenheid hooguit twee jaar duurt, maar dat gaat hier nog altijd door.’ De Culemborgse wijk heeft bijvoorbeeld een eigen energiecoöperatie, bewoners zijn samen verantwoordelijk voor het groenbeheer en ze beslissen met de commissie Toetsing Plantontwikkeling mee over nieuwe bouwplannen. Die nauwe betrokkenheid kost de gemeente wel veel tijd. Er is veel overleg en vernieuwende bouwplannen passen niet zomaar in bestaande procedures. Als voorbeeld noemt ze een paar tiny houses op een nog onbebouwde kavel in de wijk, met bijbehorende vergunningchecks op geluid en brandveiligheid. ‘Het is een stuk makkelijker om gewoon tien rijtjeswoningen neer te zetten.’

Vader hoort vaak over plannen voor een duurzame wijk, waarbij Lanxmeer als voorbeeld dient. ‘Dat beperkt zich dan tot een wadi en een windmolen. Als ik vraag naar de toekomstige bewoners, zijn die nog niet in beeld’, zegt Vader. ‘Maar zonder hun input werkt het niet.’ Ze raadt gemeenten aan om al bij de eerste plannen een oproep te plaatsen in de lokale krant. Wie zou hier willen wonen en al willen deelnemen aan een projectgroep? Bij de gemeente Culemborg is het gelukkig allang bekend dat samenwerken met verschillende bewonersgroepen tijd kost, maar ook veel oplevert. Lanxmeer ontwikkelt nu bijvoorbeeld zelf plannen om van het gas af te gaan. Vorig jaar zorgde de wijk met eigen financiële middelen voor een zonnedak boven een bestaande parkeerplaats.

Auto
Zoveel betrokkenheid lukt niet overal. Vader: ‘Sommige mensen willen gewoon een auto voor de deur en een gemeente die alles regelt.’ Dat Lanxmeer nog altijd zo betrokken en proactief is, komt door de sociale duurzaamheid in de wijk, denkt ze. ‘Bewoners hebben er natuurlijk ook wel eens ruzie, maar de sociale samenhang is groot.’

Ook Kaptein is nog altijd onder de indruk van de binding tussen haar buren, inmiddels zijn dat er zo’n 1.000 tot 1.200. Dat komt niet omdat er alleen maar ‘intellectuele yuppen’ op afkomen, zegt ze. ‘De gemeente Culemborg eiste vanaf het begin dat de wijk voor 30 procent uit sociale huur zou bestaan en dat de huizenprijzen vergelijkbaar moesten zijn met andere woningen in de stad.’ Kaptein wijst op het sociale bouwontwerp van de wijk. Volgens permacultuurprincipes lopen privé en gezamenlijke tuinen haast ongemerkt in elkaar over. Tussen de huizen staan geen schuttingen, hooguit wat struiken.

Dat was een belangrijke trekker voor Baukelien Franken, die sinds 2005 in de wijk woont. Ze verhuisde destijds vooral voor haar zoon. De Jenaplanschool in de buurt leek Baukelien geweldig en dankzij die open tuinen zouden de buurkinderen misschien een soort broertjes en zusjes worden. Haar aandacht voor duurzaam leven, zoals afval scheiden, groeide pas na haar verhuizing. ‘Ik vond het fantastisch dat bewoners ervoor tekenen dat ze geen Gamma- schutting neerzetten of chloor door de wc spoelen. Dat zijn de enige regels waar je je hier echt aan moet houden.’ Ze leerde haar buren al snel kennen tijdens de bijna maandelijkse hofwerkdagen, waarin iedereen samen werkt aan de tuinen op de hofjes. ‘Geen verplichting, gewoon vrijheid blijheid’, zegt Franken. ‘En we grijpen elk excuus aan om weer een hoffeestje te organiseren. Met thema’s van Japans tot campingsmoking.’

Franken is inmiddels verantwoordelijk voor de communicatie op de website van de bewonersvereniging EVA-Lanxmeer. Haar zoon, nu 20 jaar oud, is net terug van vakantie met drie inderdaad bijna broertjes geworden buren. Haar man, die sinds 2015 bij haar in Lanxmeer woont, was een van de initiatiefnemers van het zonnedak waarmee stroom voor de wijk én zeven auto- oplaadpunten wordt opgewekt. De opladers bereiken meerdere parkeerplekken en bewoners kunnen de kabel loskoppelen als een eerdere auto al is volgeladen. In Lanxmeer zijn dat bijvoorbeeld vijf elektrische deelauto’s van Coöperatieauto, met inmiddels 28 aangesloten coöperanten. Trots laat Franken de app zien waarop je de auto’s op een kaartje kunt traceren en reserveren. Een vaste standplaats in het centrum wordt hopelijk binnenkort ook gebruikt door Culemborgse ambtenaren.

Vooruitstrevend
Franken lobbyde zelf voor de auto’s bij de gemeente. ‘Die auto’s van ambtenaren staan ’s avonds en in het weekend stil. Het zou ontzettend efficiënt zijn als coöperanten daar ook gebruik van maken en we de kosten delen.’ Ze opperde het idee als inspraak bij een raadsvergadering en kreeg meteen enthousiaste reacties, ook van de burgemeester. ‘Hij zei dat hij het zou oppakken.’

Inmiddels gooit corona roet in het eten en zijn eerdere plannen voor drie auto’s wegens weinig reizende ambtenaren teruggeschroefd naar één auto. Als het college ermee instemt, start het project in januari. Omdat volgens Frankens deelautofilosofie één auto eigenlijk géén auto is – je grijpt dan immers snel mis – wil ze de deelwagens van de buurtcoöperatie ook beschikbaar stellen voor ambtenaren.

Zo blijft de relatie tussen buurt en gemeente vooruitstrevend. Ook nu Kaptein vijf jaar geleden eindelijk haar werk voor de wijk heeft neergelegd. Ze kijkt tevreden terug. Het enige wat niet gelukt is, is het bouwen van een groot EVA-kenniscentrum, om het dit duurzame stedenbouwkundige voorbeeld breed uit te dragen. De daarvoor steeds uitgebreidere plannen met congreszalen, workshopruimtes, een restaurant, hotelkamers en een parkeergarage pasten uiteindelijk niet meer op het financieringsbordje van de gemeente.

Maar ook zonder dat centrum krijgt de wijk genoeg aandacht. Kaptein gaf zelf al zo’n negenhonderd rondleidingen, ook aan een stedenbouwkundige uit Japan die na de tsunami honderdduizend dakloos geraakte mensen wilde huisvesten. ‘Dat had ik nooit gedacht’, glimt ze. ‘De wijk is boven verwachting geslaagd.’

Verstuur dit artikel naar Google+

Reageer op dit artikel
















Even geduld a.u.b.